Iedereen wil wereldtechnologie lokaal kopen, tegen wereldprijzen

De Europese defensie-industrie is verwikkeld in een moeizame herstructureringstango. Iedereen danst met iedereen. De Amerikaanse overmacht vraagt om een antwoord. Nationale belangen en eigenwijze tradities verhinderen Europese bedrijven snel tot allianties te komen. Vorige week werd na jaren besprekingen een volledige fusie aangekondigd tussen het Franse conglomeraat Aerospatiale Matra en DASA, de Duitse vliegtuigdochter van DaimlerChrysler. Wat is de positie van het Franse Thomson-CSF? Een gesprek met topman Denis Ranque.

Thomson-CSF's president-directeur Denis Ranque is even in Nederland, net terug uit New York waar hij Amerikaanse financiële analisten heeft toegesproken. In het Engels vanzelfsprekend. Dat is steeds meer de voertaal binnen zijn Franse bedrijf, met vestigingen in Nederland, Groot-Brittannië, Australië, Noorwegen en Noord-Amerika. Hij vertelt het zonder remmingen, als waarnemer uit een nieuwe tijd: voor Fransen boven de vijftig is Engels een probleem. Een vorig jaar gepensioneerde medebestuurder moest op zijn dienstreizen een tolk meenemen. Dat werd te lastig. De tussengeneratie, waartoe Ranque (47) zich zelf rekent, leerde een zeer werkbaar zaken-Engels in het bedrijf. De jongeren komen met meer Engels van school.

Ranque is een voorbeeld van de nieuwe Franse manager, zonder nationale complexen, bekend met `shareholder value', wars van het in Frankrijk gebruikelijke `Monsieur le président'. In zijn reistas zit een spijkerbroek naast de map met punten voor een aansluitend gesprek in Brussel met de nieuwe Europese Commissie. Ranque vindt dat veel te automatisch wordt gesproken over de noodzaak van één Europese defensie-industrie. ,,Dat levert uiteindelijk een monopolie op. Het is de vraag of dat nu zo'n goed idee is. Bovendien vergeet men vaak dat Europa één kwart van de defensiemarkt is. Niemand kan zich veroorloven de helft van de wereldmarkt, die de Verenigde Staten zijn, noch dat laatste kwart elders in de wereld, te vergeten.'' De Amerikaanse markt is weliswaar gesloten, maar samen met Amerikaanse partners misschien niet helemaal ondoordringbaar, meent Ranque. ,,De Amerikanen beginnen te begrijpen dat ze de wereld niet kunnen domineren en dat het nuttig kan zijn samen te werken, niet alleen om Europese markten te veroveren.''

Thomson-CSF is de laatste tien jaar sterk van aanzien en omvang veranderd. Het staatsaandeel is van 58 procent gezakt naar 44 procent. Eind dit jaar zal het staatsaandeel teruggebracht zijn tot een derde. Een tweede portie van een derde is in handen gekomen van Alcatel (en Dassault). Een laatste tranche van een derde van het kapitaal wordt op de beurs verhandeld. Ranque ziet de Franse overheid als `draagmoeder', die het bedrijf een internationale toekomst gunt en zich bij iedere nieuwe alliantie verder uit het kapitaal terugtrekt, ten slotte helemaal.

Blijft Thomson-CSF desondanks Frans van hart en mentaliteit?

Ranque : ,,Wel van hart, maar om allerlei redenen niet van mentaliteit. Wij zitten voor zestig procent in de defensie- en voor veertig procent in de civiele elektronica. De defensie-industrie moet wereldwijd worden. Behalve de Verenigde Staten kan geen enkel land zich in zijn eentje de technologie veroorloven die nodig is voor een moderne krijgsmacht. In Europa kan men alleen gezamenlijk de nieuwe technologieën ontwerpen, dus moet de industrie ook steeds internationaler worden om voldoende kritische massa te krijgen.

,,Tegelijk blijft de defensie-industrie iets aparts. Anders dan de telecomsector raakt defensie nog steeds de soevereiniteit van de staat. De defensie-industrie is misschien het laatste métier dat de nationale logica zal ontgroeien. Dat is paradoxaal, want ook nu al is de defensie-industrie sterk geïnternationaliseerd. Thomson-CSF heeft de laatste tien jaar meer in het buitenland geïnvesteerd dan in Frankrijk.''

