Voorzichtigheid blijft geboden bij de grondpolitiek

De grondpolitiek is terug op de politieke agenda. Voorzichtig onderzoekt het kabinet hoe het grondspeculatie kan voorkomen.

Ruim 22 jaar geleden was minister Pronk (VROM) er al getuige van hoe het kabinet-Den Uyl ten val kwam over de grondpolitiek. Hoewel hij toen met een andere pet op in het kabinet zat, beseft Pronk meer dan wie ook hoe hypergevoelig dit onderwerp nog altijd ligt.

Sinds 1977 is de grond immers, bij een aanhoudende groei van de bevolking en van de economie, alleen nog maar schaarser en duurder geworden. Niettemin kondigde Pronk eerder dit jaar als eerst verantwoordelijke voor de ruimtelijke ordening aan de grondpolitiek weer op de agenda te willen zetten.

Het zit de minister en de rest van het kabinet dwars dat door een gebrek aan coördinatie tussen de departementen en gemeenten grondspeculanten de overheid dikwijls te vlug af zijn. Daardoor strijken die, ten koste van de gemeenschap, grote winsten op. ,,Momenteel gaat veel geld een andere kant uit dan maatschappelijk zinvol is'', stelde Pronk al in april vast in de Tweede Kamer. Vooral de PvdA en Groenlinks zouden graag zien dat het kabinet actie onderneemt.

In het Financieele Dagblad deed staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting, VVD) gisteren ook een duit in het zakje. De ideologie dient zoveel mogelijk buiten het debat te worden gehouden. ,,Dan kunnen we beleid maken.''

Gisteren zette het kabinet zijn eerste behoedzame schreden op weg naar een mogelijke aanpassing van het grondbeleid. Er komt nu eerst een onderzoekscommissie en daarna bepaalt het kabinet zijn standpunt.

De kwestie van de dure grond dook de laatste jaren weer nadrukkelijk op. Vooral de winsten die grondspeculanten in de nieuwe, zogenoemde Vinex-wijken wisten te behalen, was velen een doorn in het oog. Voor boerenland dat voorheen vijf gulden per vierkante meter opbracht, moest de overheid plotseling vaak het tienvoudige neertellen, nadat de grond als locatie was aangewezen voor nieuwe wijken. Soms waren het de boeren die de winst opstreken, maar niet zelden ging een groot deel naar speculanten die snel de grond hadden overgenomen van de boeren.

De Vinex-wijken zijn inmiddels voor de helft voltooid. Maar tussen 2000 en 2005 moeten er nog altijd 227.700 woningen worden gebouwd. Een belangrijk deel van de grond hiervoor moeten de gemeenten nog kopen.

Daarmee houdt het niet op. Pronk is druk bezig met zijn Vijfde Nota over de ruimtelijke ordening, die begin volgend jaar moet verschijnen. Daarin zal hij naar verwachting een beperkt aantal corridors aangeven, waarbinnen transport en bedrijfsvestigingen bij voorkeur moeten worden geconcentreerd. De grond in zulke corridors zal zonder twijfel zeer gewild zijn. Ongaarne zouden Pronk en het kabinet zien dat de speculanten aan de hand van overzichtelijke kaartjes in de vijfde nota opnieuw hun slag slaan, net als in de Vinex-wijken gebeurde.

De grondkwestie heeft verder aan urgentie gewonnen door een rechterlijke uitspraak van afgelopen zomer. De gemeente Utrecht wilde grond overnemen van een boer ten behoeve van de grote Vinex-wijk Leidsche Rijn. De boer weigerde echter zijn land te verkopen aan de gemeente, omdat hij al plannen had zelf met een projectontwikkelaar te gaan bouwen op zijn land. Dat mocht, oordeelde de rechter, zolang hij zich maar aan het bestemmingsplan van de overheid hield. Utrecht en andere gemeenten, die dachten zich te kunnen beroepen op de Wet voorkeursrecht gemeenten, schrokken danig van deze uitspraak en klopten direct bij Pronk aan om hulp. Die beloofde vervolgens dat hij zou bekijken in hoeverre hij de regiefunctie van de gemeenten op dit terrein kon versterken.

Deskundigen zijn het er intussen nog allerminst over eens wat de overheid het beste kan doen. Het economisch onderzoeksinstituut NYFER bijvoorbeeld meent dat de huidige wetgeving ontoereikend is om speculatie tegen te gaan. Ook de Delftse hoogleraar volkshuisvesting H. Priemus is die mening toegedaan.

Een advies dat de Katholieke Universiteit Nijmegen deze week op verzoek van het ministerie van VROM uitbracht kwam daarentegen tot de conclusie dat de huidige wetgeving in grote lijnen wel degelijk voldoende is. Wel zou de samenwerking tussen overheid en private partijen op woningbouwlocaties moeten worden verbeterd.

Ten tijde van het kabinet-Den Uyl lag het CDA dwars, en nu de VVD. Het liberale Kamerlid Verbugt voelt vooralsnog weinig voor nieuwe wetgeving. Zij zit op de lijn van het Nijmeegse rapport. ,,De overheid moet eerst maar eens kijken of er met de bestaande instrumenten niet meer bereikt kan worden'', aldus Verbugt. Ze is er eveneens sterk voor dat overheid en de marktpartijen hun samenwerking stroomlijnen. Nieuwe beperkingen op de private sector zijn voor haar nu niet aan de orde. Verbugt maakt op die manier duidelijk dat Pronk er zijn handen vol aan zal hebben als hij de grondpolitiek inderdaad op de schop wil nemen.