VS: Rusland helpen bij radartechnologie

De Amerikaanse regering heeft Rusland hulp aangeboden bij de voltooiing van een grote radarinstallatie die de bewegingen van vijandelijke raketten volgt. In ruil daarvoor moet Moskou instemmen met de wijziging van een belangrijk wapenbeheersingsverdrag, zodat Amerika een nationaal systeem tegen inkomende raketten kan bouwen.

Dit hebben Amerikaanse regeringsfunctionarissen bevestigd, nadat The New York Times er gisteren over had bericht. Volgens de krant maakt het voorstel deel uit van een intensieve Amerikaanse campagne om de fundamenten te leggen voor een verdediging tegen potentiële raketaanvallen van Noord-Korea en andere landen.

Een dergelijke nationaal verdedigingssysteem tegen inkomende raketten is verboden onder het zogeheten ABM-Verdrag (Antiballistic Missile Treaty), dat de Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet-Unie in 1972 sloten. Dat verdrag kwam voort uit de vrees dat het nucleaire evenwicht tussen de twee supermachten verstoord zou raken als één van beide zo'n verdedigingssysteem zou weten te ontwikkelen.

Tot nog toe hebben de Russen geweigerd in te gaan op Amerikaanse verzoeken om het ABM-verdrag aan te passen. Maar dat heeft de Amerikanen er niet van weerhouden te beginnen met de technologische ontwikkeling van zo'n anti-rakettenschild, ook al is nog niet duidelijk of het ook werkelijk mogelijk is om een betrouwbaar systeem te maken dat binnenkomende raketten neerschiet.

Rusland heeft nog niet op het jongste Amerikaanse voorstel gereageerd. Vrijdag kondigde Moskou aan dat het samen met China binnen de VN steun wil mobiliseren tegen Amerikaanse pogingen om het verdrag te wijzigen. Rusland heeft noch de technologie om zelf een anti-raketsysteem te ontwerpen, noch het geld om er grootscheeps in te investeren.

Het nieuws over het Amerikaanse aanbod komt minder dan een week nadat de Senaat het verdrag verwierp dat kernproeven verbiedt. Beide ontwikkelingen laten zien, schreef The Washington Post gisteren, dat de wereld van de wapenbeheersing in beroering is.

,,We willen de Russische veiligheid niet verzwakken'', zei John Podesta, de stafchef van het Witte Huis, gisteren op de televisie. ,,We zijn erop uit de veiligheid van onze beide landen te vergroten, en dat kan enkele aanpassingen van het ABM-verdrag nodig maken.''

De Amerikaanse regering verzekert dat zij er niet op uit om is het ABM-verdrag op te zeggen. Maar nu de Koude Oorlog voorbij is, moeten de VS zich kunnen indekken tegen nieuwe dreigingen, zoals raketten uit Noord-Korea en Iran, zonder daarmee een nieuwe wapenwedloop met Rusland en China te ontketenen, aldus de regering-Clinton.

Washington hoopt de Russen gunstig te stemmen door verschillende vormen van samenwerking aan te bieden. Hulp bij de voltooiing van de grote Russische radar bij Irkoetsk zou al snel miljoenen dollars kosten. De Amerikanen hebben ook andere suggesties gedaan, zoals hulp bij verbetering van een Russische radarinstallatie in Azerbajdzjan, Russische bezoeken aan Amerikaanse radarstations, het uitwisselen van informatie van Amerikaanse radars, en gezamenlijke Amerikaans-Russische computersimulaties van anti-raketsystemen.

De regering zegt dat het pas in juni zal besluiten of ze doorgaat met de ontwikkeling van een anti-rakettensysteem. De eerste fase voorziet in de plaatsing in Alaska van honderd raketten die andere raketten moeten onderscheppen.

De Republikeinen zijn grote voorstanders van een raketafweersysteem, dat in de jaren tachtig in een andere vorm (gebaseerd in de ruimte) werd voorgesteld door president Reagan. Algemeen wordt aangenomen dat Clinton met het project verder zal gaan, al was het maar om vice-president Gore in diens campagne voor het presidentschap niet kwetsbaar te maken voor het Republikeinse verwijt de bescherming van het land niet serieus te nemen.