Thomson-CSF kocht in eigen land de Franse Philips-defensiedochter TRT en van Dassault het bedrijf Dassault Electronique. Het aantal banen in Frankrijk liep in tien jaar per saldo terug van 39.000 naar 28.000. Het eens puur Franse bedrijf haalt 70 procent van zijn omzet nu buiten Frankrijk. 30 procent van het Thomson-CSF-personeel is buitenlands: in Groot-Brittannië 6.000 man, in Nederland bij Hollandse Signaal 3.000 man, in Duitsland 3.000 man, 500 in Noorwegen, 1.500 in de Verenigde Staten, enkele honderden in Canada en Zuid-Afrika. Sinds kort heeft Thomson-CSF ook de Australische defensiefabrikant ADI aan zijn kar gebonden. In 1998 verloor Thomson-CSF, vooral door herstructureringskosten, 229 miljoen euro; voor 1999 wordt een positief resultaat verwacht en Ranque mikt binnen twee jaar op een rentabiliteit van meer dan zeven procent.

In Frankrijk is lang gespeculeerd over een mogelijke toenadering van Thomson-CSF en de nationale vliegtuigconstructeur Aerospatiale, die intussen met Matra Hautes Technologies (Groep Lagardère) is samengegaan; dat geheel gaat nu met DASA op in het Frans-Duitse EADS, de derde constructeur van vliegend materieel in de wereld. Dit jaar kwam het telefonie- en elektronicaconcern Alcatel naar voren als de grootste privé-aandeelhouder in Thomson-CSF.

Was u door de nauwere band met Alcatel al verder afgedreven van Aerospatiale?

,,Waarde wordt gecreëerd in dezelfde bedrijfstak, niet in grote conglomeraten die bij elkaar geknutseld zijn. Big mergers have not delivered. Dat zie je bij Boeing, bij Lockheed Martin, bij Raytheon. Ik zie niets in allianties om maar allianties te sluiten. Wij hebben een strategie en zoeken alleen allianties om die strategie uit te voeren. Wij willen in ons vak blijven en dat verdiepen, meer internationaliseren en ons richten op de wensen van de klanten, die meer kant-en-klare systemen dan apparaten vragen, en zelfs complete diensten verlangen. Onze acquisitie in Australië volgt die logica.''

Verandert de volledige fusie tussen Aerospatiale Matra en DASA (tezamen EADS) de situatie ingrijpend voor Thomson-CSF?

,,Ja en nee. Ja, want EADS is een belangrijke klant van Thomson-CSF en die klant komt sterker te staan. Nee, want het is vooral een fusie tussen vliegtuigbouwers. EADS zal zich voor 90 procent bezighouden met vliegtuigen, helikopters, satellieten en geleide wapens. Ons vak is de professionele militaire en civiele elektronica. DASA bijvoorbeeld zit maar voor 25 procent in de defensie-elektronica. Daar gaan ze pas over nadenken als ze de rest hebben geïntegreerd. Wij wachten daar niet op. Wij hebben sterke banden met Groot-Brittannië. Na de verwachte fusie tussen British Aerospace en Marconi, die samen 80 procent van de Britse markt bestrijken, hebben wij kans daar een sterke nummer twee te worden. De Britse regering wil graag op de markt concurrentie houden.''

U zag de Britse vakgenoot GEC Marconi na vergevorderde onderhandelingen begin dit jaar tot uw teleurstelling kiezen voor het hogere bod van British Aerospace, dat daarmee een Europese reus werd.

,,Ook in dat opzicht is de Frans-Duitse aankondiging van vorige week van groot belang. Het is een belangrijke stap in de consolidatie van de Europese vliegtuigindustrie, en de eerste echt grensoverschrijdende fusie. Die kan het Europese industriële landschap in deze sector weer in evenwicht brengen na de vorming van het nieuwe British Aerospace. Bovendien zal de fusie Airbus helpen een echte NV te worden. Ook dat interesseert ons, want Airbus is een belangrijke klant van Thomson-CSF.''

Het nieuwe British Aerospace gaat nauw samenwerken met het Italiaanse Finmeccanica. Op de Frans-Italiaanse top van Nîmes werd Thomson-CSF enkele weken geleden hartelijk uitgenodigd zich bij die groep te voegen. Is dat aantrekkelijk?

