Wapenbeheersing vereist nieuwe initiatieven

De verwerping van het kernstopverdrag door de Amerikaanse Senaat moet voor Europa een impuls zijn om zijn veiligheidspolitiek beter te organiseren, vindt Bert Koenders. Vooral nieuwe initiatieven op het gebied van kernwapenbeheersing zijn dringend gewenst.

De verwerping van het kernstopverdrag door de Amerikaanse Senaat betekent niet alleen een zware nederlaag voor president Clinton. Veel belangrijker zijn de consequenties voor het mondiale stelsel van verdragen tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en dus voor de veiligheid van de wereld. Het is onwaarschijnlijk dat het kernstopverdrag toekomst heeft zonder de steun van de sterkste kernwapenmacht ter wereld. Dit betekent een enorm risico voor de toekomst van het nonproliferatieverdrag, het chemische wapenverdrag en de biologische wapenconventie. Juist daarom is het van groot belang dat nieuwe initiatieven worden genomen. Ook Nederland kan daarbij een rol spelen.

De weigering van de Senaat om het verdrag te aanvaarden geeft een verkeerd signaal naar andere landen die over kernwapens beschikken en het verdrag nog moeten ondertekenen of ratificeren. Het heeft tevens zijn uitwerking op de naleving van het non-proliferatie verdrag (NPV). Staten die hebben ingestemd met de verlenging van het NPV zullen zich minder geroepen voelen zich aan dit verdrag te houden, als de belangrijkste kernmachten weigeren het kernstopverdrag te ondertekenen.

De opstelling van de Senaat is daarom juist nu een verkeerd signaal. Helaas past deze in een groeiende tendens in de Amerikaanse buitenlandse politiek om meer nadruk te leggen op de eigen bewegingsvrijheid en minder op internationale samenwerking en traditioneel idealisme. Daarbij valt op dat een meer internationalistisch gerichte president in zijn beleid meer en meer de gevangene wordt van binnenlandspolitieke motieven in de Senaat. De groeiende unilaterale opstelling vloeit ook voort uit de Amerikaanse superioriteit op militair en technologisch gebied. Vanuit die houding ontstaat ook het streven naar onkwetsbaarheid dat zijn weerslag vindt in de ideeën van een beschermend ruimteschild (SDI) nieuwe stijl. Dat dit streven in strijd is met het ABM-verdrag is voor de voorstanders van een beschermingssysteem tegen raketten van minder belang. Het unilateralisme van vooral de Republikeinen ligt ook ten grondslag aan het verzet tegen het Internationale Strafhof en tegen betalingen van de schulden aan de Verenigde Naties.

Deze houding is onwenselijk omdat alleen naar de positie van de Verenigde Staten wordt gekeken. De consequenties voor de internationale gemeenschap worden daarbij niet betrokken, terwijl juist de dominante positie van de Verenigde Staten hun een extra verantwoordelijkheid geeft in de internationale politiek. Er begint een reële dreiging te ontstaan dat de cyclus van unilateralisme en internationalisme in de Amerikaanse buitenlandse politiek van voren af aan begint.

Europa moet zijn veiligheids- en buitenlandse politiek veel sterker en beter organiseren om de negatieve effecten van unilaterale tendensen in de Amerikaanse buitenlandse politiek op te vangen. Tegelijkertijd moet men meer invloed aanwenden om het getij een volgende keer wel te kunnen helpen keren. Europa en de VS moeten afspraken maken om gezamenlijk op te treden voor de internationale rechtsorde en de veiligheid in de wereld. Dat zal een langere weg zijn.

Het is van belang dat zo spoedig mogelijk een politieke agenda wordt geformuleerd om de negatieve consequenties van de Senaatsbeslissing voor internationale wapenbeheersing te verminderen. Ook van Nederland, als lid van de Veiligheidsraad en daarnaast als land dat in de persoon van ambassadeur Ramakers een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van het kernstopverdrag, mogen daarbij initiatieven worden verwacht. Die initiatieven moeten inspelen op eerdere vooruitgang op het gebied van nucleaire wapenbeheersing en beginnende initiatieven van de Verenigde Staten, Rusland en het Internationale Atoomagentschap.

Daarbij is cruciaal dat het kernstopverdrag niet dood wordt verklaard, maar dat nieuwe pogingen worden ondernomen om tot ratificatie te komen. India, Pakistan en Noord-Korea hebben al wel de belangrijke eerste stap van ondertekening gemaakt. Het is daarom nodig dat met spoed meer vertrouwenwekkende maatregelen worden genomen.

Een van de mogelijkheden die Nederland heeft is om samen met landen als Canada, Noorwegen en Duitsland actief te onderhandelen met de zogeheten New Agenda Coalition. Deze groep van landen, met onder meer Zweden, Ierland en Zuid-Afrika, heeft een agenda geformuleerd voor nucleaire wapenbeheersing. Tijdens de stemming over een vorige resolutie van deze groep landen tijdens de Algemene Vergadering in 1998 onthielden twaalf NAVO-lidstaten, waaronder Nederland, zich van stemming. De drie kernwapenmachten binnen de NAVO en Turkije stemden tegen. De resolutie waarover nu onderhandeld wordt, lijkt voor NAVO-landen acceptabeler, zeker gezien de ontwikkelingen terzake van het kernstopverdrag is een positief signaal op het gebied van nucleaire wapenbeheersing zeer belangrijk. Nederland dient zich dan ook actief en zichtbaar in de onderhandelingen op te stellen om deze keer een positieve stem mogelijk te maken.

Daarnaast is het van belang dat het kabinet zich inzet voor een duidelijk signaal van de NAVO, waarbij uitvoering gegeven wordt aan een vorig jaar in de Kamer aangenomen motie over actualisering van de nucleaire strategie en de politiek-militaire rol van kernwapens, alsmede versterking van de nucleaire wapenbeheersingsregimes. In het bijzonder met de Duitse regering zouden hier initiatieven moeten worden genomen. Tevens is het noodzakelijk de Geneefse ontwapeningsonderhandelingen een nieuwe impuls te geven en op te roepen tot daadwerkelijke START-III-onderhandelingen en het uit de alert-status halen van het nucleaire wapenarsenaal. Ook dat is een belangrijke vertrouwenwekkende maatregel.

Op korte termijn zal zichtbaar moeten worden dat stagnatie bij de ondertekening van het kernstopverdrag geen einde bericht is. Dan kan er weer een bredere agenda gevormd worden voor beheersing van massavernietigingswapens samen met de belangrijkste spelers in de continenten van de wereld.

Bert Koenders is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de PvdA-fractie.

Wapenbeheersing

In het artikel Wapenbeheersing vereist nieuwe initiatieven (in de krant van maandag 18 oktober, pagina 9) stond dat India, Pakistan en Noord-Korea het kernstopverdrag hebben ondertekend. Er had echter moeten staan dat deze landen de belangrijke eerste stap van ondertekening nog niet hebben gezet.