DVORÁK

Dvorák componeerde zijn Strijkkwartet in Es, nr. 10 opus 51 in 1878 in opdracht van het Florentine Strijkkwartet, dat hem nadrukkelijk had gevraagd om een kwartet met een expressief, `Slavisch' karakter. Zonder de volksmuziek letterlijk te citeren, verwerkte Dvorák allerlei Tsjechische dansritmes en melodische karakteristieken in zijn Strijkkwartet in Es. Typerend zijn de plotselinge stemmingswisselingen (`het ene moment lamenterend, het andere moment dansend', zoals Dvorák eens de `dumka' omschreef), en de wilde, pregnante ritmiek.

Ook in het Pianokwintet in A, nr. 2 opus 81 uit 1887, het mooiste kamermuziekwerk dat Dvoráak heeft geschreven, spelen deze karakteristieken een belangrijke rol. Dvorák bracht zijn Slavische neigingen onder in een klassieke vorm, maar om zijn kleurrijke muziek goed te kunnen vertolken zijn temperament en spontaniteit relevanter dan een klassieke beheersing van vorm en inhoud.

In hun geanimeerde lezing van Dvoráks Pianokwintet in A raken het uit Boedapest afkomstige Takács Quartet en de Zwitserse pianist Andreas Haefliger de juiste toon. Dvorák klinkt meeslepend, gepassioneerd en warmbloedig. Technisch is alles in orde maar de muziek gaat vóór, en dat geldt ook voor de vitale vertolking van Dvoráks Strijkkwartet in Es. Beide werken zijn in de studio opgenomen maar klinken op deze cd live, een aanbeveling.

Dvorák door Takács Quartet m.m.v. Andreas Haefliger (piano). Decca 466 197-2