POLITIEMAN HOUDT GROTE SCHOONMAAK

Na een turbulente zomer, waarin bestuursleden elkaar naar het leven stonden en de club op de valreep uit de as herrees, leken ook de ijshockeyers van Nijmegen bevangen door een hardnekkige crisis. Uitgerekend tegen koploper Tilburg kwam de ommekeer.

Nog slechts tien seconden wijst de klok aan en de voorzitter weet niet hoe snel hij zijn mobiele telefoon uit zijn colbert moet vissen. ,,We hebben gewonnen!'' tettert Ruud van Heeringen in zijn gsm op het moment dat het eindsignaal klinkt. Om er zeker van te zijn dat zijn boodschap luid en duidelijk overkomt, herhaalt hij zijn woorden tot twee keer toe. ,,Niet te geloven, hé? Niet te geloven.''

Het is inderdaad nauwelijks te bevatten. Na een desastreuze competitiestart, met vier nederlagen op rij in de strijd om de nationale beker, volgt als een donderslag bij heldere hemel de ommekeer voor de ijshockeyers van Nijmegen, de trotse landskampioen die even tot het lachertje van de eredivisie dreigde uit te groeien. Maar nadat vrijdag Geleen al met 8-1 van het ijs is geveegd, zet de ploeg van trainer-coach Harry van Heumen twee dagen later koploper Tilburg in eigen huis voor schut: 4-9.

Een opsteker kan Nijmegen goed gebruiken na een van de zwartste bladzijden uit de clubgeschiedenis. Op sterven na dood bleek de regerend landskampioen toen de boekhouders afgelopen voorjaar de financiële huishouding van de Tigers aan een grondige inspectie onderwierpen. Van Heeringen, als directeur van hoofdsponsor Agio Huys tot dat moment slechts zijdelings betrokken bij het bestuurlijke wel en wee, was met stomheid geslagen toen hij vernam hoe broos het financiële raamwerk in werkelijkheid was. ,,Jarenlang reikten de bomen tot in de hemel, zonder dat iemand zich ook maar een moment heeft bekommerd om de onderbouw. Onbegrijpelijk, want ik heb altijd geleerd dat wie een gulden heeft maximaal negentig cent kan uitgeven.''

Onder leiding van Van Heeringens voorganger, Tom van Apeldoorn, bouwde de club een schuldenlast op van ruim drie ton, vooral door het lukraak aantrekken van spelers en coaches. Zo versleet Nijmegen in twee jaar tijd maar liefst vier trainers en een veelvoud aan (buitenlandse) spelers. Schuldeisers waren onder meer de Nederlandse ijshockeybond (NIJB), de gemeente Nijmegen en een plaatselijk hotel waar een coach, de Canadees Ivan Brown, bijna een half jaar vertoefde.

Het faillissement vormde de inleiding van een bizarre dorpsklucht waarbij de bestuursleden rollebollend over straat gingen en de een na de ander opstapte om vervolgens weer doodleuk terug te keren op het pluche. ,,Een hedendaagse versie van een oud-Hollands spelletje: zakdoekje leggen, niemand zeggen'', in de woorden van Van Heeringen, die uiteindelijk op verzoek van de spelersgroep het heft voorgoed in handen nam en ,,de financiële doorstart'' forceerde.

Hoe verleidelijk dat ook is, Van Heeringen weigert in details te treden over de achtergronden van de bestuurscrisis. ,,Bladen als Story en Privé teren op dit soort smeuïge affaires. Maar wat schiet ik ermee op om nu de vuile was buiten te hangen? Niets toch? Je kan mest maar één keer uitrijden, zeg ik altijd maar. Dan stinkt het een paar dagen, maar na verloop van tijd klaart de lucht weer op.''

Zijn gram haalde Van Heeringen (38) vorige maand al tijdens de teampresentatie, toen hij op subtiele wijze een aantal oud-bestuursleden op de hak nam. Hoe dan ook, en dat telt volgens de voorzitter, hij kwam als overwinnaar uit de strijd. Zij het niet zonder kleerscheuren. Zijn onbuigzame optreden leverde hem een legertje vijanden op. Maar daarover zegt de oud-politieman zich geen zorgen te maken. ,,Ik ben geen voorzitter om aardig gevonden te worden. Als het moet, dender ik als een olifant door de porseleinkast. Daarbij wil weleens wat sneuvelen. Dat moet dan maar. Links of rechts ken ik niet. Dwars door het midden, recht op het doel af – dat is mijn stijl.''

