Vredesmissies zware opgave

De landmacht kan de voortdurende vredesmissies eigenlijk niet aan. Militairen maken lange dagen. En soms wordt er gesjoemeld met de regels.

,,Het piept en kraakt'', zegt overste Aad Ooms, commandant van het 11de pantsergeniebataljon. ,,Het gaat allemaal nét. Maar het kan alleen, omdat iedereen hier een stapje extra zet.''

Op de Prinses Margrietkazerne in Wezep, aan de uiterste noordpunt van de Veluwe, is daar niets van te merken. Over het uitgestorven kazerneterrein dwarrelen de eerste gele bladeren. Van de 900 genisten die `de bosrand' normaal gesproken bevolken, is de helft in Kosovo gelegerd.

Begin januari zullen ze worden afgelost door een nieuw contingent onder leiding van overste Ooms. Daarna zit de missie van het Nederlandse genie-hulpbataljon erop en dat is maar goed ook, legt Ooms uit. ,,Na juni 2000 heb ik links en rechts nog wel wat plukjes capaciteit, maar kan ik geen complete eenheden meer uitzenden.''

De Nederlandse krijgsmacht heeft drie taken, schreef minister van Defensie De Grave afgelopen maart nog eens in de Hoofdlijnennotitie: het verdedigen van het eigen grondgebied, het deelnemen aan vredesmisssies en het verlenen van hulp bij calamiteiten in binnen- en buitenland. In de praktijk ligt de nadruk vooral op de tweede taak: peacekeeping en -enforcing. Daarbij wordt op dit moment veruit het grootste beroep gedaan op de landmacht, die in totaal ongeveer 3.000 militairen permanent in het buitenland heeft gestationeerd. Eigenlijk is dat meer dan de landmacht aankan.

Sinds het akkoord van Dayton in 1995 over Bosnië levert Nederland een contingent van zo'n 1.000 militairen voor SFOR (voorheen IFOR) in Bosnië. Bovendien is de landmacht met een compagnie (100 man) aanwezig op Cyprus. Deze zomer werden nog eens twee bataljons, in totaal meer dan 2.000 militairen, naar Kosovo gedirigeerd. Aan de samenstelling van die twee eenheden was goed te merken dat de spoeling dun werd voor Defensie. De M109-houwitsers van de 11de afdeling rijdende artillerie (de `Gele Rijders') zien er misschien uit als tanks, maar hebben in de straten van Orahovac geen enkele militaire waarde. Om het in Prizren gelegerde `geniehulpbataljon' vol te krijgen, moest zelfs worden geschraapt uit alle geledingen van de landmacht. Overste Ooms vertelt dat het even heeft geduurd voordat er nuttig werk werd gevonden voor de honderd soldaten van de verbindingsdienst die deel uitmaken van het genie-hulpbataljon.

In de Prioriteitennota van 1993 werd afgesproken dat Defensie een uitzending in principe drie jaar zou moeten kunnen volhouden. Maar daarvan kan in Kosovo geen sprake zijn, zo liet minister De Grave de afgelopen maanden al doorschemeren. Het geniehulpbataljon zal daarom na juni 2001 niet meer worden afgelost. De Gele Rijders zullen vanaf november in ieder geval nog één keer worden vervangen door een andere afdeling artillerie. Ondertussen moeten eenheden zoals het 11de pantsergeniebataljon volgens Ooms alle zeilen bijzetten om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. ,,We maken hier lange dagen.''

Soms ook moet er een beetje worden gesjoemeld. In de Prioriteitennota is vastgelegd dat elke militair één keer per anderhalf jaar voor de duur van zes maanden kan worden uitgezonden. Op elke uitzending zou dus minstens een periode van één jaar rust moeten volgen. Maar door de voortdurende uitzendingen is Defensie gedwongen tot een nogal vrije interpretatie van deze `1op 3'-regel. Sergeant-majoor Wieger Venema was, net als veel andere genisten in Wezep, afgelopen april nog in Macedonië. Maar in januari vertrekt hij met de aflossing naar Kosovo. ,,De uitzending naar Macedonië duurde maar viereneenhalve maand. Dus zegt Defensie dat we na negen maanden, twee keer de duur van de uitzending, opnieuw kunnen worden uitgezonden. Een kontverhaal, natuurlijk.''

Fred Lardenoye van de Algemene Federatie Militair Personeel kent het verhaal. De AFMP schat het aantal klachten van militairen die binnen een jaar na terugkeer uit een crisisgebied weer worden uitgezonden op enkele tientallen. Lardenoye: ,,Het is vooral een probleem bij bepaalde functies, bij de genie, bij de Explosieven Opsporingsdienst (EOD), maar ook bij de geneeskundige troepen. Defensie kan de hoge ambities alleen waarmaken over de ruggen van individuele milititairen. Op den duur werkt dat contraproductief. Mensen gaan zich afvragen of ze dit leven nog wel vol kunnen houden. De `uitzenddruk' vergroot zo de uitstroom van hooggekwalificeerd militair personeel.''

Tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer stelde VVD-fractieleider Dijkstal voor om 50 miljoen extra vrij te maken om `knelpunten tijdens vredesmissies' op te lossen. Vrijwel de gehele Tweede Kamer steunde de motie. Henk van Hoof, als staatssecretaris verantwoordelijk voor het personeelsbeleid bij Defensie, is blij met het geld. ,,Het heeft vooral een belangrijk psychologisch effect. Jarenlang is er alleen bezuinigd op Defensie. Tegelijkertijd werden er wél vanuit de politiek allerlei eisen aan de krijgsmacht gesteld.'' Van Hoof is niet van plan het extra geld meteen om te zetten in extra mankracht. De 1.200 extra functies waarin de Hoofdlijnennotitie van minister De Grave voorziet, zullen de eerste nood kunnen ledigen. ,,Bovendien, je kunt wel veel functies creëren, maar als Defensie de mensen niet kan werven, dan schiet het niet op.'' Belangrijker zijn misschien wel de problemen op lange termijn, zegt de staatssecretaris. ,,De personeelsopbouw binnen Defensie is niet goed. We hebben te veel oude mensen in kaderfuncties en te weinig jonge mensen aan de basis. Dat moeten we veranderen.''

Volgende maand verschijnt de Defensienota. Tijdens een toespraak zinspeelde minster De Grave deze week op een grotere uitbreiding dan de extra 1.200 parate functies waarin de Hoofdlijnennotitie voorziet. Staatssecretaris Van Hoof wil echter niet speculeren over aantallen. ,,Voor uitzendingen geldt in principe de `1 op 3'-regel. Door de 1.200 extra functies kunnen we dat ook waarmaken. Maar natuurlijk zou een ruimere capaciteit prettig zijn.'' Overste Ooms van het 11de pantsergeniebataljon in Wezep is in ieder geval gelukkig met de 180 extra genisten die hem in de Hoofdlijnennotitie zijn toegezegd. ,,Dat geeft ons de komende tijd een beetje lucht.''