Studie: markt voor milieu is vervuild

Opdrachtgevers kunnen door hen gewenste onderzoeksresultaten bij milieu-adviesbureaus kopen. Dit blijkt uit het onderzoek `Wie betaalt, bepaalt' van de Rotterdamse politie. De adviesbureaus laten economische belangen, zoals het behouden van een klant, zwaarder wegen dan milieuhygiënische belangen. Milieuadviesbureaus, laboratoria en ingenieurbureaus zouden zich laten gebruiken door opdrachtgevers.

Het rapport stelt dat de hele milieumarkt vervuild is. De betrokkenen hebben geen toezicht op elkaars handelen, de milieuregelgeving is complex en tegenstrijdig en de overheid controleert slechts op papier, zo concludeert M. van den Anker in het rapport. De studie is een vervolg op het onderzoek `Schijn bedriegt' van de Rotterdamse politie uit 1997. Hierbij werd de hergebruikersmarkt van afval onder de loep genomen, waarbij de twijfelachtige rol van de milieu-adviesorganisaties voor het eerst naar voren kwam.

De kans op ontdekking van overtredingen zou in deze branche kleiner zijn dan in andere sectoren van de criminaliteit, omdat het geld en het afval dezelfde kant op gaan. De kans op milieucriminaliteit is hierdoor groot, ook omdat de controle bij de branche zelf ligt. Over de omvang van milieucriminaliteit zegt het onderzoek niets.

Minister Pronk (VROM) wilde vanmorgen nog niet in detail op het rapport ingaan. Wel verklaarde hij dat de uitkomst van het onderzoek op ,,een slechte ontwikkeling'' wees. ,,Ik vind het belangrijk dat ondernemingen betrouwbaar zijn'', aldus Pronk. Voorts zei hij dat zijn departement nog druk bezig is de handhaving van de milieuregels meer gestalte te geven. Het ministerie wil dat zowel doen door de milieuregels aan te scherpen als door het uitbreiden van de bevoegdheden van de inspecterende instanties.

Volgens de Organisatie van Nederlandse Raadgevende Ingenieursbureaus (ONRI), waarbij dertig van de ongeveer honderd milieu-adviesbureaus zijn aangesloten, zouden de fouten die ,,nu eenmaal wel eens gemaakt worden'' niet bewust gemaakt worden, maar te wijten zijn aan de complexe regelgeving en een verschil in interpretatie bij onderzoek.