Onze netgeklede medetweebeners

Eerlijk is eerlijk, er is voor een fotograaf geen dankbaarder onderwerp dan een pinguïn. ,,Je kunt er niet mee stuk', zegt Frans Lanting. ,,Zelfs dierenhaters lusten er pap van, bij wijze van spreken dan natuurlijk. Dat geeft mij dan ook uitstekend de gelegenheid dieren dichter bij de mensen te brengen. Mijn missie.'

De beroemdste natuurfotograaf van Nederland, Frans Lanting (48 jaar), is even in Nederland. De in Rotterdam geboren maar al twintig jaar in Californië wonende Lanting vierde gisteren een dubbel feestje. Hij lanceerde de Nederlandse uitgave van zijn boek Pinguïn en hield voor het jubilerende Nederlandse natuurtijdschrift Grasduinen – dat deze maand twintig jaar bestaat – een dialezing voor zo'n driehonderd bezoekers in Den Haag.

Hoe fotogeniek ook, niemand moet denken dat het eenvoudig is pinguïns echt goed op de foto te zetten. Dat misverstand is helaas wijdverbreid, zegt Lanting in een vraaggesprek voorafgaand aan de lezing. ,,Omdat pinguïns zo makkelijk te benaderen zijn, wordt er ook heel wat rotzooi van ze gemaakt. Ik wil met ze de diepte in. Gebruik andere stijlmiddelen zoals groothoeklenzen en invulflitsen juist om van die clichéverbeeldingen af te komen.'

Het boek Pinguïns bevat foto's van drie expedities die Lanting de afgelopen tien jaar heeft gemaakt. Hij fotografeerde pinguïns op de Falklandeilanden, op Zuid-Georgië en ondernam een kostbare en gevaarlijke expeditie naar de rand van het Antarcticacontinent om de mooiste en grootste van de familie vast te leggen: de keizerpinguïn.

De tactiek is steeds dezelfde. Lanting bestudeert eerst zonder camera dagenlang de pinguïns. In de vogelkolonies kiest hij een paar slachtoffers uit die hij continu volgt. ,,Ik hou er niet van om van hot naar her achter de actie aan te rennen. Zo leren de vogels je ook nooit kennen.'

Een van de dingen die Lanting opvielen, is dat de zestien – sommige deskundigen zeggen achttien – verschillende soorten pinguïns allemaal een zeer divers karakter hebben. De rotsspringers met hun gele punkkoppen bijvoorbeeld zijn ,,echt hele heftige jongens'. ,,Ze vechten voortdurend, dringen voor en vliegen je aan als je op hun pad komt. Ze pikken zich vast in je schoenen en willen je door elkaar schudden.'

Soms staan er miljoenen pinguïns bij elkaar en toch weten stellen elkaar na een maaltijd op zee moeiteloos te vinden. Dat lijkt misschien verbazingwekkend maar echt raar vindt Lanting het niet. ,,Hier in de Bijlmermeer weten mensen toch ook iedere keer weer hun eigen woning te vinden.'

Heel anders weer is de ezelpinguïn. ,,Een zachtmoedig dier. Hij schiet heel gauw in de stress. Je moet hem, liggend op je luchtbed, heel voorzichtig benaderen, anders rent hij weg en is bijvoorbeeld in staat zijn eieren te verlaten.' De keizerpinguïn daarentegen is ,,stoïcijns, gelaten'. ,,Dat moet hij ook wel want anders kan hij in dit klimaat niet overleven.' De keizerpinguïn broedt op het zeer koude continent van Antarctica.

De in het boek geportretteerde pinguïns zijn stuk voor stuk knuffelbare prachtexemplaren. In werkelijkheid zijn pinguïnkolonies niet altijd even fraai: de vogels zijn besmeurd, de witte sneeuw is van dichtbij bruine drab en het stinkt er adembenemend naar ammoniak.

,,Ik hoor wel vaker die kritiek op mijn foto`s: zo van `maar natuur is toch ook vuil'. Je moet als fotograaf altijd abstraheren. Ik registreer emotioneel, heel persoonlijk en wil de natuur kunstzinnig verbeelden. Ik vind het dan ook niet per se nodig om foto's van stront te maken'.

Hoewel, er staat in het boek één foto van een keelbandpinguïn op zijn nest die er uitziet alsof er om de vogel heen vuurwerk is afgestoken. Grote witte en rode strepen afhankelijk van de vraag of hij die dag vis of garnalen heeft gegeten, markeren de broedplek.

,,Visueel luilekkerland', noemt Lanting het Zuidpoolgebied. ,,Het licht is buitenaards. Je loopt er werkelijk te hallucineren. Het enige geluid dat je hoort is het suizen van het bloed in je oren. Er leeft daar bij de keizerpinguïns verder geen enkel dier, alleen een mijtje dat kleiner is dan een speldeknop. Dat deze vogel zich op deze plek staande houdt, is de triomf van het leven zelf.'

Pinguïn. Frans Lanting. Taschen Verlag. 168 blz.

ISBN 3-8228-6814-0.