Haydns Orfeo blijkt na twee eeuwen nog steeds probleem

Vijftien opera's schreef Joseph Haydn, maar met geen enkele ontsnapte hij aan de zware schaduw, die daarover werd geworpen door Mozart, wiens 35-jarige leven ruim binnen het zijne viel. Voor de vroege negentiende eeuw was Haydn met zijn opera seria-stijl al ouderwets. Ook sinds Haydns biograaf H.C. Robbins Landon in de periode 1959-1970 bij het Holland Festival een aantal van zijn verstofte opera's weer aan het licht bracht, hebben ze geen repertoire weten te houden. Bij incidentele uitvoeringen blijken ze ondanks muzikale kwaliteiten wel `aardig', of op hun best `redelijk interessant'.

Het treurigst ging het met Haydns Orfeo ed Euridice, dat nu zijn professionele Nederlandse première beleeft bij de Nationale Reisopera. Haydn schreef het werk in 1791 in zijn Londense periode, de tijd van zijn grootste publieke roem. Hij mocht – een zeldzame eer voor een kunstenaar – aan tafel aanzitten bij de Engelse koning George III, die Haydns muziek zeer bewonderde. Maar de vorst verbood de uitvoering van zijn opera. Hij was tegen het plan van Haydns impresario voor een tweede Italiaans operagezelschap in Londen.

De wereldpremière van Orfeo ed Euridice vond pas plaats in 1951 in Florence. Het was een prestigieuze uitvoering, gedirigeerd door Erich Kleiber, met Maria Callas als Euridice. Maar Haydns opera, ook getiteld L'Anima del filosofo (De ziel van de filosoof), bleek geen alternatief voor Glucks populaire Orfeo ed Euridice (1762), waarvan de muziek veel sterker en theatraler is. Alleen een stormscène bij de nogal luchthartige Haydn kan wedijveren met Glucks furiën.

Haydns Orfeo heeft op Glucks Orfeo-versie vóór dat Badini's libretto beter de Griekse mythe volgt. Bij Haydn wordt duidelijk waarom Euridice sterft. Ze verbreekt een door haar vader koning Creonte gedane trouwbelofte, als de prinses wegloopt van haar bruiloft met Arideo en op zoek gaat naar haar minnaar Orpheus. Bij Haydn eindigt het verhaal met de smartelijke dood van Orpheus, die tegen de opdracht in, toch naar Euridice keek, toen hij haar uit de onderwereld mocht ophalen. Bij Gluck halen de goden dan ten tweede male hun hand over hun hart, een klassiek geval van een geforceerd happy end met een deus ex machina.

Maar daarom is Haydns Orfeo niet automatisch beter. Zelfs Robbins Landon heeft structurele kritiek. Aan het eind van de eerste acte wordt alles wat we zojuist hebben gezien nog eens herhaald in een authentiek antiek bodenverhaal. Ook verderop mist Haydn telkens kansen op dramatiek. Zo gaat het cruciale moment waarop Euridice in de onderwereld Orpheus wil zien voorbij voor het publiek er erg in heeft.

Men kan dat laatste bezwaar ook ontkrachten door het onverwacht voorbij flitsende moment waarin alles omdraait, op een moderne, dramaturgische manier te zien als een bewijs hoe snel het kan gaan in zaken van leven en dood. En zo kan men ook een wat psychologischer kijk hebben op het alle leed ontkennende gebazel van Euridice's vader Creonte, als zijn dochter dood is. Regisseur Geoffrey Layton typeert dat opmerkelijk door Creonte (de goed zingende Anders Larsson) neer te zetten als een hautaine, licht seniele oude man, bedrijvig achterna gelopen door een al te zorgzame verpleegster.

Layton, die regie-ervaring opdeed bij Karl-Ernst en Ursel Herrmann en bij Luc Bondy, lijkt de voorstelling te hebben gezet in 1951, het jaar van de wereldpremière, in Londen, waar die ooit had moeten plaatshebben. De gasten op het geheel crème bruiloftsfeest dragen hoeden alsof ze op Ascot zijn, de tantes doen een Queen Mum lookalike-wedstrijd. Het decor plaatst de antieke mythische wereld in de tuin van het paleis, waarin prinses Euridice opgroeide.

Daarmee is het aardigste en het beste ook wel verteld. Vooral voor de pauze werd de premièrevoorstelling vaak al te knullig gespeeld, met een flodderige, ongeconcentreerde acteerstijl en een gebrekkige dramatische geloofwaardigheid. Waar felheid en spanning ontbraken, zagen en hoorden we hier toch weer de brave pappa Haydn, terwijl het de bedoeling was een eind te maken aan dat cliché. Het moet toch mogelijk zijn van dit stuk iets beters te maken, ook door zijn orkestpartituur steviger te vertolken en maar net te doen of het echte Gluck of echte Mozart is. Haydn zingen of spelen werkt kennelijk vaak verlammend.

De zwakste acteur is Daniel Kirch als Orpheus. Hij heeft geen idee van de betekenis van zijn rol en is niet altijd opgewassen tegen de technische problemen daarvan. Johannette Zomer heeft als Euridice evenmin een sterke speelrol. Maar ze zingt goed, vooral in haar sterfaria, al is het virtuoze bovendeel van haar stem beter ontwikkeld dan de dramatische onderkant.

Vocaal het bijzonderst is de Portoricaanse Melba Rosa als Genio die Orpheus naar de onderwereld loodst. Haar grote uitstekend gezongen veeleisende coloratuuraria lijkt een echo van die van de Koningin van Nacht uit Die Zauberflöte. Die werd door Mozart in Wenen geschreven in hetzelfde jaar 1791, waarin Haydn zijn Orfeo in Londen componeerde. Het is het oude probleem bij de operacomponist Haydn: het lijkt er wel op, maar het is het net niet.

Voorstelling: Orfeo ed Euridice van J. Haydn door de Nationale Reisopera en het Orkest van het Oosten o.l.v. Alessandro de Marchi. Decor: Paul Lerchbaumer; kostuums: Markus Meyer; regie: Geoffrey Layton. Gezien: 16/10 Twentse Schouwburg Enschede. Tournee t/m 13/11. Inl. (053) 4878500.