Rotbroertje

`We maken onszelf gek. Het is drie dagen Bouterse, drie dagen Dutroux, drie dagen Maxima. Iedereen loopt achter elkaar aan', zei Netwerk-boegbeeld Fons de Poel in het bondsblad De Journalist over de hedendaagse media. En geloof hem maar, want wie zou dat beter kunnen weten?

Zo was het vorige week drie dagen `Big Brother in het Bedrijfsleven'. Drie dagen voor een, om het Fons-de-Poeliaans uit te drukken, steeds groeiend probleem: het elektronisch begluren van werknemers door hun baas. De kortstondige ophef ging vooral om e-mail en surfgedrag op het werk. E-mail werd door de baas meegelezen, en bracht soms de schrijver in ernstige problemen, en bij Xerox waren mensen ontslagen om hun surfgedrag op het web. Op de eerste dag kwam het probleem op de agenda, op de tweede sputterde het FNV, en op de derde gaf op de buis een man van een accountantsbureau een spectaculair voorbeeld van hoe ver misbruik van het Internet door je eigen personeel kan gaan: een complete afdeling die structureel de helft van de werktijd per Internet privé aan het beleggen was. Toen waren de drie dagen op, en werd het weer stiller.

Dat was te snel, want het is een serieus probleem, dat bovendien veel groter is dan in de pers leek. Het gaat allerminst alleen om briefjes lezen en meegluren op het web, maar vooral om de snel populair geworden, steeds knellender `personeelsvolgsystemen'. De kernvraag daarbij is: wat mag een baas in ruil voor loon van zijn knecht terugverlangen?

Het antwoord lijkt simpel: inzet en inspanning tijdens werkuren, en in die tijd ook gedrag dat de belangen van de baas niet schaadt. Dat laatste is wat Sweder van Wijnbergen niet opbracht, en het kostte hem prompt de kop.

Dat is allemaal heel redelijk, net als dat een baas probeert te controleren of zijn mensen wel waar voor hun geld leveren, en tracht ze tot betere prestaties aan te zetten. Maar met het begin van de Industriële Revolutie ontstond er geduvel. Toen bedrijven massaler werden, werden met de productie ook de onderlinge verhoudingen gemechaniseerd. Voor de vermanende frons van de ambachtelijke patroon kwamen de prikklok en op afstand vastgestelde `targets' in de plaats, plus gemechaniseerde werkomgevingen waarbinnen het lichamelijke gedrag van een werknemer nauwkeurig gereguleerd kon worden. Daarmee kon je veel meer uit een werknemer persen, wat dus ook gebeurde, met huiveringwekkende excessen als gevolg.

De computer maakte na de Tweede Wereldoorlog in ons deel van de wereld aan die excessen grotendeels een eind, doordat veel lopende-bandwerk werd weggeautomatiseerd. Maar intussen waren de gedachten over de verhouding tussen baas en knecht grondig verschoven. Amerika, dat land waar toch al geen eerbied voor de persoonlijke levenssfeer bestaat, voorop, waren werkgevers hun mensen steeds meer als een verlengstuk `pur sang' van het bedrijf gaan zien. Naast arbeid eiste men ook een steeds verdergaande loyaliteit. En naarmate imago belangrijker werd, strekten die eisen zich van lieverlee ook uit buiten het eigenlijke werk. Niet alleen de arbeid maar ook de gedachten en opvattingen, en het privé-gedrag van de knecht behoorde de baas toe. Bedrijven zijn wat dat betreft op legers gaan lijken, met verplichte kleding en petjes, gelaatsuitdrukking (de verplichte glimlach), en gedragscontrole tot op het bot. Diezelfde computer die de werknemer uit het korset van de lopende band verloste, maakte het nieuwe geestelijk dwangbuis uitvoerbaar, in de vorm van personeelsvolgsystemen. Nauwkeuriger en onverbiddelijker dan de meest sadistische slippendrager van het ouderwetse kapitalisme ooit kon, wordt nu elektronisch bijgehouden hoeveel en hoe snel iemand produceert, hoeveel telefoontjes hij pleegt en met wie, hoe lang hij over zijn plas doet, en ga zo maar door. En het gaat ook veel stiekemer. De moderne ploegbaas is geen barse Grote Broer met indringende blik, maar een geniepig rotbroertje. Zo'n gezinsterrorist die tersluiks door sleutelgaten loert en luistervinkt, en alles doorbrieft aan pa en ma.

Controle op e-mail en surfen is daarvan maar een klein en a-typisch stukje. Want juist bij die twee dingen gaat het niet alleen om hoe dicht een werkgever zijn werknemers op de huid mag zitten, maar ook om iets heel anders: spelen met de spullen van de baas. En dat maakt de kritiek van het FNV, dat vooral roept dat meelezen van e-mail de privacy van werknemers schendt, hypocriet. Privé mailen en surfen is niets anders dan op je werk het speelgoed van de kinderen repareren of kopietjes maken voor de kaartclub. Daar is niets ergs aan, het hoort bij het spel tussen baas en knecht, zolang het maar niet de spuigaten uitloopt. En dat loopt het soms wél, maar daarover zwijgt de bond in alle talen.

Tegelijk blijkt de wakkere bond geen enkel bezwaar te hebben tegen verregaande inbreuken op de privacy van werknemers, want in één adem met het veroordelen van het controleren van de inhoud van e-mail en het volgen van het surfgedrag van employés roepen de FNV'ers: `zolang het maar niet om pornografische of racistische websites en berichten gaat'. Maar om dat te weten moet de werkgever juist wel het surfgedrag nauwkeurig bekijken en alle mailtjes lezen. Wat een politiek correcte schijnheiligheid!

Aan de andere kant zijn werkgevers werkelijk dol op de nieuwe controlemogelijkheden, inclusief het lezen van ieders post. Maar zijn ze met dat intensieve gewroet in de gedragingen van het personeel eigenlijk wel verstandig bezig? Dikke kans dat veel van de befaamde `verhoogde werkdruk' veroorzaakt wordt door de wetenschap constant begluurd en beoordeeld te worden. Het creëert een atmosfeer van `alles wat u doet kan tegen u gebruikt worden', en dan ook nog op gronden die de baas goed uitkomen. Bovendien, niets toestaan maakt mensen onwillig, en dat doet de productiviteit juist kwaad.

En als het echt spectaculair misgaat, zoals met die privé-beleggers? Als je daar alleen via het volgen van surfgedrag achterkomt, kun je beter meteen faillissement aanvragen. Een bedrijf waar zulk apert disfunctioneren niemand eerder langs andere weg opvalt, beheerst zijn bedrijfsprocessen zo slecht, dat geen elektronica meer helpt.