Tanker van NOS-journaal zoekt nieuwe koers

Het NOS-journaal wil meer kleur in de uitzendingen en het wil vaker een uitsmijter als toetje. Gaat het roer om?

Twaalf minuten lang stond het NOS-Journaal deze zomer stil bij de ontdekking van Maxima, de nieuwe vriendin van de kroonprins. En de traditioneel nieuwsarme zomerperiode groeide uit tot een feature van drie minuten over, jawel, de komkommertijd.

Het oerdegelijke Journaal van de NOS wordt steeds vaker `opgeleukt' met zachte nieuwsonderwerpen aan het eind van de uitzending. Hoofdredacteur Nico Haasbroek spreekt zelf over een ,,lekker menu met een goed toetje''. De onderwerpen die het programma meer kleur moeten geven, staan vaak haaks op de gedegen en veelal brave verslaggeving die het Journaal, met anno 1999 dertien uitzendingen per dag, tot een van de meest gewaardeerde programma's op de Nederlandse televisie maakt. Maar die zachte onderwerpen, zo zegt Haasbroek, hebben wel degelijk een gunstige uitwerking op de publieke waardering voor het programma. Haasbroek: ,,Je ontkomt er niet aan verslag te doen van wat er op straat leeft. Ik ben een groot voorstander van de democratisering van het nieuws.''

Haasbroek erkent: het is niet eenvoudig om leuk te zijn, maar het moet wel. ,,Het talent om die items te maken helt op de redactie niet over. Maar het publiek vraagt er om en dat nemen we serieus. Zo verandert het product.''

Het NOS-journaal is een instituut en het heeft die positie jarenlang op de publieke omroepen moeten bevechten. Die strijd is voorbij. Op dit moment bereidt de NOS-Journaalredactie (200 mannen en vrouwen, begroting 60 miljoen gulden) zich voor op een nieuw kanaal met uitsluitend nieuws en achtergronden waarop de journaals ieder uur te vinden zijn. Ook wil het Journaal zich bij de nieuwe zenderindeling aanpassen aan de kleur van de drie kanalen: Nederland 1, familiezender met een levensbeschouwelijk randje, Nederland 2, het grote amusement en Nederland 3, vooruitstrevend en wat diepgravender.

Nico Haasbroek werd twee jaar geleden van Radio Rijnmond gehaald om het Journaal op te porren. Vanaf de eerste dag vond hij het op de bureaus in Hilversum allemaal te braaf. Hij daagde de redactie uit met tien stellingen. Eén daarvan luidt: ,,De aandacht moet bij het Journaal in de eerste plaats gericht zijn op kwaliteit en inhoud. Dat is in de praktijk niet zo.''

Hij vindt dat onder zijn leiding het Journaal minder Atlantisch is geworden, meer eigen nieuws brengt en het scala van onderwerpen heeft verbreed. ,,Twaalf minuten Maxima was misschien wat veel, maar iedere dag kent zijn eigen afweging en die dag was er nu eenmaal niet zoveel ander nieuws.''

De ervaren verslaggever Paul Grijpma, een van de weinige Journaal-medewerkers die het aandurven over hun werk te praten: ,,Haasbroek sprak ons aan op onze eigen verantwoordelijkheid. Dat was wel even wennen. Ook laat hij de redactie wel eens in vertwijfeling achter, omdat zijn humor niet altijd even goed wordt begrepen. Ik doe er mijn voordeel mee, maar er zijn jongeren die een echte chef als leider willen hebben. Dat is Nico niet. Hij stookt een vuurtje.''

Haasbroek: ,,Ik begrijp mijn eigen grappen soms maar half. Maar wil je een tanker maar een paar graden bijsturen, dan heb je heel wat middelen nodig. Een wat minder plechtige toon kan daarbij helpen; wat lol is niet weg.'' En over de kleuring van het Journaal: ,,Dat doen we nu al. Het zes uur Journaal is anders, makkelijker toegankelijk dan acht uur; en tien uur heeft meer economisch nieuws. Maar ik verzet me tegen journalistieke bijstand van de omroepen zoals Ton Verlind van de KRO onlangs aanbood. Zij moeten geen verkapt journaaltje willen maken. Ik ben bereid met ze samen te werken door af en toe een levensbeschouwelijke verslaggever in te zetten als het nieuws daar om vraagt. Verder zoek ik naar meer eigen duiding. Een dagelijks commentaar zou ik graag willen, maar dan krijg je weer bonje met de omroepen. Die grap aan het eind blijft, want dat maakt het verteerbaar.''

Fons de Poel van Netwerk, het programma vlak na het Journaal van acht uur, ziet nog niet veel veranderingen. ,,Ik heb zelden een verslaggever van de Haagse Journaalredactie een vraag horen stellen waar de geïnterviewde politicus van in verwarring raakt. En toch werkt dat om goede informatie te krijgen.'' Maria Henneman, voormalig sterreporter van het Journaal en nu chef bij Netwerk, noemt de uitzendingen onder Haasbroek zeer wisselvallig van kwaliteit. ,,Soms zijn ze tergend laat bij het breken van belangrijk nieuws. Dat ze met de nieuwe zenderindeling in staat zijn drie verschillende journaals te maken, daar geloof ik niet in. Wat je ziet, is dat ze zoekende zijn. Wil je lollig doen, dan moet je daar wel de goede verslaggevers voor hebben.''

Haasbroek is niet gevoelig voor kritiek. Zijn Journaal wordt goed gewaardeerd en daarom kiest hij voor ,,geleidelijke vooruitgang''. Hij geeft toe dat het een taaie materie is en dat zijn engagement hem meer dan eens in de weg zit. In Den Haag, waar hij de redacties van NOS-radio en -televisie gaat bundelen, worden zijn hervormingen alleen nog ,,op zijn Haags doorgevoerd. Je hebt daar met codes te maken en die doorbreek je niet zo snel. We kunnen daar nog scherper en actiever zijn.''

Rik Rensen heeft, als hoofd informatieve programma's van RTL, een concurrerend journaal gemaakt. Hij vindt dat het NOS-journaal te weinig bereid blijkt te zijn om te veranderen: ,,Bij de Golfoorlog en de dood van Diana had RTL een ruime voorsprong. Ze willen niet wennen aan die concurrentie. Hun buitenlandse correspondenten zie je alleen voor de hekken van de gebouwen waar de beslissingen worden genomen, maar het land intrekken om die politiek te vertalen en toe te lichten, dat zie je ze zelden doen. Ik ben me bewust dat het draagvlak op de redactie voor die aanpassingen moet groeien; anders gaat het mis.''

Met dat draagvlak zit het wel goed. De Journaal-verslaggevers zijn tevreden dat de twee sterreporters (Henneman en Arninkhof die over de gehele wereld uitzwermden) zijn verdwenen. Zij krijgen nu meer gelijke kansen bij de verdeling van de reisjes. Den Haag wacht de samenbundeling van krachten van NOS-radio en -tv met enig vertrouwen af, al is men niet geheel zeker over de koers van Haasbroek, en de bureauredactie in Hilversum is vooral jong. Voor iedereen geldt stelling 8 van Haasbroek: ,,Werken voor het Journaal is een voorrecht. In Albanië zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden voor journaal-medewerkers aanmerkelijk minder gunstig.''