`Noten vaak decoratie bij het ritme'

Voor de opname van zijn zesde album als bandleider nodigde Michael Brecker drie sterdrummers uit. Volgens de tenorsaxofonist draait het in de jazz immers allemaal om timing. ,,De beat is wat jazz tot leven brengt.''

Jazz-muzikanten zijn grofweg in te delen in twee categorieën. De eerste categorie bestaat uit vroegrijpe virtuozen met huizenhoge geldingsdrang en een bijpassend groot ego. De tweede wordt gevormd door dienstbare, zichzelf wegcijferende types die liever als sideman in de schaduw van een grootheid opereren dan dat ze zelf op de voorgrond treden. De Amerikaanse tenorsaxofonist Michael Brecker (Philadelphia, 1949) behoort zonder twijfel tot die laatste groep. Hoewel hij al meer dan dertig jaar muzikaal actief is en meewerkte aan meer dan 500 opnamen, is Time is of the essence, dat vandaag uitkomt, pas zijn zesde solo-album.

Brecker erkent een creatieve laatbloeier te zijn. ,,Toen ik op mijn negentienjarige begon als professioneel muzikant, had ik niet het idee dat ik iets had te vertellen. Ik denk dat veel jonge muzikanten te vroeg een platendeal aannemen terwijl ze er muzikaal nog niet aan toe zijn. Zelf voelde ik me pas op m'n 37ste echt klaar voor een solo-debuut. Maar misschien ben ik gewoon een langzame leerling.''

Die laatste opmerking is typerend voor de bescheidenheid van de saxofonist, die in de afgelopen drie decennia de standaard zette voor het tenorgeluid. Brecker koppelt de lyriek van Stan Getz aan de rauwe weemoed van rhythm&blues-saxofonisten als Junior Walker en King Curtis. Hij blaast zijn glasheldere, bijna metalige klanken met een kracht en souplesse die een paar longen ter grootte van doedelzakken doen vermoeden.

Als sideman heeft Brecker bewezen vrijwel alle denkbare stijlen te beheersen, van strikte bebop en avantgarde tot rock en fusion. Hij speelde niet alleen samen met jazz-grootheden als Horace Silver, Charles Mingus, Herbie Hancock, Chet Baker en Dave Brubeck, maar begeleidde ook de popmuzikanten John Lennon, Frank Zappa, Bruce Springsteen en Joni Mitchell. Bovendien gold de saxofonist in de jaren zeventig, toen hij samen met zijn trompetspelende broer Randy furore maakte als The Brecker Brothers, als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de fusion.

Maar van die muzieksoort moet Brecker nu niets meer hebben. ,,In het begin van de jaren zeventig was het combineren van jazz-harmonieën en rockritmes iets nieuws en opwindends. Tien jaar later is het echter verworden tot een formule. Wat men nu `smooth jazz' of `easy listening' noemt, interesseert mij totaal niet. Het is nooit onze bedoeling geweest dat soort muziek te maken.''

Wat voor muziek hij dan wel wilde maken, heeft Brecker zelf waarschijnlijk ook lange tijd niet geweten. De vijf cd's die hij vanaf zijn solo-debuut in 1986 maakte, laten zich horen als een veelkleurige compilatie van de verschillende indrukken die hij opdeed als begeleider. Op Time is of the essence lijkt de rietblazer eindelijk een eigen, consistente stijl te hebben gevonden in de vorm van degelijke neobop met een flinke scheut blues. ,,Op eerdere cd's had ik nogal eens de neiging tussen verschillende stijlen heen en weer te springen'', beaamt Brecker. ,,Maar ik heb me gerealiseerd dat mijn favoriete jazz-platen allemaal klinken alsof het gaat om één lange compositie. Ik heb dat idee nu ook toegepast op mijn eigen werk. Het gevolg was wel dat ik van de tien nummers die ik geschreven had, er meteen vijf kon weggooien.''

In de composities die hij uiteindelijk overhield, keert Brecker terug naar wat hij `de essentie van jazz' noemt. ,,De titel is een directe verwijzing naar tijd en timing in de muziek. De beat is wat jazz tot leven brengt. Hoe fundamenteel en essentieel de noten ook zijn, ze zijn vaak niet meer dan decoratie bij het ritme. Als je het zo bekijkt, is het bijna belangrijker waar je de noten plaatst dan welke noten het precies zijn.''

Breckers fascinatie met ritme en timing vertaalde zich op Time is of the essence in de aanwezigheid van maar liefst drie drummers van reputatie. Naast Jeff `Tain' Watts, Breckers vaste slagwerker, namen ook Elvin Jones en Bill Stewart plaats op de drumkruk. ,,Ik ben er in geslaagd de drie beste jazz-drummers ter wereld samen te brengen op deze cd'', stelt Brecker niet zonder tevredenheid.

Vooral over de samenwerking met Jones, die in de jaren zestig deel uitmaakte van het befaamde John Coltrane kwartet, is Brecker zeer te spreken. ,,Coltrane is altijd mijn grote voorbeeld geweest'', zegt Brecker, die onder invloed van deze tenorgigant al vroeg in zijn carrière de altsaxofoon inruilde voor een sax van een groter formaat. ,,Door met Elvin samen te spelen voelde ik me dichter bij Coltrane. Daarnaast is hij gewoon een fantastische drummer. Zijn ritmische inventiviteit is bijna onbegrensd. Iedere beat die hij neerlegt is als een open veld, waarbinnen van alles kan gebeuren. Voor de opnamen met Elvin hebben we ook niet gerepeteerd. Hij kwam gewoon naar de studio, ging zitten en begon te spelen.''

Een dergelijke spontane werkwijze is echter niet typerend voor Brecker. ,,Ik hecht grote waarde aan een gedegen voorbereiding. Het opnemen van een cd is als het maken van een schilderij. Je kunt gewoon beginnen en intuïtief tot een resultaat komen of je kunt eerst bedenken wat je eigenlijk wilt schilderen. Ik werk volgens de laatste methode. Ik geloof in het doen van je huiswerk. En als alles duidelijk op papier staat, kan ik de studio ingaan, hoef ik nergens aan te denken en is het alleen een kwestie van blazen. En dat is uiteindelijk toch hetgeen waar ik het meeste plezier aan beleef.''

Michael Brecker: Time is of the essence (Verve, IMP3P-90161) Distr. Universal.