NASI GORENG

In een van mijn recepten heb ik op het verschil tussen de `Indische' en Indonesische keuken gewezen. Nasi (rijst) goreng (gebakken) – bij niemand onbekend – is van typisch Indische oorsprong. In Indonesië is dit gerecht heel populair, niet als hoofdmaaltijd maar als ontbijt. In Nederland is nasi goreng meestal de basis voor een uitgebreidere maaltijd. Maakt u hem thuis dan kunt u er allerlei restjes/ingrediënten aan toevoegen en er een volledige maaltijd van maken. Voor de bereiding is rijst van de vorige dag het meest geschikt, mits deze droog gekookt en klontvrij is. Een van de belangrijkste ingrediënten die u moet toevoegen is terasi (trassi). Dit sterk ruikende product is, in kleine hoeveelheden, onmisbaar bij vele Indonesische/Indische gerechten. Het wordt verkocht in vierkante blokjes, rauw of geroosterd. De rauwe dient eerst geroosterd te worden, verpakt in bijvoorbeeld aluminiumfolie. In feite is het een pasta, gemaakt van gefermenteerde garnalen of vis die gedroogd en gemalen is. Het geeft aan de gerechten de typisch Aziatische, pittig-zilte smaak. De penetrante geur veroorzaakte in de jaren vijftig niet zelden veel misbaar, onbegrip en zelfs ruzie met de buren. Het is daarom zaak de blokjes goed gesloten te bewaren, want de lucht is nogal overheersend. Kleine stukjes vlees of kip peperen en zouten en bakken met de knoflook, de uien en de rode pepers of sambal. Terasi, wat zout toevoegen, en even doorbraden. Evt. fijn gesneden prei of lente-uitjes erbij. De koude, gekookte rijst toevoegen en opwarmen. Eventueel de garnaaltje (ebbi) of krab toevoegen. Garneren met reepjes omelet en fruitjes. Heerlijk hierbij is `sambal ketjap'. Een teentje knoflook fijnstampen, wat rode uien en Spaanse pepers (naar smaak) fijnsnijden en mengen met zoete ketjap, citroensap en evt. wat water. Stukjes komkommer, al dan niet zuur, maken de maaltijd compleet.