Nederland is zelf deel van het Antilliaanse probleem

Na de politieke crisis van Curaçao en de Nederlandse Antillen wordt er in Nederland meer dan ooit op aangedrongen dat Den Haag moet ingrijpen. De standaardreactie in Nederland luidt dat de crisis op de Antillen algemeen is en dat Antilliaanse overheid de schuldige is.

Opmerkelijk bij deze reacties is dat de rol van Nederland zelf buiten schot blijft. Daar zijn twee mogelijke verklaringen voor. Er bestaat óf de perceptie dat Nederland geen invloed kan uitoefenen op de gang van zaken (de Antillen zijn immers autonoom) óf Nederland treft geen blaam. Hier is het belangrijk een misverstand uit de wereld te helpen. De invloed van Nederland op de Nederlandse Antillen is al 350 jaar lang bepalend. Want wie koloniseerde de Antillen? Uit wiens brein kwam de creatie van de Nederlandse Antillen? Van wie kwam in 1954 de uiteindelijke goedkeuring voor autonomie van de Antillen binnen het Koninkrijkstatuut? Wie introduceerde een op Nederlandse leest geschoeid onderwijs? Wie is de grote geldschieter en adviseur bij ontwikkelingsplannen? Het is daarom onjuist te denken dat Nederland geen aandeel heeft bij het ontstaan van de huidige crisis op de Nederlandse Antillen.

Ruime financiële middelen uit belastingopbrengsten van de offshore en Nederlandse ontwikkelingsgelden maakten het in de jaren tachtig mogelijk een grootschalige ontwikkeling op gang te brengen. In de jaren negentig belandden de Antillen in een diepe financiële crisis. Het aandeel van de Antilliaanse overheid daarbij was tweeledig: partijgebonden vriendjespolitiek bij de benoeming van talrijke overheidsbaantjes en het sluiten van dure leningen waarmee de Antilliaanse overheden zich hoge schulden op de hals haalden. Het Nederlandse aandeel werd bepaald door een sterke positie.

Het financierde een grootschalige ontwikkeling onder leiding van Nederlandse deskundigen. Bovendien bepaalde Nederland het ontwikkelingsdenken dat grootschalige, vooral infrastructurele projecten, buitenlandse investeerders zoud aantrekken als motor voor macro-economische groei. Zo werd een ontwikkeling op gang gebracht die geen rekening hield met de lokale omstandigheden, zoals een kleinschalig uit eilanden bestaand land, een kwetsbaar milieu, een samenleving met `slechts' mensen als `grondstof', en een Caraïbische cultuur van familie- en persoonlijke banden en een groeiende (deels informele) sector van kleine ondernemers. De Antillen werd hierbij een te grote jas aangemeten en onder de neus van Nederlandse ambtenaren en deskundigen groeide het overheidsapparaat en de enorme schuldenlast. Had Nederland oogkleppen op of kwam het door gebrek aan serieuze belangstelling dat het Antilliaanse schip strandde?

De Nederlandse overheid gaat niet vrijuit bij de ontstane crisis, sterker nog zij is medeplichtig. Daarmee moet rekening gehouden worden bij het zoeken van oplossingen. Moeilijke politieke vraagstukken over maatregelen, bevoegdheden en controle en onverwachte reacties tegen de aanwezigheid van Nederland, maken ingrijpen van Nederland tot een hachelijke onderneming.

De oplossing van de crisis moet in handen blijven van de Antillen zelf. Succes is afhankelijk van enkele voorwaarden. Naast de politieke cultuur van een persoonlijk en partijpolitiek leiderschap, is een meer collegiaal en democratisch leiderschap van belang; het Nationaal Herstelplan moet uitgebreid worden met een Sociaal Urgentieplan, ook om de migratiestroom naar Nederland te keren, en de Nederlandse partner zal over de brug moeten komen met een financiële injectie.

De huidige politieke crisis kan als een catharsis werken op de noodzakelijke veranderingen. Dat kan uitmonden in een poging de crisis van de Nederlandse Antillen gezamenlijk op te lossen, als een nieuwe stap in 350 jaar geschiedenis.

León Weeber is antropoloog.