Franse CP opgelucht na mars in Parijs

Robert Hue, de leider van de Franse communisten, haalt opgelucht adem. En premier Jospin met hem. De Parijse mars tegen de werkloosheid van zaterdag is een soort succes geworden. De linkse coalitie kan voorlopig verder.

Volgens de organisatoren marcheerden 70.000 mensen mee. De politie kwam bij het tellen niet verder dan 32.000 zielen. Het verschil is gebruikelijk, de omvang van het verschil in schatting niet. De meeste Franse kranten geven Hue het voordeel van de twijfel en gaan er van uit dat hij zijn zelf gestelde doel van 50.000 heeft gehaald.

De protestmars was georganiseerd door de Parti Communiste Français, die drie bewindslieden heeft in de regering-Jospin. Deze ministers hadden per brief laten weten de optocht alle goeds te wensen. Zelf konden zij niet mee, om niet het risico te lopen tegen de regering te demonstreren. Die paradox weerhield Hue er niet van een zo breed mogelijke protestbeweging op de been te brengen.

Behalve de kleine regeringspartners de Groenen en de burgersocialisten van minister Chevènement, marcheerden ook de extreem-linkse partijen mee: de Ligue communiste révolutionnaire van Alain Krivine en Lutte Ouvrière (Arlette Laguiller). Die laatste twee, die de PCF permanent van links bestrijden, hielden hun spandoeken gericht op de werkgevers en de boze buitenwereld, maar spraken zich hardop uit tegen de regering-Jospin.

De communisten zijn niet van plan het initiatief van de contestatie uit handen te geven. Voor woensdag hebben zij op hun hoofdkwartier, de eens zo gesloten burcht aan de Place du Colonel Fabien, een 'evaluatie-bijeenkomst' uitgeschreven. Zelfs de grootste regeringspartner, Jospins Parti Socialiste, is daar welkom. De socialisten ontbraken zaterdag, maar haastten zich zondag Hue te feliciteren met zijn succes.

De interne tegenstijdigheden van deze linkse 'protestbeweging' zijn niet opgelost. Hue heeft bewezen dat hij `het volk van links' nog achter zich krijgt. Maar zijn linkse concurrenten riepen dat de mars vooral was gericht tegen de wet van minister Aubry (PS) op de verplichte 35-urige werkweek. De tweede wet daarover werd zaterdag vlak voor de mars in de Assemblée Nationale aangenomen, mét steun van de PCF. Die had die wet lang `onaanvaardbaar' genoemd, maar sprak na enkele amendementen van `een historische stap voorwaarts in de sociale strijd'. Volgens Hue hadden de concessies van de regering te maken met de aangekondigde mars.