Zorgverlof trekt weinig gegadigden

Er wordt nauwelijks gebruikgemaakt van de wettelijke mogelijkheid om de loopbaan te onderbreken voor zorg- of studieverlof. In de eerste zes maanden van dit jaar hebben 99 werknemers hun baan onderbroken, vooral om te zorgen voor een ziek familielid.

Hiermee is één procent benut van de beschikbare rijkssubsidie voor loopbaanonderbreking.

Dit staat in een brief die staatssecretaris Verstand (Sociale Zaken) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Verstand schrijft dat 142 van de bijna 7 miljoen werknemers in Nederland een aanvraag hebben ingediend bij hun werkgever om in aanmerking te komen voor de 960 gulden subsidie per maand. Het betreft voor driekwart vrouwen.

Van de 99 gevallen van toegekend verlof is bijna de helft voor stervensbegeleiding, zo schrijft Verstand. Aan de verlofgangers is volgens de bewindsvrouw een bedrag uitgekeerd van 102.000 gulden, waar zij rekende op een uitgave van 10,5 miljoen voor heel 1999. In 2000 is 55 miljoen gulden beschikbaar.

De wet op de loopbaanonderbreking – van oud-minister Melkert – had een impuls voor de werkgelegenheid moeten zijn. Verlof wordt alleen verleend als in de plaats van de verlofganger een uitkeringsgerechtigde, arbeidsgehandicapte of een herintreder komt. Werknemers hebben geen wettelijk recht op het verlof dat gebruikt moet worden voor zorg of studie en minimaal twee en maximaal achttien maanden mag duren.

Het werkgelegenheidseffect van de regeling werd bij de totstandkoming van de wet geschat op 31.000 à 44.000 mensen per jaar.

Een belemmering voor het succes is dat de verlofganger over het algemeen geen salaris meer krijgt en met minder dan 1.000 gulden per maand moet zien rond te komen. Ook vervallen inkomensafhankelijke subsidies, zoals huursubsidie, omdat vrijwillig afstand wordt gedaan van het inkomen.