Gesubsidieerde banen

Werkgeversvoorzitter Blankert heeft gelijk wanneer hij zegt dat de subsidies voor arbeidsplaatsen krachtens de Wet Inschakeling Werkzoekenden en de Melkert 1-regeling niet nodig zijn (NRC Handelsblad, 13 oktober). Er zijn personeelstekorten in de bedrijven, terwijl onder WIW'ers en melketiers grote aantallen werknemers met een lager en middelbaar opleidingsniveau zijn te vinden.

Tegelijk demonstreert de heer Blankert een ronduit bizar gebrek aan kennis van de arbeidsvoorwaarden voor deze groep. Hij meent dat de mensen in die banen blijven `omdat men geen financieel voordeel ziet in een normale baan', en dat `de financiële prikkel om een baan in de markt te aanvaarden moet worden vergroot'.

Krachtens de subsidieregelingen mag aan de betrokken werknemers het wettelijk minimumloon worden uitbetaald naar rato van de gewerkte uren, met een uitloopmogelijkheid tot 120 procent van het minimum. Het aantal gewerkte uren is volgens dezelfde regelingen 32 uren per week. De mensen krijgen dus minder dan het minimum.

Uit het onlangs verschenen SP-rapport `Gevangen in banenplannen' blijkt dat de stijging tot 120 procent pijnlijk langzaam verloopt. Melketiers doen er meestal drie of vier jaren over. WIW'ers bereiken het maximum in tien jaren, als tenminste de CAO wordt nageleefd. Heel vaak krijgen mensen geen vergoeding voor onregelmatige diensten, overwerk of onkosten. Tegelijk zien ze bij dezelfde werkgever collega's met een normale baan hetzelfde werk doen voor veel meer loon en toeslagen. Per gesubsidieerde arbeidsplaats worden per jaar enkele duizenden guldens extra subsidie gegeven voor de aanschaf van werkkleding en productiemiddelen, en voor scholing; dit geld verdwijnt vrijwel geheel in de kas van de werkgever.

De grootste grief van WIW'ers en melketiers is dat ze niet kunnen doorstromen. Daarvoor zijn twee oorzaken aan te wijzen. De eerste is dat werkgevers geen vlek of rimpel kunnen velen bij hun personeel. Een tijd werkloos, een uitkering, alleenstaande moeder met kinderen, een gesubsidieerde arbeidsplaats: werkgevers vinden het maar een eng idee om zo iemand in dienst te nemen. De tweede oorzaak is dat de Arbeidsvoorziening, de gemeenten en de werkgevers die de subsidie innen, het totaal laten afweten voor wat betreft de bemiddeling naar een normale baan. Zonder gêne profiteert men jaar in, jaar uit van deze goedkope arbeidskrachten.