Credo van een luchtvaartpionier

Het bedrijf van luchtvaartpionier Bob Schreiner behoorde in de jaren zeventig tot de 200 grootste ondernemingen van Nederland. Ook heden ten dage is de Schreiner Groep nog springlevend. Gisteren werd Air Holland overgenomen.

,,Wij vliegen waar de weg ophoudt.'' Dat was het credo van de in 1994 overleden luchtvaartondernemer Bob Schreiner, één van de grote pioniers uit de Nederlandse luchtvaart die in 1945 de Schreiner Luchtvaart Groep (SLG) oprichtte. Afkomstig uit een koopmansfamilie startte hij op 29-jarige leeftijd met een beginkapitaal van 10.000 gulden. Hij begon met het huren van vliegtuigen om reclamevluchten uit te voeren boven de Nederlandse stranden. Ook fotografeerde hij boerderijen uit de lucht. Toen zijn bedrijf echt van de grond begon te komen ging Schreiner zich bezighouden met het verhuren van vliegtuigen en helicopters (ook nu nog één van de belangrijkste kernactiviteiten van het bedrijf) aan de olieindustrie en vloog hij voor hulporganisaties als het Rode Kruis. Daarna breidde hij zijn bedrijf uit met het geven van vliegopleidingen en leverde hij onderdelen aan luchtvaartmaatschappijen.

Halverwege de jaren zeventig behoorde zijn bedrijf zelfs tot de 200 grootste ondernemingen van Nederland. Op het hoogtepunt behaalde directeur-eigenaar Schreiner een omzet van 240 miljoen gulden en had hij meer dan 1000 werknemers in dienst. Daarmee had hij na de KLM de grootste luchtvaartmaatschappij van Nederland, voor Martinair en Transavia. Eind jaren zeventig had Schreiner meer dan 120 vliegtuigen en helicopters in de lucht, waarvan het merendeel in het buitenland opereerde ten behoeve van de offshore (olieindustrie).

In 1982, toen Schreiner 66 jaar was, begon de `verwatering' van zijn bedrijf. Hij vergrootte zijn aandelenkapitaal waarbij ongeveer eenderde van de onderneming in handen kwam van de KLM en eenderde aan een combinatie van investeerders waaronder de Nederlandse Participatie Maatschappij. Momenteel is de NPM nog steeds voor eenderde eigenaar van de Schreiner Groep. De HAL en het management participeren ook voor een derde in Schreiner.

Maar de zakelijke erfenis van Bob Schreiner wordt goed beheerd. Onder de huidige president-directeur Jan Röben begon Schreiner een aantal activiteiten aan de bestaande onderneming toe te voegen. Zo werd van de KLM de helicopteronderneming ERA overgenomen. Hoewel de vloot sterk fluctueert schat Röben dat Schreiner momenteel de beschikking heeft over 50 vliegtuigen en 40 helicopters in alle soorten en maten. Schreiner vervoert vracht, verricht onderhoud aan vliegtuigen en verzorgt de propeller-activiteiten (vluchten die niet worden uitgevoerd met straalvliegtuigen) van de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena. Ook worden als vanouds de verbindingen met de offshore onderhouden. Vanuit Rotterdam verzorgt Schreiner de heli-beloodsing voor zeeschepen. Verder houdt Schreiner zich bezig met vliegopleidingen en stort het zich met de aankoop van Air Holland opnieuw op de chartermarkt.

Met die laatste activiteit behaalde Schreiner aan de vooravond van het massatoerisme begin jaren zeventig al een marktaandeel van zo'n 70 procent in Nederland. Maar nieuwkomers als Martinair en Transavia overvleugelden Schreiner uiteindelijk op dit gebied. De Schreiner Groep maakt op dit moment met 600 medewerkers op een omzet van 500 miljoen gulden een winst voor belasting van tussen de 35 en 40 miljoen gulden. Door de aankoop van Air Holland, opgericht door luchtvaartpionier John Block, neemt de omzet met 230 miljoen toe. Maar de winstgevendheid bij Air Holland, dat na een faillissement en een geslaagde doorstart een hectische geschiedenis achter de rug heeft, blijft wat achter. Röben ziet voor Schreiner als voornaamste uitdaging het rendement van Air Holland op te voeren.