Paars heeft België onherkenbaar veranderd

In België is vandaag het paarse kabinet honderd dagen aan de macht. Liberaal, groen en rood vormen er met succes een regering voor een onmogelijk land. Geert van Istendael meent dat dit precies is wat het vaderland van Magritte nodig heeft.

Ons nieuwe kabinet is dus paars, maar toch net even anders dan in Nederland: de liberalen, de socialisten én de Groenen hebben de handen in elkaar geslagen. Een jonge generatie, die van de veertigers, is aan de macht gekomen, massaal. In die geconcentreerde vorm hebben de heren en de dames die in 1968 volwassen werden, nooit de politieke arena beheerst. Je vindt hen vaker in de journalistiek dan in de politiek. Maar de iets jongeren brengen een omwenteling te weeg, noch meer, noch minder.

Voor het eerst sinds eenenveertig jaar wordt het bewind gevoerd zonder de katholieken. Van de laatste honderd jaar hebben de katholieken er drieënnegentig aan het roer gestaan, alleen of in coalities. De communisten in de DDR hebben het amper vier decennia volgehouden, die in de Sovjet-Unie een jaar of zeventig. Kneusjes als u het mij vraagt.

De katholieke partijen in België, de Vlaamse CVP en de Franstalige PSC, zijn niet te vergelijken met het CDA. Tot juli 1999 verschaften zij een reeks sterke organisaties rechtstreekse toegang tot de cenakels van de macht. De katholieke vakbond is stukken groter dan de socialistische. Een groeiende meerderheid van de kinderen gaat niet meer wekelijks ter kerke, maar wel dagelijks naar de katholieke school. Het grootste nationale ziekenfonds is katholiek. Bij Caritas Catholica zijn de meeste en de grootste ziekenhuizen aangesloten. Efficiënt zijn ze, die organisaties, zéér efficiënt en zéér klantgericht, heuse concerns, die miljarden franken subsidies opzuigen, belastinggeld dus, maar democratische controle is er niet. De beheerders worden nu eenmaal niet door de burger verkozen. Maar plots passen hun oude, vertrouwde sleutels niet meer op de achterdeuren van de macht. De politieke portier werd ontslagen.

Speciale aandacht vraag ik voor de katholieke Boerenbond. Alle ministers van Landbouw en al hun medewerkers werden doodgewoon aangewezen door die Boerenbond. De Boerenbond is verbonden met de KBC-bank en met de reusachtige verzekeringsmaatschappij ABB (Assurantie van de Belgische Boerenbond). Dankzij de Boerenbond krijgt een jonge landbouwer goedkope leningen om zijn bedrijf uit te rusten, lees: zich tot over zijn oren in de schuld te steken. De beginnende boer moet dan wél al het zaaigoed en voeder kopen bij firma's gecontroleerd door de Boerenbond.

De Boerenbond heeft tot nu toe iedere doeltreffende controle op veevoeder verijdeld, én inkrimping van de veestapel én een efficiënt beheer van het mestprobleem volgens Europese normen. Een jaar of vijf geleden was de socialist De Batselier de Vlaamse minister van Leefmilieu. Let wel: niet van landbouw, dat kon niet, mocht niet, zou nooit. De Batselier ontwierp een mestactieplan dat de ongebreidelde expansie van de varkenssector matig beteugelde. Karren mest werden in zijn voortuin leeggekieperd. Eén verkiezing later was hij geen minister meer. Veto van de katholieken.

Nog een verkiezing later, 13 juni 1999, was de Vlaamse minister van Leefmilieu de groene mevrouw Dua, en werd de nieuwe minister van Landbouw de liberale heer Gabriëls, niet aangewezen door de Boerenbond.

In 1950 konden de katholieken het land nog regeren met een absolute meerderheid. In Vlaanderen verloren ze die pas in 1965. Ook daarna bleven ze gestaag achteruitboeren. Op 13 juni 1999 haalde de Vlaamse CVP nog iets meer dan 20 procent. Haar Franstalige zusje zat daar dan nog eens ver onder.