,,We hoeven kennelijk niet bang te zijn dat we aan de kant staan, zoals wel wordt geschreven. Dat leek me overigens meer een gelegenheidsaanbod, om zo'n top een aanzien van succes te geven. Het is natuurlijk een internationaal verband, maar wij willen onze vrijheid van handelen houden. Wij willen uit internationale allianties synergievoordelen halen, zoals bij Hollandse Signaal, dat wij in '89 van Philips hebben overgenomen. Een verband met Finmeccanica en BAe zou grote delen van ons defensiewerk omvatten: de marine-apparatuur (die wij in Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland en Australië maken) en de radaractiviteiten (oppervlakte, luchtverdediging, slagveld en raketten). Dat zou bijna de helft van onze defensiepoot beslaan. Het zou een nogal vergaande joint venture zijn. Wij hebben ook andere plannen voor deze activiteiten. We moeten kijken wat het beste is.''

Uw afwegingen lijken logischer te leiden naar een transatlantische alliantie?

Ranque bevestigt, zonder uit te weiden: ,,Een Amerikaans samenwerkingsverband maakt zeker deel uit van de alternatieven die we op het oog hebben.''

Thomson-CSF heeft sinds tien jaar een aanpak van meervoudige thuismarkten. Het begon met de overname van Hollandse Signaal in '89/'90. Ranque: ,,Men kan ons beoordelen op Signaal. Het was een pioniersoperatie, het begin van onze politique multidomestique. Wij hebben gezegd dat wij Hollandse Signaal in stand zouden houden als centre de compétence et d'excellence op het gebied van marinesystemen. Wij hebben woord gehouden, Hollandse Signaals sterke punten – marine en radar – zijn ontwikkeld en we hebben het bedrijf nieuwe technologie en nieuwe markten toegespeeld. De Signaal Communicatie-vestiging in Huizen is een belangrijk centrum geworden om in Nederland nieuwe technologieën te ontwikkelen. Wij hebben Hollandse Signaal niet gekannibaliseerd, dat is zeker.

,,Een ander goed voorbeeld van onze benadering is de ontwikkeling van de Bowman Local Area Systems [communicatienetwerken voor Engelse landmachtvoertuigen]: dankzij Franse en Nederlandse (Smartnet-)technologie en goede Britse relaties hebben we, tegen de concurrentie van British Aerospace in, een groot contract in Groot-Brittannië weggesleept. De lokale samenwerking met Racal heeft daarbij geholpen: we hebben liever 50 procent van een contract, dan 100 procent van geen contract.

,,Thomson-CSF is steeds meer een fijnmazig netwerk. Ik ben er van overtuigd dat daarin het antwoord is te vinden op de cruciale vraag voor de defensie in ieder land: hoe kan je tegen wereldprijzen wereldtechnologie kopen bij je lokale leverancier? Defensie is gevoelig, men wil geheimen bewaren en technologie voor het eigen land behouden. Vandaar onze meervoudige thuismarktaanpak. Nederland is onze derde thuismarkt, na de Franse en de Britse.''

Wegen nationale overwegingen toch nog zwaar bij beslissingen waar eventueel banen moeten worden geschrapt? Zoals Renault zijn goed lopende fabriek in het Belgische Vilvoorde sloot toen het de wereldwijde productie wilde centraliseren.

,,De statistiek geeft aan dat Nederland minder te vrezen heeft dan Frankrijk. In Frankrijk zijn de laatste tien jaar meer dan één op de twee werknemers vertrokken. We waren in '89 een vrijwel volledig Frans bedrijf. Van de 39.000 man van toen zijn 19.000 over. We namen in die periode in Frankrijk 9.000 nieuwe mensen aan, tegen 21.000 in het buitenland, voornamelijk door acquisities. Frankrijk heeft een zware prijs betaald, de werkgelegenheid is vooral in het buitenland gegroeid. Dat was nodig om buitenlandse markten te veroveren. Frankrijk moest bovendien competitiever worden. In Nederland is ons personeelsbestand lichter gedaald, van ongeveer 4.500 in '89 naar 2.200; inmiddels zijn we weer gestegen naar 3.000.''

Ook de huidige saneringsfase, waarbij 4.000 banen in drie jaar verdwijnen, vooral in Frankrijk, verloopt zonder veel strubbelingen, verzekert Ranque.

