SCHOK TE DELFT

Duurzame technologie? Dat is voor softies. ``De beste ingenieur is nog altijd degene die zich niet met dit soort zaken bezighoudt.'' Zo verwoordt Karel Mulder de attitude waartegen hij, als projectleider van de onderwijsgroep duurzame ontwikkeling aan de TU Delft, moet oproeien. Voorjaar 1998 besloot het College van Bestuur dat `duurzame ontwikkeling' een verplicht vak moet worden voor alle studierichtingen en studenten er een apart certificaat voor kunnen krijgen. ``Het is een cultuurshock voor Delft dat juist de harde techniek voorstaat.''

``Heb je het met studenten over duurzame ontwikkeling dan komen ze vaak direct met recycling'', vertelt Alexander de Haan, docent duurzame ontwikkeling. ``Maar duurzame ontwikkeling is meer dan alleen een recyclebare CV-ketel ontwerpen.'' De Haan wil met zijn vak ``een gat schieten in het rechtlijnige denken van studenten''. En dat voert heel ver, zo blijkt uit zijn verhalen: ``Ik herinner me een discussie over seksualiteit tijdens lange ruimtereizen. Studenten vonden dat dat gewoon verboden moest worden, want het was lastig om met privacy rekening te houden bij de indeling van een ruimtevaartuig en je wist nooit wat er gebeurde als iemand zwanger zou raken in de ruimte. Dan vraag ik op mijn beurt hoe dat dan moet met de gevoelens van die mensen, die misschien wel vijf jaar samen in de ruimte zitten. Zo probeer ik een gesprek op gang te krijgen.''

De Haan is zelf net afgestudeerd in lucht- en ruimtevaarttechniek en studeert daarnaast sociale psychologie. Gedreven en enthousiast probeert hij op een druilerige maandagmorgen om kwart voor negen zijn studenten tot een discussie te verleiden. Van `prisoner's dilemma' tot de Sire-spots voor energiezuinige wasmachines – ``die van de stevige staartmans'' – talloze onderwerpen rollen in snel tempo door de collegezaal en als iemand iets zegt, rent De Haan letterlijk de trappen op om er op in te gaan, maar het blijft een matte boel. ``Hoorcollege is nu eenmaal niet de beste vorm voor dit vak'', zegt hij even later, ``maar dat is de keuze van de faculteit lucht- en ruimtevaarttechniek. Een hoorcollege kost nu eenmaal minder dan een werkcollege.'' Ook studenten delen deze kritiek. ``Ik heb vandaag niks geleerd'', zegt Djurre Siccama (22) na het college in de kantine. ``Dit vak wordt pas interessant als je discussiegroepen hebt en elkaars mening hoort.''

Over het algemeen is duurzame ontwikkeling een tweedejaarsvak, maar bij lucht- en ruimtevaarttechniek zit het pas in het vierde jaar. Dan is het in feite mosterd na de maaltijd, aangezien de studenten deze kennis vooral moeten leren toepassen in hun ontwerpen, en de ontwerpvakken zitten vooral in het derde jaar. Het hiaat tussen theorie en praktijk blijkt voor de studenten een moeilijk te nemen barrière, aangezien praktijkvoorbeelden ontbreken en de colleges blijven steken bij theorie. ``Er wordt nu niet duurzaam ontworpen en in de colleges wordt ook niet verteld hoe je de theorie moet toepassen. Het blijft te vaag'', aldus Esmé van der Kuip (27), die vindt dat er een complete mentaliteitsverandering nodig is om duurzame ontwikkeling meer voorop te stellen. ``Met de huidige kennis kunnen we makkelijk een vliegtuig ontwerpen dat én snel én zuinig is.'' Haar idealisme wordt door collega-student David Lentink (24) weggewimpeld: ``De markt bepaalt of er genoeg geld is om er iets duurzaams in te stoppen, maar het is niet de hoofdmoot.''

