Opera `De Amore' spiegelt begin en eind van de liefde

Hallucinatoire, hijgend verglijdende ruisklanken en huilerig rauwe flamencozang in de opwindende modulaties van de canto hondo. Evocatief is de beeldende muziek van de opera De amore, una maschera di cenere van de Spaanse componist Mauricio Sotelo (1961) en de librettist, ontwerper en regisseur Peter Mussbach. Het werk werd in april in de Münchense Biënnale voor kameropera's uitgevoerd en beleefde gisteravond zijn Nederlandse première in de Amsterdamse Stadsschouwburg. De enscenering was sober en strak. De krachtige, kaal onttakelende muziek klonk in een onoverzienbare tuin met de zoete wilde geur van verse aarde en daarin figuren als standbeelden.

Net als in Paul Hindemiths korte opera Hin und Zurück uit 1927 gebaseerd op een Engelse revuesketch, verloopt alles in spiegelvorm. Het eerste deel bevat vier scènes, het tweede drie en het derde weer vier. Scène twee van het middendeel fungeert daarbij als brandpunt, als de spiegelas. Zo ingenieus als bij Hindemith waar de handeling achterstevoren terugkeert is overigens Sotelo's opera nu ook weer niet. Een liefdesaffaire wordt in het eerste deel verteld vanuit het standpunt van de vrouw en in het tweede deel vanuit die van de man. Een `En zij leefden nog lang en gelukkig' is niet aan de orde. Affaires volgen elkaar op in steeds weer dezelfde ontwikkeling van liefde – vervulling – verwijdering, zo leert ons de opera, want in de verwijdering zit weer de volgende stap besloten. Vandaar dat de eerste scène als epiloog is getiteld en de laatste als proloog.

De verwijdering wordt breed uitgemeten, er wordt veel pijn geleden alvorens de onverschilligheid intreedt. Nu componeerde Hindemith in Neues vom Tage een scheidingsensemble in plaats van een huwelijksmars en een haatduet in plaats van een liefdesduet, waarin het keukenservies alle hoeken invliegt, maar zo burlesk wil deze opera niet zijn. Hier echter beginnen de problemen, want parodie en grappen ontbreken evenmin, zo is er bijvoorbeeld een volstrekt uit de toon vallende telefoonscène.

Sotelo en librettist Peter Mussbach kunnen niet echt kiezen. De muziek was er eerst zoals de instrumentale partijen eerst gecomponeerd werden. Een workshopproces zorgde voor de vocale partijen van de `Hij' (Markus Eiche als heldhaftig heroïsche figuur) en de `Zij' (Salome Kammer, een meer jeremiërend personage) maar vooral die van de flamencozangeressen die om de protagonisten heencirkelen.

Ook voor Mussbach fungeerden de Hij en de Zij in hun rollen als co-producenten. Dit karakter is gebleven, het geeft de voorstelling wel flair maar biedt anderzijds een nogal stuurloze indruk. Er is te veel vulwerk, de voorstelling had veel kernachtiger kunnen zijn. Sotelo is begaafd, fraai vind ik de pianosoli gespeeld door Yukiko Sugawara, maar te vaak klinkt de muziek ronduit rommelig. Evocatief is de opera zeer zeker, maar helaas bij vlagen.

Voorstelling: De Amore van Mauricio Sotelo door de Nationale Reisopera. Tekst, regie en decors: Peter Mussbach. Ensemble De Amore met solisten o.l.v. de componist. Gezien: 18/10 Stadsschouwburg Amsterdam. Herh.: 19/10 Amsterdam; 20/10 Eindhoven, 22/10 Groningen; 23/10 Utrecht.