De bestuurlijke ellende vertaalde zich op het ijs, waar Nijmegen tot afgelopen vrijdag een machte- en krachteloze indruk maakte na een voorbereiding die door alle bestuurlijke beslommeringen nauwelijks een week in beslag nam. Vooral de dreun die aartsrivaal Tilburg ruim anderhalve week geleden uitdeelde, een 9-1 overwinning in Nijmegen nota bene, kwam hard aan. Zo hoog liepen de frustraties over het eigen falen op dat de strafbank bijna permanent bezet was, getuige de 56 strafminuten die Nijmegen mocht uitzitten.

Van Heeringen sprak de selectie na afloop van de zeperd vermanend toe. Het moest afgelopen zijn met het gedonder, zo hield hij zijn spelers voor. Zijn credo: ,,Nijmegen moet het ijshockey weer verkopen. Het vertrouwen van het bedrijfsleven en de supporters terug zien te winnen. Dat doe je niet door als een dolle om je heen te slaan.''

Trainer-coach Van Heumen kan die woorden slechts beamen. De oorvijg die Tilburg onlangs uitdeelde, beschouwt de oud-international als een incident. ,,Een vrachtwagen op weg naar het slachthuis waarvan de remmen het begeven hebben'', zo typeert hij de afstraffing. Geen moment beweert Van Heumen de afgelopen weken in paniek te zijn geweest. ,,Deze jongens kunnen ijshockeyen, daar ligt het niet aan. Het enige waar het aan ontbrak, was wedstrijdritme. Na zes duels zijn we nu langzaam maar zeker op toeren gekomen.''

Het faillissement van Nijmegen viel samen met het moment dat de NIJB besloot om het roer maar weer eens om te gooien. In een zoveelste verwoede poging het niveau omhoog te krikken en de aansluiting met de mondiale top te (her)vinden verlegde de bond, na overleg met de clubs, het accent afgelopen voorjaar naar de jeugd. Zo zag de Toekomstliga het levenslicht, een competitie voor jeugdig talent onder leiding van oud-topspelers als ex-international Ron Berteling. Het convenant waarin alle afspraken een maand geleden werden bekrachtigd, kreeg de veelbelovende titel De Uitdaging Aanvaard mee.

In de nieuwe eredivisie, Superliga geheten, komen dit seizoen zeven in plaats van zes clubs uit: de oude bekenden (Amsterdam, Nijmegen, Den Haag, Tilburg en Heerenveen) aangevuld met Geleen en Den Bosch. De nieuwkomers nemen de plaats in van het Belgische Deurne, dat de afgelopen drie jaar voor spek en bonen meekrabbelde in de hoogste afdeling van het Nederlandse ijshockey. Doel van de herstructurering is, zo benadrukken bestuurders van de NIJB, de eredivisie zo snel mogelijk uit te breiden naar tien of elf, kwalitatief gelijkwaardige teams.

Om dat te bewerkstelligen kwam de NIJB met de clubs overeen om het aantal buitenlanders – imports in ijshockeyjargon – terug te brengen van zeven naar vijf spelers per club. Maar zoals wel vaker in de ijshockeysport zijn de verenigingen de afspraken vergeten zodra de competitie begint. Amsterdam voegde vorige week een zesde import toe aan de selectie, de Wit-Russische international Aleksej Tsitavets.

Van Heeringen onderschrijft de doelstellingen van de NIJB van harte. Jeugdig talent inpassen is de opdracht die hij coach Van Heumen heeft meegegeven bij diens aanstelling. Deels uit financiële overwegingen herbergt de selectie vier jeugdspelers die, zoals gisteren tegen Tilburg, zoveel mogelijk speelminuten krijgen van Van Heumen. Speciaal voor deze groep werd oldtimer Danny Cuomo, 44 jaar inmiddels, bereid gevonden om op te treden als speler-mentor.

Bereidwillig bleken de Nijmegen-spelers toch al. Zo was aanvaller Tommy Speel zo vriendelijk zijn salariseisen af te zwakken toen een week voor het begin van de competitie bleek dat de nieuwe stichting onvoldoende geld kon genereren. Van Heeringen wist niet wat hij hoorde toen de international zich bij hem meldde. ,,Tommy is uit het juiste hout gesneden. Een jongen voor wie het een eer is om voor deze club te mogen spelen. Zo zie ik het graag.''