Een onvoorspelbare sfynx

Er zijn redenen waarom Abdurrahman Wahid er verstandig aan had gedaan om zich niet tot president van Indonesië te laten kiezen. Zijn fragiele gezondheid is er een: de 59-jarige Wahid is vrijwel blind (al zegt hij zelf dat een recente operatie in de VS enige verbetering heeft gebracht), hij lijdt aan suikerziekte en hij werd vorig jaar getroffen door een beroerte.

Maar ondanks zijn wankelende fysieke toestand is Wahid in Indonesië een zeer bekende, alom gerespecteerde persoonlijkheid die als leider van de moslimorganisatie Nahdlatul Ulama (NU) achter de schermen grote maatschappelijke invloed heeft. Dat evenwel is, zoals bijvoorbeeld een waarnemer zaterdag op de opiniepagina van The Jakarta Post schreef, nòg een goede reden voor hem om niet openlijk in de schijnwerpers van het politieke toneel te treden. Als Wahid meedoet aan de race om het presidentsschap, kan hij alleen maar verliezen, luidde de strekking: ,,Veel van zijn integriteit, zijn prestige en zijn morele overwicht.''

Dat prestige als moreel leider heeft Wahid in decennia opgebouwd als voorman van Nahdlatul Ulama, de ruim 30 miljoen leden tellende organisatie van schriftgeleerden, die in 1926 werd gesticht door zijn grootvader. `Gus Dur', zoals hij in Indonesië bekend staat, is daarmee de leider van de grootste moslimorganisatie in de wereld – maar wel een leider die zich steeds als `gematigd' en `vrijzinnig' heeft geprofileerd. Wahid moet niets hebben van vermenging van geloof met staatszaken. Toen president Soeharto begin jaren negentig steun zocht in islamitische kringen, en zijn toenmalige protégé Habibie opdracht gaf de Indonesische Vereniging van Moslim Intellectuelen (ICMI) op te richten, klom de andere moslimleider Amien Rais (thans voorzitter van het Volkscongres) wel aan boord, maar Wahid nadrukkelijk niet. Als tegenwicht voor ICMI richtte Wahid de oprichting aan van een Forum Demokrasi, een losse associatie van intellectuelen met uiteenlopende religieuze en etnische achtergrond.

Wie bij Wahid op bezoek gaat, ziet aan den lijve hoe de geestelijk leider religie en politiek tot dusver gescheiden heeft gehouden. Het Jakartaanse hoofdkantoor van de Nahdlatul Ulama is ondergebracht in een eenvoudig gebouw, zonder opsmuk. Het meubilair is oud, de banken langs de muren van het gastenverblijf zijn versleten, en aan een van de muren hangt alleen een geborduurd protret van Wahids grootvader. Politieke zaken, zoals de oprichting vorig jaar van zijn Partij van het Nationale Ontwaken, regelt Wahid vanuit zijn eigen woning.

Dat hij als Guru Bangsa (Leraar van de Natie) nu in het hoogste politieke ambt in Indonesië is geraakt, sluit in bepaald opzicht aan op zijn persoonlijkheid. Gus Dur is een praatgrage sfinx: zijn woordgebruik is volks en doorspekt met smeuïg Javaans, maar zijn teksten zijn vaak raadselachtig. De afgelopen weken maakte hij duidelijk dat hij zijn kandidatuur voor het presidentschap serieus meende, maar niemand had verrast opgekeken als hij zich op het laatste moment had teruggetrokken, bijvoorbeeld om zijn jeugdvriendin Megewati Soekarnoputri alsnog ruim baan te geven. Per slot van rekening had Wahid tot voor kort nog zijn openlijke steun uitgesproken voor de oudste dochter van Indonesië's eerste president. Wat overigens niet belette dat Wahid afgelopen weekeinde een Molukse delegatie uit Nederland kon introduceren bij onder anderen president Habibie, die hem bij die gelegenheid ,,mijn adviseur'' en ,,mijn broeder'' noemde. Na een ontmoeting in de privé-woning van stafchef Wiranto ondersteunde de generaal Wahid naar zijn auto – op een wijze die respect uitdrukte.

Misschien was voor Wahid en voor Habibie vorig weekeinde al duidelijk hoe het eindspel van de verkiezingen in het Volkscongres zou verlopen. Misschien is Gus Dur zijns ondanks president geworden. ,,Ik ben geen politicus, ik geef mijn adviezen achter de schermen'', zei Wahid in december 1997 tegen deze krant. In de zomer van 1996, werd in Jakarta een betoging van de (toen nog) semi-oppositionele PDI van Megawati hardhandig uit elkaar geslagen toen linkse militanten spandoeken ontvouwden met leuzen, gericht tegen de `dubbelrol' van het leger en tegen Soeharto. Ook toen uitte Gus Dur zijn sympathie voor Megawati, maar zorgde hij in de aanloop naar de parlementsverkiezingen – nog onder het bewind van Soeharto – voor opschudding door op bijeenkomsten plotseling op te duiken aan de zijde van Siti Hardiyanti Rukmana (`Tutut'), de oudste dochter van Soeharto. Dat gebeurde op een moment dat Megawati was uitgeschakeld als kandidaat, en veel PDI-kadidaten haar verklaring dat ze ,,persoonlijk niet zou gaan stemmen'' opvatten als aansporing ook geen stem uit te brengen of over te lopen naar de Islamitische Eenheidspartij voor Ontwikkeling.

Dat laatste, zo zei Wahid destijds, beschouwde hij als een ongewenste versterking van de radicaal islamitische krachten in Indonesië, en daarom had hij toenadering gezocht tot `Tutut'. Hij had dat ook zo aan Megawati uitgelegd. ,,Ze zei alleen maar: `U bent erg gecompliceerd in uw politiek.' Ik waardeer dat ze zich daartoe beperkte. Megawati weet dat ik mijn relatie met haar niet heb verbroken. Zo gaat dat bij ons: we communiceren door niet te praten.''

De ironie wil dat ook in het nieuwe democratische bestel de non-communicatie tussen Megawati en Gus Dur kennelijk heeft geleid tot de uitslag van vandaag. Op het laatste moment hebben de islamitische krachten partij gekozen tegen Megawati en voor een moslimleider. Gus Dur moet zich voortaan als een gematigd politicus waarmaken.