In Sierra Leone gaan de moordenaars vrijuit

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, pleitte gisteren in Sierra Leone voor versnelling van het vredesproces. Maar een rechtvaardige vrede wordt het niet.

Het is een onwaarschijnlijk driemanschap dat Sierra Leone van de ondergang moet redden. Aan de ene kant twee rebellenleiders met het bloed nog aan hun handen: Foday Sankoh en Johnny Paul Koroma. Aan de andere kant president Ahmed Tejan Kabbah, het hoofd van een door en door corrupt regime.

Ze hebben elkaar nodig om de vredesovereenkomst die ze 7 juli sloten ten uitvoer te leggen. Maar dat betekent niet dat ze elkaar ook vertrouwen. Drie jaar geleden sloten Kabbah en Sankoh ook al eens akkoord dat ze schaamteloos schonden. En het gelegenheidsverbond van de twee rebellenleiders vertoont scheuren die ze niet kunnen bedekken. Bij de vredesonderhandelingen dit voorjaar in Togo `vergat' Sankoh op te komen voor de belangen van zijn afwezige kompaan Koroma. Het Revolutionair Verenigd Front (RUF) van Sankoh kreeg garanties en regeringsposten. Voor de Revolutionaire Raad van de Strijdkrachten (AFRC) van Koroma werd geen plaats ingeruimd.

Of het trio werkelijk bereid is de staatsmacht te delen en, sterker, democratie in Sierra Leone weer een kans te geven, valt nog te bezien. Wat negen jaar burgeroorlog in elk geval heeft geleerd is dat de regering en rebellen elkaar gewapenderhand niet op de knieën kunnen krijgen. Kabbah weet zich gesteund door de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten, die sinds begin 1998 de vredesmacht ECOMOG in Sierra Leone heeft gelegerd. Maar de rebellen heersen in het noorden en het oosten waar ze de diamantmijnen controleren die het geld genereren voor hun eindeloze strijd.

Misschien geloven president en guerrillaleiders dat ze elkaar makkelijker kunnen uitschakelen met politieke middelen dan met geweld. Zeker is dat ze in de hoofdstad Freetown blufpoker spelen. Hun wederzijdse achterdocht wordt weerspiegeld door de kranten. Waarom heft president Kabbah de noodtoestand niet op die hem vergaande bevoegdheden geeft om tegenstanders op te pakken, vraagt The New Citizen zich af. ,,Dat past niet bij de geest van verzoening die het Vredesakkoord van Lomé suggereert. (..) Of wordt er misschien een valkuil gegraven?''

De Democrat Newspaper waarschuwt in een hoofdredactioneel commentaar voor mogelijk dubbelspel van Sankoh. Want waarom hebben zijn manschappen nog steeds geen begin met de ontwapening gemaakt? ,,Het verlangen van Sankoh om Sierra Leone te leiden blijft onverminderd. (..) Sankoh is bezig tijd te rekken in de hoop dat er iets vreselijk mis gaat in Sierra Leone. Deze man heeft een verborgen agenda die in de kiem moet worden gesmoord.''

De uitvoering van het vredesakkoord verloopt veel langzamer dan voorzien was. Onduidelijk blijft of die vertraging voortkomt uit onwil of omzichtigheid.

Het begon al met de maandenlange weigering van Sankoh en Koroma terug te keren naar Sierra Leone. Daardoor kon geen regering van nationale eenheid worden gevormd, zoals in het vredesplan was afgesproken.

Ook de overeengekomen mobilisatie van rebellen bleef achterwege zolang Sankoh daartoe niet hoogstpersoonlijk en ter plaatse de opdracht toe gaf.

Eerst zei Sankoh dat hij zijn leven niet zeker was in Sierra Leone, daarna ging hij op beleefdheidsbezoek bij zijn jarenlange bondgenoot, de Libische leider Gaddafi, en ten slotte moest ook zijn onenigheid met rebellenleider Koroma nog worden bijgelegd. Uiteindelijk zwichtte hij toch voor de toenemende druk van zijn Togolese gastheren en van zijn oude vriend, ex-rebellenleider Charles Taylor, tegenwoordig president van Liberia.

Op 3 oktober vlogen Sankoh en Koroma samen vanuit Liberia met een Nigeriaans regeringsvliegtuig naar Freetown waar ze zich lieten verwelkomen als bevrijders. President Kabbah sprak van ,,een symbolische gebeurtenis die het volk laat zien dat de oorlog definitief tot het verleden behoort''.

Even viel Sankoh uit zijn rol van grote verzoener toen een verslaggever herinnerde aan het bloedbad dat hij heeft aangericht. Bij tienduizenden burgers werden armen, benen, handen of voeten afgehakt, ook bij kinderen. Tienduizend kinderen werden ontvoerd, de jongens om ze onder invloed van drugs tot soldaten om te scholen, de meisjes om ze te verkrachten of ze te gebruiken als slaven op het land. Veelzeggend waren de namen die de rebellen hun offensieven gaven. Zoals Operation Burn House. Of Operation Pay Yourself, die het plunderen legitimeerde. Of Operation No Living Thing. De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch schreef in een rapport over ,,de ergste oorlogsmisdaden die we waar ook ter wereld hebben gezien''. Maar op de aantijging van de verslaggever reageerde Sankoh als de vermoorde onschuld. Fel en afgemeten. ,,Wij kidnappen geen mensen. Wij slachten geen mensen. Wij redden ze.''

De afgelopen weken hebben Sankoh en Koroma onophoudelijk de verzoening gepreekt. Koroma bezocht het Kamp van de Geamputeerden in Murray, waar veel verminkte slachtoffers van de rebellen wonen, en hij huilde bij het zien van een dertienjarig meisje dat beide armen had verloren. Hij bezwoer dat hij zulke wandaden had proberen te voorkomen. Sankoh en Koroma lieten zich tot leden van de Nationale Commissie voor Ontwapening, Demobilisatie en Reïntegratie benoemen. Samen begonnen ze vorige week aan een rondtocht door een oerwoud om hun rebellentroepen ervan te overtuigen dat ze moeten meewerken aan het vredesakkoord.

De Verenigde Naties beslissen waarschijnlijk nog deze maand om een vredesmissie naar Sierra Leone te sturen die moet toezien op naleving van dat vredesakkoord. Rechtvaardig kan zo'n vrede niet zijn die moordenaars vrijpleit en zelfs beloont. Maar elke vrede is voor de burgerbevolking beter dan voortzetting van de gruwelijkheden. Aan de `smerigste oorlog van Afrika' kan niet op een schone manier een eind worden gemaakt.