Als echte techneuten verwachten TU-studenten na hun studie lekker de hele dag te kunnen ontwerpen, maar de praktijk is vaak anders. Met hun academische vorming zullen zij het zijn die de eisen van de samenleving omzetten in beleid en de vertaalslag naar een ontwerp moeten maken. En daarin zal duurzaamheid steeds belangrijker worden. Volgens De Haan bestaat er bij bedrijven al veel vraag naar duurzame technologische ontwikkelingen en is het het vak van de toekomst. ``Het is net als met veiligheid, dat is ook meetbaar gemaakt door verzekeringsgelden te koppelen aan iedere passagier. Ik verwacht dat duurzaamheid net zo meetbaar zal worden en daarmee net zo'n concrete eis als veiligheid.''

Mulder, De Haan en hun drie collega's ontwikkelen onderwijs in duurzame ontwikkeling voor alle faculteiten van de TU Delft. Iedere faculteit bepaalt zelf in welke vorm dat gegoten wordt. ``Er gebeurt overal wel iets'', aldus Mulder. ``Het vak duurzame ontwikkeling wordt getolereerd, maar het staat nog echt apart en zit vaak in de verdrukking.'' Bij natuurkunde zit het ingeklemd tussen de vakken filosofie, geschiedenis, ethiek en bedrijfskunde. Voor deze vijf vakken samen krijgen de studenten vier jaar lang 2.25 studiepunten per jaar, ongeveer 5% van de totale studielast. ``Onze studenten komen vooral in het lab terecht, altijd ver van de productie. Ik ben er niet voor om te zeggen `duurzaamheid dat doen we niet', maar wij plaatsen het meer in een maatschappelijke context'', zegt opleidingsdirecteur prof.dr.ir. Fokke Tuinstra.

Een vakgebied waarin duurzaamheid al langer in de belangstelling staat is bouwkunde. Sinds 1990 bevatte het tweede jaar een compleet blok van acht studiepunten gericht op duurzaamheid: IMAGO (Integratie van Milieu Aspecten in de Gebouwde Omgeving). Dit blok, dat in 1998 nog de Milieuprijs voor Hoger Onderwijs in de wacht sleepte, werd enkele maanden later afgeschaft. Grondlegger prof.ir. Kees Duijvestein: ``In IMAGO behandelden we alle duurzaamheidsideeën die iets met ons vak te maken hadden. Kies je voor hardhouten kozijnen, dan heeft dat consequenties op wereldschaal. Zo koppelden we kennis aan vaardigheden.'' De opheffing van het vak noemt hij ``opvallend'' en ``wrang''. ``Je zou kunnen denken dat de milieuprijs en de opheffing van het vak iets met elkaar te maken hebben. Door zo'n milieuprijs sta je ineens in the picture. Ik denk dat er wel wat kinnesinne is geweest.'' Volgens de huidige directeur onderwijs prof.ir. Carel Weeber werd IMAGO opgeheven, omdat de technische component in de studie meer nadruk moest krijgen. ``Je moet nu eenmaal keuzes maken.'' Toenmalig onderwijsdirecteur prof.ir. Jan Brouwer wilde de duurzaamheidsbeginselen inbrengen in alle onderwijsactiviteiten. Van de vijf onderwijsblokken, waarin volgens afspraak bij de onderwijsvernieuwing duurzaamheid zou moeten worden geïntegreerd, is dit slechts bij twee gebeurd. ``Helaas is de integratie in de andere onderwijsblokken niet goed gelukt'', concludeert Brouwer in het blad Duurzaam Bouwen 3/99. ``De anderen houden de deur dicht'', is de ervaring van Duijvestein. In reactie hierop zegt Weeber: ``Dat zeggen alle docenten van elkaar, want iedereen wil dat zijn vak overal in zit. Dat is nu eenmaal de strijd in een school.'' Volgens Weeber bevatten ook de andere drie blokken duurzaamheidsaspecten, maar minder expliciet. En bovendien: ``Er is meer dan alleen duurzaamheid.''