Het getto van Shanghai

In hoeverre namen de Japanners in de Tweede Wereldoorlog het antisemitisme van de nazi's over? De vraag of ook zij jodenhaters moesten worden, leidde in Japan aanvankelijk tot grote verdeeldheid, maar de stroming die niets moest hebben van antisemitisme kreeg spoedig de overhand. Niet omdat Japanners iets met joden hadden, maar omdat blank racisme in Japan werd verworpen. De Japanners wisten al te goed dat het mongoolse ras door de Duitsers ook minderwaardig werd bevonden. Keizer Wilhelm had daar meer dan eens blijk van gegeven. In die visie zijn Japanners en joden dus lotgenoten, want beide slachtoffer van blanke rassenwaan.

De niettemin dubbelzinnige houding van Japan jegens de joden komt vooral naar voren in de fascinerende geschiedenis van het getto van Shanghai waar in 1941 bijna 30.000 joden woonden. Kolonel Josef Meisinger, Gestapo-vertegenwoordiger in Tokio, klopte in juli 1942 aan bij het Japanse gezag in Shanghai met een plan voor de `definitieve oplossing voor het jodenprobleem in China'. Hoe de Japanners hierop reageerden zal waarschijnlijk nooit bekend worden, maar duidelijk is wel dat voor een `Aziatische shoah' weinig enthousiasme bestond. De Japanners konden hun Duitse bondgenoot echter ook niet helemaal in de kou laten staan en daarom richtten zij in februari 1943 een joods getto in. Alle `statenloze vluchtelingen' kregen het bevel daar intrek te nemen.

Het leven in het getto viel niet mee, maar bijna alle joden overleefden de oorlog. Het grootste drama in het getto had plaats op 17 juli 1945 toen 31 mensen omkwamen in een mislukt bombardement van de Amerikanen.

Het Joodse getto is nog deels intact en ligt in het noordelijke deel van het stadscentrum recht boven de Huangpu-rivier. De smalle straatjes en hofjes met in de drek spelende Chinese kinderen, ambulante meloenverkopers en overdekte markten zorgen ervoor dat je waarschijnlijk nergens ter wereld dichterbij de sfeer van een joods getto kunt komen dan hier. Shanghai-joden die in de jaren tachtig vanuit de VS terugkeerden naar hun geboortehuis, troffen vaak de mezoeza nog aan (een gebedsrolletje in een busje in een uitsparing van de deurpost).

De joden kwamen naar Shanghai in drie golven: eerst de Iraakse golf, de `Bagdadi's' (de schatrijke handelsfamilies Sassoon, Hardoon en Kadoorie behoorden tot deze groep). Daarna Russen die vanaf 1900 vluchtten voor de pogroms. En ten slotte de Europeanen (vanaf 1933) die Shanghai bereikten per boot vanuit Triëst in Italië, een reis die 23 dagen duurde.

In het getto (waar in 1994 een Joods monument werd onthuld) staan veel huizen nog overeind, maar de joodse sporen zijn uitgewist. Dat geldt zeker niet voor andere plaatsen in de metropool. Zo is een van de hoogtepunten een bezoek aan het hoofdkantoor van het voormalige Sassoon-handelsimperium, nu het Peace-hotel. Het gebouw is grotendeels onveranderd en in de bankersclub op de bovenste etage (fabuleus uitzicht over de rivier en de beroemde Bund) kun je gemakkelijk wegdromen naar de tijd van schimmige opiumdeals, mooie courtisanes en spionnen van diverse geheime diensten. Ook de Ohel Rachel-synagoge (gesticht door een Sassoon) staat nog overeind. Het gebouw, geheel met klimop begroeid, staat nu midden tussen de torenhoge wolkenkrabbers in het zakendistrict van Shanghai. Een bord meldt: `Shanghai Municipal Afforestration Department', maar de toegang wordt afgesloten met een dikke hefboom. We lopen niettemin door. Tevergeefs: al spoedig worden we in de kraag gegrepen door enkele boos kijkende soldaten met honden. Onze pogingen om uit te leggen dat we zijn geïnteresseerd in de geschiedenis van het gebouw stuiten op onbegrip dan wel hoongelach. Bezoek, dat is overduidelijk, is hier absoluut niet gewenst.

Na 1945 zijn de joden uit Shanghai vertrokken, vooral naar Israel en de VS. De relaties tussen Israel en China zijn thans moeizaam, vooral wegens Israels steun aan India, traditioneel China's aartsvijand. Daarom kom je nu in Shanghai zelfs geen Israelische toeristen tegen zoals elders in Azië. De joodse erfenis is met huid en haar door China opgeslokt.