Defensiefusies blijken lastig

Dasa en Aerospatiale Matra zullen op hun weg naar een volledig samengaan vele barrières moeten nemen. De ervaring met defensiefusies in de VS maakt dat duidelijk. Intussen weegt British Aerospace zijn kansen.

Met de aangekondigde fusie tussen het Duitse Daimler-Chrysler Aerospace (Dasa) en het Franse Aerospatiale Matra is de al jarenlang bepleite consolidatie van de ooit zo gefragmenteerde Europese defensie- en luchtvaartindustrie in een stroomversnelling gekomen. Toch is succes allerminst verzekerd. Want de barrières op weg naar een harmonieuze en productieve versmelting zijn enorm.

Aerospatiale Matra zelf is het recente product van een moeizaam en nog lang niet uitgekristalliseerd samengaan tussen publieke en private Franse defensiebedrijven. En fusiepartner Dasa is verwikkeld in de afgelopen juni aangekondigde overname van de Spaanse branchegenoot Casa. Het samensmelten van dit ratjetoe van nationale en bedrijfsculturen is geen sinecure.

Dasa en Aerospatiale rolden afgelopen jaren regelmatig vechtend over straat als bijvoorbeeld de productieplaatsen voor nieuwe Airbusvliegtuigen moesten worden verdeeld. Soms leidde dat tot merkwaardige koehandel, waarbij nationalistische voorkeuren belangrijker bleken dan bedrijfseconomische afwegingen. Zo kreeg Hamburg eerder dit jaar de productie van de A318, maar daarvoor moesten de Duitsers een deel van de A319-productie teruggeven aan Toulouse. Hoewel over de bouw van de A3XX-superjumbo nog niet eens een besluit is genomen, wordt er achter de schermen al fel gevochten om de plaats van productie.

Hete hangijzers als deze zullen zich de komende jaren in het kader van efficiency-operaties meer aandienen. Als bijvoorbeeld moet worden besloten welke faciliteiten moeten worden samengevoegd en gesloten.

Wat het risico van dit soort complicaties kan verzachten is de rol van de overheden. Dasa mag dan helemaal zijn geprivatiseerd en het staatsaandeel in Aerospatiale Matra mag dan worden teruggebracht naar 15 procent, hun overheden blijven veruit de voornaamste afnemers en kunnen daarmee invloed handhaven. Daar komt bij dat bedrijven als Dasa en Aerospatiale Matra als dragers van militaire high tech van groot belang voor de staatsveiligheid. Kanselier Schröder en premier Jospin onderstreepten dat vorige week met hun aanwezigheid bij de aankondiging van de fusie.

Toch sluit een welwillende overheid ernstige problemen in het kielzog van fusies allerminst uit. In de VS kunnen de voornaamste aerospaceproducenten daarover meepraten. Nadat ze in de jaren negentig onder druk van het Pentagon voortrekkers werden in een gigantische, door het einde van de Koude Oorlog afgedwongen consolidatie- en fusiegolf hebben zij nu grote problemen met het verteren van hun aanwinsten. Boeing dook in 1997 voor het eerst in z'n 80-jarige bestaan in het rood en Lockheed Martin heeft daar de afgelopen kwartalen ook last van. Raytheon gaf zojuist een winstwaarschuwing uit en zag z'n aandeel met 70 procent kelderen.

De voorgenomen fusie tussen Dasa en Aerospatiale Matra is verder van cruciaal belang voor de beoogde omvorming van het Airbus-consortium tot een doorzichtige naamloze vennootschap met kansen op de kapitaalmarkten. Dasa plus het Spaanse Casa en Aerospatiale Matra hebben nu 80 procent van Airbus en British Aerospace bezit de rest. Dat het gesprek nu wordt teruggebracht tot twee partijen kan een oplossing van deze slepende kwestie versnellen.

Al kunnen de Fransen in de verleiding komen om als mede-eigenaar van het meerderheidsbelang te lobbyen voor continuering van de status quo. Het gaat nu immmers ook goed en Airbus verkoopt dit jaar waarschijnlijk eens zoveel vliegtuigen als Boeing. Daar staat tegenover dat de regeringen in Londen en in Berlijn geen geld in de ontwikkeling van een superjumbo A3XX willen steken, voordat een Airbus NV het licht ziet.

De grote vraag is wat British Aerospace gaat doen. Door eerder dit jaar fusieoverleg met Dasa af te breken en te kiezen voor de overname voor 21 miljard gulden van de militaire poot van het eveneens Britse GEC plaatse BA zich op het Europese fusietoneel voorlopig `buitenspel'. Britse toenadering tot de nieuwe Frans-Duitse combinatie blijft tezijnertijd een optie. Al kan de Europese belastingbetaler zich afvragen of de vorming van één Europese defensiegigant wel zo'n goed idee is.

Ook de Amerikanen zien ongaarne de komst van één Europees defensiebedrijf, omdat dit op wapengebied kan leiden tot een `fort Europa' tegenover een `fort Amerika' met alle isolationistische `fall-out' vandien, ook op politiek-militair terrein. Het is daarom goed mogelijk dat British Aerospace, dat al de nodige belangen in de VS heeft, vandaar zal worden verleid tot een fusie of nauwe alliantie met een Amerikaanse partner.