`Zie ik eruit als een bandiet?'

De Tataren zijn boos. In Rusland worden zij afgeschilderd als fanatieke medestanders van `Tsjetsjeense terroristen'.

Het lijkt een doorsneeprotest van bedrogen bejaarden of Sovjet-nostalgici: een verzameling paraplu's aan de voet van een nooit omvergehaald Leninbeeld. Maar onder het dek van grijze en zwarte regenschermen bewegen jonge, verbeten gezichten. Meisjes met hoofddoekjes, jongens met stoere haarbanden waarop Arabische koranspreuken staan geschreven.

,,Allahu Akbar'', scanderen ze schor. Allah is groot. Hun vlaggen en spandoeken zijn niet communistisch rood, maar moslimgroen. In de laadbak van een geluidswagen staat een rijtje agitatoren en moefti's met smetteloos witte tulbanden. ,,Premier Poetin is een tweede Hitler'', galmt het door de luidsprekers. Rusland pleegt immers genocide op de moslimbroeders in de Kaukasus. Er is sprake van staatsterreur. ,,Premier Poetin is een tweede Stalin.''

Goelfia knikt: ,,Ik ben Tataarse en ik studeer Arabisch. Maar dat maakt mij toch nog geen terrorist?'' Ze is 21, draagt een confectiejas van Sovjet-snit met daaronder een harembroek. Bol gezichtje onder een blauwwitte hoofddoek. Ja, ze voelt zich gegriefd. Beledigd. Wat wil je als het Russische tv-nieuws haar universiteit afschildert als een kweekschool van bommenleggers? ,,Zie ik er soms uit als een bandiet?'' Uit een diepgevoelde woede loopt ze mee in de eerste pro-Tsjetsjeense demonstratie sinds het Russische leger de afvallige moslimrepubliek opnieuw probeert murw te bombarderen. De islamieten in Moskou houden zich gedeisd, maar hier in Kazan, de hoofdstad van de deelrepubliek Tatarstan, grijpen tweeduizend moslims de vrijdagse gebedsdag aan om ,,het Russische imperialisme'' aan de kaak te stellen.

De optocht gaat van het Vrijheidsplein over nat asfalt en glimmende tramrails naar het plaatselijke Kremlin: een ommuurd fort met uitzicht over de vrachtschepen op de Wolga. Langs de route staan stillen van de geheime dienst te filmen, maar daar trekt de 19-jarige student Renak (sikje van dons, groene band om zijn bomberjack) zich niets van aan. ,,De oorlog tegen Tsjetsjenië is een oorlog tegen ons. Tegen Tatarstan'', zegt hij, spelend met een bidkettinkje.

Goelfia en hij zijn trots op hun Tataarse wortels. Verre nazaten van Turkse kooplui zijn ze, met een islamitische traditie die teruggaat tot 922. Hun voorouders hadden zich vermengd met de horden van de Mongoolse veldheer Dzjengis Khan. Maar sinds 1552, toen het Khanaat van Kazan door tsaar Ivan de Verschrikkelijke werd veroverd, zuchten de Tataren onder ,,het Russische juk''.

Goelfia heeft nog het rode sjaaltje gedragen van de communistische pioniertjes. In haar geboortedorp stond nog een pre-revolutionaire moskee zonder minaret. ,,Die deed dienst als buurthuis'', vertelt ze. ,,Vroeger was het een disco-annex-bioscoop, nu kom ik er met mijn moeder om te bidden.''

Maar het cultureel en religieus reveil van Tatarstan, waar 48 procent van de inwoners Tataar is, lijkt op zijn grenzen gestuit. Via de media suggereert Moskou dat in de herrezen koranscholen de jihad, de heilige oorlog, wordt gepredikt. ,,Het lijkt wel of Tsjetsjeense ideologen in Kazan jarenlang ongestoord propaganda hebben kunnen voeren'', zei de invloedrijke tv-presentator Sergej Dorenko in een speciaal aan het `Tataarse extremisme' gewijde uitzending.

