Asielbeleid wordt zaak van Europa

De Europese regeringsleiders gaan nauwer samenwerken op de gebieden van asiel, immigratie en justitie.

Op een speciale Europese top in het Finse Tampere, afgelopen weekeinde, bereikten ze akkoorden over bestrijding van de georganiseerde misdaad. Daartoe behoort een versterking van Europol en de oprichting van een stuurgroep van Europese politiechefs.

Tevens gaan de regeringsleiders aan de Europese Commissie en aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken vragen om een reeks voorstellen voor betere samenwerking bij de opvang van asielzoekers en de bestrijding van illegale immigratie.

De voornemens van de regeringsleiders zijn wat betreft asielbeleid, immigratie en misdaadbestrijding een voortvloeisel van het in mei van kracht geworden Verdrag van Amsterdam. Dat vereist dat die onderwerpen binnen vijf jaar van intergouvernementeel tot gemeenschappelijk beleid worden. Maar de regeringsleiders zijn verder gegaan dan verwacht met zaken die de Europese burgers direct raken. Zo willen zij dat inwoners van een EU-lidstaat gemakkelijker toegang krijgen tot de justitie van een andere lidstaat en dat de lidstaten gerechtelijke uitspraken over en weer gaan erkennen.

Dat is in de praktijk van belang bij bijvoorbeeld grensoverschrijdende echtscheidingen en maakt het voor zakenlieden gemakkelijker om conflicten in andere EU-lidstaten voor de rechter te brengen. Of en wanneer de wensen van de regeringsleiders in vervulling zullen gaan, zal echter afhangen van onderhandelingen tussen de EU-ministers van Justitie. Daarvan wordt verwacht dat ze zeer moeizaam zullen verlopen.

Toch zei de Duitse bondskanselier Schröder dat de Europese Unie na de interne markt, het buitenlands en veiligheidsbeleid en de Economische en Monetaire Unie nu ,,een vierde gebied van Europese integratie'' op gang heeft gebracht. De Franse president Chirac zei dat de EU begonnen is aan ,,een nieuw groot werkterrein: het Europa van de mensen''.

De voorzitter van de top, de Finse premier Lipponen, meende dat de afspraken de EU niet in de richting van een Fort Europa brengen, maar juist daarvan verwijderen. Zo vinden de Europese leiders dat burgers van buiten de EU die lange tijd in EU-lidstaten wonen, soortgelijke rechten en plichten als EU-burgers moeten krijgen. Ze moeten op langere termijn ook de nationaliteit van het gastland krijgen.

Veel conclusies van de regeringsleiders zijn op het laatste ogenblik afgezwakt om tegemoet te komen aan nationale gevoeligheden. Zo heeft Nederland op het punt dat uitlevering van in andere lidstaten veroordeelde personen vereenvoudigd moet worden, laten toevoegen dat dit in overeenstemming moet zijn met artikel 6 van het Verdrag van de Europese Unie. Volgens staatssecretaris Cohen (Justitie) betekent dit dat een burger een nationale rechter kan blijven vragen om te oordelen of zijn uitlevering in overeenstemming is met de nationale grondwet.

Op Nederlands aandringen hebben de regeringsleiders de Europese Commissie gevraagd om binnen een jaar voorstellen te presenteren voor een gemeenschappelijke status voor asielzoekers en een gemeenschappelijke asielprocedure in de EU. Maar premier Kok heeft moeten slikken dat in de tekst staat dat deze zaak pas op ,,langere termijn'' gerealiseerd moet worden. Op korte termijn moet er wel een Europees asielsysteem komen met gemeenschappelijke eisen waaraan asielprocedures moeten voldoen en gelijke minimum-voorwaarden voor opname van asielzoekers. De regeringsleiders willen dat de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken hiertoe besluiten nemen binnen de in het Verdrag van Amsterdam voorziene termijn van vijf jaar. Bij de voorbereiding hiervan worden internationale vluchtelingenorganisaties geraadpleegd betrokken.

Premier Kok zei dat de gedachte van de instelling van een fonds dat lidstaten moet helpen om tijdelijke grote stromen vluchtelingen op te vangen, ,,op afstand is gehouden''. Dit tot Nederlandse tevredenheid omdat dit de EU extra geld zou kosten. Het fonds is aan de studietaken van de Europese Commissie toegevoegd. De regeringsleiders willen verder dat er snel een Europees systeem voor vingerafdrukken van asielzoekers (Eurodac) tot stand komt.

hoofdartikelpagina 9