Mondialisering moet worden getemd

Het huidige proces van mondialisering destabiliseert de wereld in steeds grotere mate. Dominique Moïsi vindt dat deze ontwikkeling zo snel mogelijk een halt moet worden toegeroepen om de `Eerste Wereldchaos' te voorkomen.

Tijdige hervormingen verzwakken het gezag niet, zij versterken het en neutraliseren de geest van de revolutie.'' Deze wijze woorden, die meer dan een eeuw geleden werden geschreven door graaf Cavour, een leidende figuur in het Risorgimento, het Italiaanse eenwordingsproces, mag iedereen ter harte nemen, als richtlijn en waarschuwing, die de mondialisering beschouwt als een onstuitbaar, onomkeerbaar proces.

Een meerderheid van de Fransen snapt bijvoorbeeld niet waarom bij de Franse autobandengigant Michelin een stijging van de bedrijfswinst kan samengaan met een aanzienlijke inkrimping van de werkgelegenheid. Men kan maar moeilijk aanvaarden dat gepensioneerde Amerikanen, veelal wonend in het zonnige Florida, volgens de triomf van de zuivere aandeelhouderslogica kunnen beslissen over inkomen en werk van duizenden veel jongere Fransen, dankzij de zeggenschap – over leven en dood – van Amerikaanse pensioenfondsen.

Mondialisering behoeft uitleg en inperking. We moeten haar niet karikaturiseren in een simplistisch zwart-witdenken of zonder meer wijten aan de triomf van de markteconomie, of haar gelijkstellen aan de voortschrijdende veramerikanisering van de wereld.

Om het revolutionaire karakter van ons mondiale tijdvak te kunnen doorgronden moeten vier basisbegrippen in hun onderlinge samenhang goed begrepen worden: complexiteit, kwetsbaarheid, identiteit en verantwoordelijkheid.

Het eerste basisbegrip is complexiteit. Onze wereld is niet alleen complex vergeleken met de kunstmatige eenvoud van de Koude Oorlog. Ze is ook complex in vergelijking met de eerste fase van de mondialisering, tijdens de tweede helft van de 19de eeuw. De verschillen zijn niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Deze eerste omwenteling, die verband hield met de omwenteling op transportgebied, vond plaats binnen een systeem waarin wederzijdse afhankelijkheid een steeds grotere rol ging spelen, maar dat nog wezenlijk inter-nationaal was. In de huidige wereld heeft die wederzijdse afhankelijkheid een transnationaal karakter. De grenzen tussen particuliere en publieke sector, tussen particuliere en publieke activiteiten, en zelfs tussen burgeroorlogen en internationale oorlogen, zijn grotendeels vervaagd. Er zijn te veel partijen in het spel, waarvan de staat er slechts één is, en er is te veel informatie.

In een van de meest inspirerende en verhelderende verhandelingen die recent over de mondialisering zijn verschenen, L'avenir de la liberté; la démocratie dans la mondialisation (De toekomst van de vrijheid; democratie in een gemondialiseerde wereld), schildert de Franse schrijver-diplomaat Jean-Marie Guéhenno een beeld van de mondialisering en haar effect op de mensheid dat doet denken aan een schilderij van Brueghel: als de ervaring van blinden die plotseling het gezicht terugkrijgen. Alles is opeens doorzichtig. Een teveel aan sensaties, aan informatie komt op hen af; sommigen zijn opgetogen, anderen verbijsterd of zelfs door schrik overmand door de drastische verandering van de wereld om hen heen. Je zou een computer nodig hebben in plaats van een eenvoudig mensenbrein om de massa schijnbaar onsamenhangende factoren te interpreteren en uit te ziften die nodig zijn voor een juist begrip van onze wereld.

Het tweede grondbegrip is kwetsbaarheid. Bij gebrek aan duidelijke spelregels op geopolitiek en ook geo-economisch vlak leidt de behoefte om een ongekende hoeveelheid factoren en informatie te integreren in een nog broos mondiaal bestel tot een veel kwetsbaarder internationale orde. De ernstigste dreiging is vermoedelijk niet een Derde Wereldoorlog – de nucleaire afschrikking oefent nog altijd een heilzame remmende kracht uit – maar de Eerste Wereldchaos. Van Rusland tot tal van plaatsen op het Aziatische continent dreigen té veel situaties uit de hand te lopen.

