De geest spartelt tegen

,,Zijn karakter is zijn grootste obstakel op weg naar het sterrendom.'' Dit schreef collega Poul Annema in de Volkskrant. Het betrof Patrick Kluivert, die zeer onlangs tijdens Barcelona-Real Madrid uit het veld werd gezonden wegens belediging van de scheidsrechter. Over Johan Cruijff ging vroeger het verhaal dat hij ongeveer hetzelfde had gezegd tegen een Spaanse arbiter en prompt naar de kleedkamer werd gezonden, zonder dat hij wist wat dat moeilijke en nog onwennige Spaans eigenlijk betekende. Voor Kluivert kon dat niet gelden. Die is al even in Barcelona. Het is waar – wat door een incident als dit dreigt vergeten te worden – dat dezelfde Kluivert als voetballer de laatste tijd sterk vooruit is gegaan. Hij laat zich niet meer wegspelen, gebruikt zijn lichaam goed in de persoonlijke duels en is, kortom, de betere kant van Bergkamp, die fletser lijkt te worden. Bovendien is Kluivert zes jaar jonger: 23 is een ideale leeftijd om nog beter te worden.

Maar de geest spartelt tegen. In Football against the enemy, het voortreffelijke boek van Simon Kuper, las ik over de dwarste, gekste, onmogelijk te temmen Engelse voetbalcrack Paul Gascoigne. Een man van het volk en het volk weet dat. Hij bestrijdt de continentalen zonder één van hen te worden. Talen spreekt hij niet, nauwelijks Engels en geen Italiaans, hoewel hij een paar seizoenen voor Lazio heeft gespeeld. Intussen weten de Engelsen, dat Gazza volkomen gek is. Hij liet zich fotograferen met een ongeklede collega, wiens klok-en-hamerspel hij in de hand hield. Hij gaf zijn vorige echtgenote de ene aframmeling na de andere, meestal in een restaurant. Ooit blesseerde hij zichzelf tijdens een Cup Final, want vaak doet hij aan zelfvernietiging. Huilen in het openbaar doet hij net zo gemakkelijk als ademhalen. Toen hij voor Newcastle United speelde, waar Jack Charlton toen manager was, kreeg hij een schrobbering omdat hij te dik was. Hij barstte in tranen uit en Charlton, uiterlijk een harde maar met sentimentele inslag, hield het evenmin droog. ,,De jongen heeft een moeilijke jeugd gehad'', zei hij. Dat was waar, maar nauwelijks to the point. Gazza's vader was 20 jaar lang werkloos, maar de zoon verdiende gaandeweg goudgeld, zonder te weten wat hij ermee moest doen. Het dreigt met Gascoigne verkeerd af te lopen. Geen geregeld leven, geen conditie meer en altijd omringd door schandaaltjes.

Maar wat kon hij voetballen! Nooit zal ik die manoeuvre vergeten tijdens het Europees kampioenschap in 1996: hij ving de bal met links op en zonder dat het leer de grond raakte schoot dit wonderlijke genie de bal met rechts in de hoek. Zo'n man vergeef je veel en op dat moment zelfs alles. Nu valt Kluivert niet in alles te vergelijken met de dwaas van Gateshead. Maar terwijl de Engelsman vermoedelijk al niet meer te redden is, moet de Nederlander nog te helpen zijn. Een beetje recalcitrant is toegestaan, maar te veel rode kaarten en andere uitspattingen bederven zijn carrière, tenzij hij leert dat beheersing een uitstekende karaktereigenschap is. Sterke coaches in zijn omgeving kunnen daartoe bijdragen. Al zal het vooral van Kluivert zelf moeten komen.