Een ijdele Icarus

Wie hem gadeslaat tijdens zijn openbare optredens, altijd goed geluimd, geestdriftig gesticulerend, op het manische af, zou het niet denken, maar Bacharuddin Jusuf Habibie (63) heeft tragische trekjes. Habibie is Icarus, de hemelbestormer die leerde vliegen, maar geen maat kende en zo dicht naar de zon vloog dat de was van zijn vleugels smolt en hij doodviel.

Alles aan Habibie is mateloos: zijn werklust, zijn intelligentie, zijn ijdelheid en zijn gebrek aan politieke feeling. De derde president van Indonesië is weggeblazen door de wind die in 1998 opstak en die naar binnen sloeg in het huis van de macht toen hijzelf de deur opende voor meer democratie en persvrijheid. Deze verdiensten werden hem noodlottig, omdat hij in de waan verkeerde dat zijn hervormingsdrang de herinnering aan zijn verleden kon uitwissen.

De Indonesiërs zijn niet vergeten dat Habibie de Golden Boy was van de Nieuwe Orde en de oogappel van de autocraat Soeharto. Diens genegenheid was niet Habibies schuld, maar de gretigheid waarmee hij die zich liet welgevallen kan hem wèl worden nagedragen. Dezelfde Habibie die zich gisteren in het Volkscongres liet voorstaan op de ongekende vrijheid die de media onder zijn bewind verwierven, was het middelpunt van het grofste geval van persbreidel onder de Nieuwe Orde. In juni 1994 deed Soeharto drie bladen in de ban die het hadden gewaagd Habibie - minister van Technologie - te kritiseren om zijn besluit marineschepen van de vroegere DDR te kopen voor een bedrag dat de minister van Financiën onverantwoord vond. Als Habibie dit had afgeraden, was het niet gebeurd. Maar zijn ego was gekwetst, en hij zweeg.

Habibie is geen beginselloze cynicus, maar een wereldvreemde technocraat. In de jaren zestig studeerde hij vliegtuigbouw in het Duitse Aken. De jonge, summa cum laude gepromoveerde ingenieur bracht het als eerste niet-Duitser tot lid van de raad van bestuur van Messerschmidt Bolkow-Blohm. Soeharto beschouwde Jusuf als zijn aangenomen zoon. Als president gaf hij hem de opdracht Indonesië op te stoten in de vaart der volkeren. Hij kreeg nagenoeg een blanco volmacht, en dat heeft de schatkist gevoeld. Het krediet dat hij kreeg van Soeharto gaf hem ook de vrijheid om in zijn speurtocht naar knappe koppen apolitiek te werk te gaan. In Habibies werkplaatsen konden talentvolle kinderen van onder de Nieuwe Orde besmet verklaarde linkse Indonesiërs zonder problemen aan de slag.

Twintig jaar lang investeerde Habibie als minister ongehoorde bedragen in de Indonesische vliegtuigindustrie. De prototypes die in Bandung van de band rolden golden als nationale trots. Ze vlogen wel, maar bleken onverkoopbaar.

Bouwmeester Habibie verging het niet anders. Toen Soeharto hem in januari 1998 als kandidaat voor het vice-presidentschap koos, kelderde de koers van de rupiah naar ongekende diepten. Dat een big spender als hij medeverantwoordelijk zou worden voor het herstel van een economie die was bezweken onder buitensporige leningen en dito bestedingen, joeg de financiële wereld de stuipen op het lijf. Nog geen half jaar later moest zijn patroon het veld ruimen en werd Habibie president.

Hij stelde een regering samen van oude getrouwen en talentvolle technocraten. In de anderhalf jaar van zijn presidentschap heeft Habibie meer indruk gemaakt in het buitenland dan bij zijn eigen volk. Dat hij de pers vrijliet, de restricties op politieke partijen ophief en de meest democratische verkiezingen in veertig jaar liet organiseren, zagen de Indonesiërs als niets anders dan een tegemoetkoming aan hun aspiraties, en nauwelijks als een verdienste. Dat Habibie graag spreekt wordt door journalisten meer gewaardeerd dan door hun lezers. Dat hij zijn redevoering voor het Volkscongres onderbrak met een familiair ,,Even een slokje drinken, ik heb dorst. Mag wel hè?'', vonden Westerse diplomaten sympathiek, maar veel Indonesiërs vonden dat afbreuk doen aan het karakter van de bijeenkomst.

Habibie wil dolgraag aardig gevonden worden, maar heeft volstrekt niet door hoe zijn optreden valt bij gesprekspartners of het grote publiek. Dat komt omdat hij niet kan luisteren en zijn eigen volk niet kent. En dat was zijn grootste tekortkoming. Dat hij Soeharto de hand boven het hoofd hield en zijn entourage stemmen liet kopen beschadigde hem onherstelbaar. Dat hij, buiten het parlement om, een referendum in Oost-Timor doordrukte, deed de deur dicht. Prof. dr. ir. B.J. Habibie kon wel vliegen, maar reikte te hoog. En viel.