Geen wonder dat de liberalen hun kans grepen. De katholieken zitten nu ongemakkelijk heen en weer te schuiven op de oppositiebanken. Vooral de CVP heeft last om haar nieuwe rol te leren. Niet één van haar politici heeft die ooit gespeeld. En ze zijn veel te fatsoenlijk om het rolmodel van de andere oppositiepartij over te nemen. Die heet namelijk Vlaams Blok.

Paars-groen heeft er al twee stevige crisissen opzitten. De eerste, die van de dioxine, heeft premier Verhofstadt geërfd van zijn voorganger Dehaene. De tweede is die van de asielzoekers.

De Belgische veestapel is nu de strengst bewaakte van Europa. We hadden daar drie impulsen voor nodig: een crisis die het land op zijn grondvesten deed schudden, een regering waarin géén vriendjes zitten van de Boerenbond én zware Europese druk. Die drie samen, anders was er niets gebeurd. Met een pion van de Boerenbond in de regering zou België er nog jarenlang in geslaagd zijn de Europese pressie handig af te weren.

Verhofstadt wil de toestand van ruim zeventigduizend illegalen regulariseren en uitgeprocedeerde asielzoekers ook echt het land uitzetten. Dat beleid is zeker verdedigbaar, maar is het uitvoerbaar? De Raad van State schorste op formele gronden het regularisatiebesluit, na een klacht van het Vlaams Blok. De piloten van Sabena weigeren asielzoekers terug te vliegen. De sociale diensten van de gemeenten weten niet precies welke nieuwe regels ze moeten toepassen. Kortom, de bevoegde minister, de liberaal Duquesne, maakt er een potje van. Tenminste, op het eerste gezicht. Of is hij het slachtoffer geworden van zijn onwillige ambtenaren? Deze regering koestert grootse plannen om de ambtenarij ingrijpend te hervormen. Anders dan in Nederland zijn hier vrijwel alle ambtenaren politiek benoemd. Loyaliteit aan een minister van een andere strekking dan de hunne is voor hen géén evidentie en u kunt zelf wel raden aan welke partij de allermeesten hun baan te danken hebben. Moet ik hier nog aan toevoegen dat deze regering de politieke benoemingen wil afschaffen?

De ministers van deze regering babbelen honderduit, spreken haastig hun collega's tegen en veranderen op stel en sprong van mening, desnoods in de loop van één televisie-interview. Vooral de Groenen missen ervaring, ze raken meer dan eens pijnlijk in de knoei. En de camera's registreren. We waren de ijstijd van Dehaene gewend. Die deelde zijn beslissingen mee als gaf hij oorvijgen. Zoniet zweeg hij. Maar de eerste opluchting over de nieuwe mededeelzaamheid heeft al plaatsgemaakt voor de ietwat korzelige onverschilligheid waarmee je naar het gesnater van een bakvis luistert.

De Franse journalist Luc Rosenzweig, Brussels correspondent van het Franse dagblad Le Monde, schrijft dat de Belgen weer kunnen lachen: ,,Het is zonneklaar: België is uit het moeras gekropen, de problemen die het land drie maanden geleden teisterden zijn als bij toverslag verdwenen.''

Liberaal, groen en rood vormen een onmogelijke regering voor een onmogelijk land, precies wat het vaderland van Magritte nodig heeft. Maar de Belgische Groenen zijn behoedzame, zij het koppige realo's. De socialisten hebben, zoals hun kameraden elders in Europa, de vrije markteconomie opgezogen. De liberale premier Verhofstadt is een zeer ondogmatisch man.

Deze nieuwe regering wordt niet bij elkaar gehouden door het oude, brokkelige cement van het anti-klerikalisme. Dat is voltooid verleden tijd. Maar deze mensen zijn vastbesloten om te bewijzen dat je de eeuwige macht van de katholieke partij niet nodig hebt om economie, ecologie en de sociale dimensie op elkaar af te stemmen. Het land kijkt kritisch toe.

Geert van Istendael is schrijver te Brussel.