Kwetsbaarheid komt ook voort juist uit het verzet tegen mondialisering. Onvrede over mondialisering ontstaat uit twee tegenstrijdige maar tegelijk complementaire angsten: de vrees om onder te gaan in een kunstmatig gehomogeniseerde cultuur en de vrees om de boot te missen in een steeds ongelijker wereld. In principe zou het mondiale tijdperk als een brenger van gelijkheid kunnen gaan werken, en in de toekomst zal dat wellicht ook gebeuren. Elk individu kan zich toegang tot Internet verschaffen en een eigen website creëren. In werkelijkheid echter versterkt de mondialisering nu nog vooral allerlei ongelijkheden: ongelijke machtsverdeling ten gunste van de VS; ongelijke verdeling van rijkdom ten gunste van enkele individuen die rijker zijn dan tal van landen, zo niet rijker dan heel Afrika; culturele ongelijkheid ten gunste van de Westerse wereld. De mondialisering verleent nieuwe zeggingskracht aan Orwells beroemde zinsnede `alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere', waarbij de `klasse der aangeslotenen' geldt als het hedendaagse equivalent van de vroegere aristocratie. De vrees voor mondialsering leidt ook tot versnippering. Mijn al dan niet marginale anders-zijn wordt de oorsprong van mijn identiteit in een wereld die té zeer gehomogeniseerd dreigt te worden.

Het derde sleutelwoord voor een juist begrip van de mondialisering is dus identiteit. Mondialisering kan het gezag van de staat aantasten, zoals het de betekenis van soevereiniteit, nationaliteit en grondgebied heeft aangetast, maar het versterkt het belang van de identiteit. Hoe mondialer de wereld wordt, hoe groter de hang naar identificatie. ,,Ik ben wat ik eet'', zegt de Franse boer die protesteert tegen de hamburgercultuur van McDonald's. ,,Ik ben wat ik draag'', stelt de moslimvrouw van achter haar beschermende sluier. Sommige mensen zijn van huis uit mondiaal door hun historisch besef of hun ervaring; ze leven in harmonie met de evolutie van de mensheid naar een meervoudige identiteit. Maar niet iedereen kan leven met zo'n `uitéénspattend' zelfbeeld. Wie wil zowel burger van de wereld zijn als van een continent, een nationale staat, een regio en een stad, om nog te zwijgen van religieuze, etnische of stam-identiteiten?

Grote delen van de wereldbevolking koesteren een begrijpelijke argwaan tegen een proces dat hen lijkt te passeren en te negeren of hen onverbiddelijk in de marge dreigt te drukken. Vooral niet-Westerse culturen weigeren louter de `afnemers' of `ontvangers' van de moderniteit te zijn. Ook zij willen zich doen kennen als voortbrengers van moderniteit. Dit geldt vooral voor de islamitische wereld. Moderniteit en de islam zijn niet per se onverenigbaar, en de woorden `fundamentalisme' en `islam' zijn niet voor altijd tot elkaar veroordeeld. Men kan zich afvragen of het eigenlijke probleem, van de Maghreb tot Turkije, niet de militairen zijn in plaats van de fundamentalisten, niet corruptie en gebrek aan democratie in plaats van religie. In een mondiaal tijdperk is democratie meer dan ooit een kernbegrip.

Het vierde en laatste sleutelwoord in verband met de mondialisering is verantwoordelijkheid. Nu we het voorrecht van de onkunde kwijt zijn, nu satellieten en mondiale netwerken ons niet langer veroorloven te doen alsof we van niets geweten hebben, voelen we ons zozeer verantwoordelijk dat zelfs de heiligheid van het begrip soevereiniteit op losse schroeven is gezet. Voor een regime of een land wordt het hoe langer hoe moeilijker zijn burgers `in vrede' af te slachten.

Dat is geen nieuwe vorm van neokolonialisme, het is verantwoordelijk universalisme. Een mondiale wereld vraagt om een mondiaal ethos, en mondiale instituties om te zorgen dat dat wordt gerespecteerd. Het is een ambitie die een nieuwe definitie van het begrip democratie vereist, niet in technische zin als een reeks recepten, maar als een essentieel goed dat moet worden bevorderd en verdedigd.

Op dezelfde manier schept de zege van `de markt' nieuwe verantwoordelijkheden voor de ondernemers. Zij hoeven zich niet als `Moeders Theresa' te gedragen, maar wel moeten zij zich waarden eigen maken die verder gaan dan concurrentie en succes. Zij zullen hun overwinning zin moeten geven en hun nieuw verworven macht en invloed moeten legitimeren met nieuwe verantwoordelijkheden.

Een overmaat aan ongelijkheid en arrogantie leidt gemakkelijk tot destabiliserende sociaal-economische of culturele rebellie. Ergens in de wereld staat een nieuwe Marx of een nieuwe Lenin op het punt een nieuwe verhandeling te schrijven over `mondialisering, de slotfase van het kapitalisme'. Het is nodig de mondialisering in banen te leiden en te temmen.

Dominique Moïsi is verbonden aan het Franse instituut voor internationale betrekkingen IFRI en hoofdredacteur van Politique étrangère.