Echt Cubaans surrealisme

De Cubaanse film La vida es silbar (Life Is a Whistle) ontlokt schoonheid aan uitlaatgassen, volgt een slak die op een kademuur een slijmspoor trekt en filmt tijdens een seksscène de schaduw van een borst. La vida es silbar is nu eens subtiel en dan weer brutaal, wisselt lyriek af met satire en melancholie met levenslust. De film speelt zich af in Havana, de vergane hoofdstad van het communistische eiland, waar dingen plaats vinden die even echt als onmogelijk zijn. De jonge ballerina Maria ziet aangeklede jongens naakt over straat lopen, de vermoeide bejaardenverzorgster Julia valt flauw als ze het woord seks hoort, de op drift geraakte muzikant Elpidio heeft een afspraakje met een westerse wetenschapster in een luchtballon. Het ligt voor de hand om bij een Cubaanse film met verwijzingen naar het magisch realisme van schrijvers als García Marquez aan te komen zetten.

Regisseur Fernando Pérez, tot nu toe documentairemaker, refereert zelf aan het surrealisme van Magritte. Het doet er niet toe; zo lang de film duurt accepteer je gretig alles, van een kale kamer die steeds meer op een jungle gaat lijken tot een meisje dat onder water kan praten maar op het land alleen kan fluiten.

De film begint in een weeshuis waar pleegmoeder Cuba een nieuw vondelingetje door de reeds aanwezige kinderen Bebé (baby) laat dopen. Jaren later is Cuba verdwenen en bekijkt en stuurt Bebé het lot van de overige hoofdpersonen, Cuba's eigen zoon Elpidio, het weesmeisje Maria en - wie weet - haar moeder Julia. Bebé vertelt onder water als een zeemeermin met golvend haar over de zoektocht naar geluk van haar naasten en is niet te beroerd een vis aan de haak te slaan van Elpidio, die op de kade staat te vissen.

La vida es silbar is tot stand gekomen met behulp van het aan het International Film Festival Rotterdam gelieerde Hubert Bals Fonds, dat geld stopt in films uit ontwikkelingslanden. Vorig jaar won de film op het Rotterdamse festival de prijs van de Nederlandse filmpers. De film speelt een ouderwetser, maar overtuigender spel met de werkelijkheid dan Who the hell is Juliette?, een ronkende vertelling over een hoertje en een fotomodel op Cuba, die twee jaar geleden op het festival in competitie werd vertoond. Af en toe wordt de film, waarin net zo mild met religie en psychologie de spot wordt gedreven als met ideologie, wat wee.

La vida es silbar is zo'n film waarin taxichauffeurs meer van het leven begrijpen dan priesters en politici. Soms is het allemaal wat te moppig, vooral door de running gag die mensen bij het horen van een woord doet flauwvallen. `Corruptie' laat een heel plein plat gaan. Maar er zitten ook scènes in die van een angstaanjagende melancholie zijn. Elpidio denkt vaak terug aan zijn jeugd in het weeshuis, aan de middagen dat de kinderen tussen de brokkelende muren mochten dansen. Een pianist zingt over een geitje, speelt diens bokkesprongen en de kinderen dansen, al blijven ze keurig in hun rij staan. Dansen in rotten van drie, achteraf wordt zoiets een beeld van geluk. Van de strenge Cuba zien we slechts de kuiten.

La vida es silbar. Regie: Fernando Pérez. Met: Coralia Veloz, Claudia Rojas, Bebé Perez, Luis Alberto García. In: De Melkweg, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; `t Hoogt, Utrecht.