De eerste man van Thomson-CSF is optimistisch over de snelle ontwikkelingen in de Franse industrie. Op de vraag of het de Franse overheid zijns inziens menens is zich terug te trekken uit de industrie, antwoordt Ranque impliciet bevestigend: ,,De recente fusies zijn nog vooral tussen Franse bedrijven, zie de bankwereld en het grootwinkelbedrijf. Maar vergeet niet dat de meeste grote Franse groepen allang zeer internationaal en privaat opereerden, Saint-Gobain, Lafarge, Péchiney, Rhône-Poulenc, in de olie, de bouwmaterialen, de chemie, al die groepen hebben het merendeel van hun activiteiten buiten Frankrijk. En de Frans lijkende fusie tussen Elf Aquitaine en TotalFina is er een van twee bedrijven die ieder afzonderlijk al zeer internationaal opereerden. Thomson Multimédia [sinds twee jaar afgesplitst van Thomson-CSF, en dezer dagen naar de beurs gebracht] is een Frans bedrijf dat zijn omzet nog maar voor enkele procenten in Frankrijk haalt; dat is een Amerikaans, Aziatisch en Europees bedrijf geworden.''

Zijn die bedrijven Frankrijk alleen ontvlucht om grotere markten op te zoeken? Of ook vanwege de hoge sociale kosten waar werkgeversvoorzitter Seillière zo tegen fulmineert?

,,Beide. De meeste grote Franse bedrijven zitten al in het buitenland, maar nieuw is dat de stijl van leidinggeven in Frankrijk internationaler wordt. Dat gebeurt vooral onder druk van de aandeelhouders. Men ontdekt dat sinds de privatiseringen die tussen '85 en nu zijn uitgevoerd het kapitaal in belangrijke mate in handen is gekomen van Angelsaksische financiële instellingen, waaronder Amerikaanse pensioenfondsen. Je ziet dat in Frankrijk de `corporate governance' zijn intrede heeft gedaan. De `exception française' bestaat niet meer in de kapitaal- en managementverhoudingen in de Franse industrie. De banken hebben nog een achterstand, daar is werk aan de winkel.

,,De tweede revolutie van de laatste tijd zijn de grote fusies. Frankrijk is lang op afstand gebleven van de tendensen tot drastische schaalvergroting. Dat is voorbij. Men fuseert, van bovenaf, via kapitaalmanoeuvres, zowel met andere Franse bedrijven als met buitenlandse groepen. Péchiney heeft een aantal internationale operaties gedaan, Rhône-Poulenc recent met Hoechst. Frankrijk heeft zich bij het peloton gevoegd.''

Ranque wordt tijdens zijn frequente ontmoetingen met de Hollandse Signaal-mensen altijd weer herinnerd aan de directe Nederlandse mentaliteit, die hij `heel apart' en `verfrissend' noemt. Iedereen doet zijn zegje, maar na een genomen beslissing staan de neuzen één en dezelfde kant op. In sterk contrast met de Britten, die naar Ranque's ervaring moeilijk zeggen wat zij echt vinden. Direct exportabel vindt hij de Nederlandse verhoudingen niet, al mogen de Franse medewerkers best wat minder hiërarchisch denkend worden. Ranque probeert dat te bevorderen door meer mensen verantwoordelijkheid op hun eigen niveau te geven.

Ranque heeft een uur geslapen na zijn vlucht uit New York. Hij spreekt op een Frans-Nederlandse ontmoeting van overheden en defensie-industrie en springt weer in de trein naar Brussel. De herstructurering van de Europese defensie-industrie interesseert de Europese Commissie, en Thomson-CSF. Wil van de ambities om tot een sterkere, meer onafhankelijke Europese defensie-inspanning iets komen, dan moet aan het jarenlange krimpen van de begrotingen een eind komen. `Kosovo' heeft geholpen, zegt Ranque, ,,maar de boodschap is nog niet overal doorgedrongen. Het nuttige effect is wel geweest dat de afkalving tot staan komt.''

Voor een private producent van defensie-elektronica, zoals Thomson-CSF tegenwoordig is, zijn de stagnerende defensiebudgetten een probleem op zichzelf. ,,De aandeelhouders willen meer, groei is de norm.'' Om die reden moet de 40 procent van de omzet die Thomson-CSF haalt uit de civiele elektronica (radar, luchtgeleidingssystemen, e.d.) bij uitstek ontwikkeld worden. Bijvoorbeeld via het bloeiende Sextant Avionics, dat Thomson-CSF dankzij een duwtje van de Franse overheid kon overnemen van Aerospatiale.

De defensie-elektronica blijft voorlopig het meest in het nieuws. Europa geeft 50 procent aan defensie uit vergeleken bij het Amerikaanse budget, en een derde qua research. ,,Die verschillen zijn alleen op te vangen door perfecte coördinatie.'' En een gezonde concurrentie. Vandaar de Amerikaanse impulsen in de Europese defensie-industrie.