Goelfia weet niet of ze lachen moet of huilen om zulke doorzichtige propaganda. De anti-islamitische hetze is een goedkope truc om de orthodoxe Slavische bevolking achter premier Poetin en zijn oorlogsmachine te krijgen. Vrijwel alle deelnemers aan de protestmars zijn ervan overtuigd dat de Russische geheime dienst zelf die flatgebouwen in Moskou en andere Russische steden heeft opgeblazen, om ten koste van de levens van driehonderd onschuldige burgers een stevig draagvlak te creëren voor een nieuwe oorlog in de Kaukasus. ,,Cynisch? Ja, maar dat zijn de Russische leiders deze eeuw wel vaker geweest'', zegt Renak.

Poetin en de zijnen gaan zelfs zover om de Tataren de schuld te geven van de terreurgolf. Een van de verdachten van de bloedige bomaanslagen is namelijk een student van een koranschool in het Tataarse industriestadje Naberezjnije Tsjelni. De licentie van deze medresse is vorige maand ingetrokken; vier leraren uit Saoedi-Arabië en Pakistan zijn uitgewezen. Een vijftal studenten schijnt zich als vrijwilliger te hebben aangesloten bij de beruchte krijgsheer Chattab, een Jordaniër in Tsjetsjeense dienst.

Dat laatste is waar, zegt Rafis Kasjapov, de aanvoerder van een delegatie uit het militante Naberezjnije Tsjelni. ,,Maar waarom moeten alle twintig miljoen islamieten in Rusland daarvoor boeten?'' Hij heeft een open brief aan president Jeltsin opgesteld: ,,De hedendaagse moslimvervolging doet denken aan de zuiveringen onder Stalin in de jaren dertig. Alleen het woord `trotskist' is vervangen door `terrorist' en ditmaal zijn de islamieten de zondebok.''

Volgens Kasjapov werkt Moskou het separatisme en extremisme in de hand. In het dagelijks leven werkt hij voor de plaatselijke Grijze Wolf-filmmaatschappij, gelieerd aan de ultra-nationalistische Grijze Wolven van Turkije. Kasjapov en zijn aanhang van drie bussen in zwart geklede jongeren dwepen met het gedachtegoed van het pan-Turkisme. Hun ideaal: een Groot-Turkije dat zich uitstrekt over de Kaukasus, het Midden-Wolga-gebied, de zuidelijke Oeral en Centraal-Azië tot aan het Baikalmeer.

,,Rusland is te lang een koloniale grootmacht geweest. Het wordt tijd dat het een stuk inschikt'', zegt een van Grijze Wolven van Tatarstan. Naast hem loopt een minder luidruchtige jongen in een grijs colbertje, getooid met een hoed van lamsvacht. ,,Allah stelt ons geduld op de proef'', zegt hij. Hij heet Roeslan, komt uit de Oeral en studeert aan de Moechamdija-koranschool van Kazan. Na de demonstratie laat hij de medresse zien, een uitgeleefd bakstenen gebouw uit 1882, waar na de revolutie de redactie van een Sovjet-krantje was gevestigd. Sinds enkele jaren zijn de blauwgesausde gangen bekleed met Perzische tapijten, en aan de muren hangen afbeeldingen van Mekka.

,,Broeder student, verhef je stem niet'', staat er in het Arabisch op de deur naar de collectieve gebedsruimte. Zo'n tweehonderd jongens krijgen hier les in het reciteren van koranteksten, ze bestuderen de shari'a, de islamitische wetgeving. Roeslan vertelt dat er onder de studenten volop gediscussieerd wordt over het lot van de Kaukasische moslims. ,,Het is zo pijnlijk allemaal'', zegt hij. ,,De oorlog tegen onze geloofsgenoten raakt ons direct.''

Roeslan kent niemand die bereid is de wapens op te nemen. ,,We geven alleen morele steun aan hun strijd. Maar binnen de islam zijn verschillende stromingen, en wij steunen de hunne niet. In het eerste jaar al leren wij dat je iemand alleen kunt bekeren door overreding, en niet door de loop van een geweer.'' Toch staat Roeslan niet voor alle Tataarse studenten in. ,,Het vergt veel zelfbeheersing om niet in verzet te komen als je belasterd wordt, enkel en alleen omdat je tot Allah bidt. Niet iedereen kan dat opbrengen.''