EU moet Rusland omarmen

De inval van Russische troepen in Tsjetsjenië onderstreept de wanhoop en het gebrek aan perspectief in de Russische samenleving. De crisis komt op een moment waarop de campagne begint voor de parlementsverkiezingen in december en de kandidaten voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar zich warmlopen. De speculaties over verbanden tussen het een en het ander zijn niet van de lucht. De politieke elite toont door haar optreden in Tsjetsjenië haar daadkracht. Dat er geen bewijs is dat de aanslagen gepleegd zijn door Tsjetsjenen, doet er niet toe; dat de Tsjetsjeense president wanhopig aandringt op een politieke oplossing evenmin.

Dat nu het probleem van het terrorisme niet wordt opgelost en de discussie is lamgelegd over de oplossing van de immense problemen van het land, lijkt van geen belang. Daar gaan de verkiezingen volgens veel Russische politici niet over. In het Sovjet-verleden is hun geleerd dat politiek identiek is aan macht, niet dat zij dient om problemen op te lossen. In dit sombere klimaat kijken veel Russische intellectuelen met hoop en vrees naar Europa. Zij vrezen dat de huidige situatie ertoe leidt dat Europa zich van Rusland afkeert. Zij hopen echter dat Europa niet zo kortzichtig is en Rusland uitnodigt zich tot Europa te bekennen.

Sommige van de vroegere `bondgenoten' van de Sovjet-Unie worden nu geïntegreerd in de NAVO en het Verenigde Europa. De EU heeft ook de andere landen uit het vroegere Oostblok en de Balkan uitgenodigd toe te treden. Dat is terecht. Al deze landen behoren evenzeer tot Europa als Frankrijk en Duitsland. Rusland en de Oekraïne hebben wel een `speciale relatie' met de EU maar werden niet uitgenodigd op termijn lid te worden.

De oude en nieuwe angsten van West-Europa voor Rusland zijn zeer begrijpelijk. Het is echter aanzienlijk gevaarlijker de landen uit de voormalige Sovjet-Unie, en zeker Rusland, aan hun lot over te laten en hun dit historische perspectief te ontnemen. De jongere generatie in Rusland wil vandaag weten voor welke idealen zij zich kan inzetten en welke realistische wegen daartoe openstaan. Krijgen zij de mogelijkheid mee te werken aan het vredesproject van de Europese eenheid of worden zij veroordeeld tot bestrijding van interne en externe `vijanden' van Rusland? Een signaal vanuit Europa is dan ook belangrijk. Het kan het verschil betekenen tussen terug naar het verleden en op naar de toekomst.

Als de EU zich afsluit van Rusland, versterkt dat het slachtoffergevoel van veel Russen en ontstaat een nieuwe tweedeling die stabiliteit en vrede in Rusland en Europa kan ondermijnen. De weg naar integratie in Europa biedt Rusland een perspectief op de toekomst waardoor geweld voorkomen kan worden. Europa dient elk initiatief uit de Russische samenleving gericht op vrede, democratie en internationale stabiliteit krachtig aan te moedigen en elke stap van de politieke elite op weg naar militarisering, oorlog en een gesloten samenleving doeltreffend af te straffen.

Dat betekent in de huidige situatie dat de EU aan de Russische samenleving en politici duidelijk moet maken dat de deur naar Europa openstaat als men kiest voor een beleid dat de grondslag van de Europese samenwerking - bevorderen van vrede en stabiliteit in Europa - versterkt. De Russische regering dient echter evenzeer te weten dat zij geen enkele steun vanuit Europa krijgt als zij die grondslag ondermijnt door voort te gaan met de oorlog in Tsjetsjenië.

Etienne de Jonghe is secretaris van Pax Christi Internationaal,Victor Kogan-Yasny is politiek analist en mensenrechtenactivist in Moskou en Ben Schennink is medewerker van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken van de Katholieke Universiteit Nijmegen.