Tegendraads KVP'er

Ooit, in 1959, vestigde hij een formidabel parlementair record. Namelijk toen hij, onverkiesbaar geplaatst op de kandidatenlijst van de Katholieke Volkspartij, na een opzienbarende persoonlijke verkiezingscampagne toch met 91.000 stemmen - vier keer de destijds benodigde helft van de kiesdeler - in de Tweede Kamer gekozen wist te raken. Ooit, nog langer geleden, was zijn naam op ieders lip toen hij, in de tweede helft van de jaren veertig, voor het Bijzonder Gerechtshof verdediger was van de gewezen SS- en politiecommandant in Nederland, de gehate, ter dood veroordeelde en gefusilleerde Oostenrijker Rauter. Het vorige week op de leeftijd van 86 jaar overleden vroegere Tweede-Kamerlid (1952-1967) mr. Karel Th.M. van Rijckevorsel zei daarover later: ,,Ik heb Rauters misdaden niet goedgepraat, maar wel tot feitelijke en rechtens juiste proporties trachten terug te brengen.''

Van Rijckevorsel, geboren in 1913 in Vught en van 1939 tot 1963 advocaat in Den Haag, waar hij ook enkele jaren plaatsvervangend landsadvocaat was, mocht in meer opzichten een opmerkelijk man heten. Hij was als tegenstander van de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië lid van het Comité Rijkseenheid en kon de KVP daardoor in de jaren vijftig enigszins dienen als ,,hitteschild'' tegen de toenmalige Katholiek Nationale Partij, die tegen die overdracht was.

Carl Romme, destijds grote man in de KVP, zag niet zoveel in deze rechtse intellectueel. Romme had in 1952 al in kleine kring bezwaar gemaakt tegen de kandidatuur voor de Tweede Kamer van de volgens hem te ,,simpel-adelaardige' Van Rijckevorsel. Het partijvolk bleek in 1959 net zo te denken. Want hoewel de Tweede Kamer drie jaar daarvoor van honderd tot 150 leden was uitgebreid en de KVP op omstreeks een derde van dat aantal kon rekenen wisten de partijleden de onconventionele Van Rijckevorsel als zittend Kamerlid op de groslijst toch naar een onverkiesbare plaats te laten zakken. Wat het sein werd voor een groot KVP-gevecht tussen `links' en `rechts', waarbij Van Rijckevorsels voorkeursstemmencampagne werd gesteund door de religieuze Adelbert-stichting en een groep intellectuelen rondom de Nijmeegse hoogleraar Duynstee alsook de latere partijvoorzitter Aalberse. De campagne slaagde boven verwachting, ,,de rebel' Van Rijckevorsel kreeg de bijnaam `Karel de Stoute', voor de Telegraaf was hij zelfs `man van het jaar'.

In 1967 verliet hij de Kamer, hij ging leiding geven aan onroerend-goedbedrijf Levi Lassen, kwam in 1971 in de publiciteit als voorzitter van een staatscommissie-defensie en werd in 1974 lid van de Raad van State. Maar tegendraads bleef hij. Dat bleek in de jaren negentig toen hij als voorzitter van Haagse actiegroep De Kern Gewond vergeefs bezwaar maakte tegen aanleg van de inmiddels zeer omstreden tramtunnel.