Portugal

Op de dag dat Amália Rodrigues stierf, kondigde de Portugese premier Guterres drie dagen van nationale rouw af. Nationale rouw voor een fadista, het zal Corry en de Rekels niet gegund zijn. In België ging er op de sterfdag van Jacques Brel niet een schamele vlag halfstok. In Portugal huilden de kurkeiken in hun verschroeide aarde voor Amália. Want de fado is groter dan het leven en in zowat het armste land van de Europese Unie weten ze nog wat cultuur is.

Bij het bericht dat Portugal het EK voetbal 2004 krijgt, sprong ik juichend uit de bank. Ik was op slag weer even verzoend met de satrapen van de UEFA. Niet dat het eten zo lekker is in Lissabon en omstreken, maar Portugal is wel een heerlijk voetballand. Het Estadio da Luz van Benfica heeft duizend keer meer sfeer en traditie dan de Arena.

Een enkele keer redden de simpelen van geest het nog. De Portugese voetbalbond kandideerde met de archaïsche slogan: `Wij houden van van voetbal'. Zo ontroerend eenvoudig denken ze bij Ajax en Feyenoord niet. Daar houden ze eerst van de Champions League, in tweede orde van het ereteras en de doorzonbrasserie en als er dan nog liefde over is van de spelers – vooral als ze weggaan. Deze weerk nog werden Menzo en Van der Sar pathetisch nagewuifd. Toen ze nog voor Ajax schitterden waren de gebaren kleiner, de woorden dunner.

De aanwijzing van Portugal is een eresaluut aan Eusebio, een van de mooiste voetballers die er ooit op de Europese velden heeft rondgezworven. De parel van Mozambique heeft zich anderhalf jaar ingezet als ambassadeur voor de kandidatuuur van zijn tweede vaderland. Eusebio heeft niet het verbale talent van Johan Cruijff, maar zijn gezicht is open en vriendelijk, zijn liefde voor het voetbal onbegrensd. Hij is een veteraan die ontroert, ook omdat hij als slachtoffer van het zwarte gat enigszins berooid door het leven hinkt. De beroemdste voetballer uit de Portugese geschiedenis is nog dankbaar als je hem trakeert op een etentje in een visrestaurant. Voor minder dan tien ruggen komen Willem van Hanegem en René van der Gijp niet meer het huis uit. Zeker niet in de winter.

In tegenstelling tot Nederland is Portugal mans genoeg om een EK voetbal in zijn eentje te organiseren. In enkele van de tien stadions zal het behoorlijk tochten, maar daar staat veel tegenover: fado, romantiek en vriendelijke mensen. Die weelde van het hart zullen de bezoekers van Euro 2000 niet leren kennen. Euro 2000 heeft geen ziel. Dat kan ook niet want de organisatoren gedragen zich als projectontwikkelaars die uit zijn op economisch prestige, geldgewin en ijdeltuiterij. Dat voetbal een spel is om van te houden is een gedachte die je in Brussel en Den Haag niet kwijt kunt.

Nederland heeft zich laten meeslepen in de politique politicienne van de Belgische bondsvoorzitter Michel D'Hooghe. Voorop stond de ambitie van D'Hooghe om zich binnen de UEFA te positioneren als opvolger van Lennart Johansson. Met andere woorden: indruk maken als toernooiridder. Inmiddels wordt met de dag duidelijker dat de voorbereiding van het toernooi der lage Landen het stadium van de chaos niet weet te overschrijden. Accomodaties, veiligheid, commercie, het rommelt aan alle kanten. Bram Peper durft het niet hardop te zeggen, maar het liefst zou hij volgende zomer een paar maanden in retraite gaan, op een Noors eiland. Hij hikt nu al van schaamte voor de verantwoordelijkheid die hem straks zal worden aangerekend.

De meeste Belgen zijn leuke mensen om mee aan tafel te hebben, maar je mag ze nooit de laatste hand geven in een feestscenario. Ze improviseren alles overhoop. Ze zijn zo doordrenkt van het paraplu-systeem dat elke vorm van aansprakelijkheid bij voorbaat wordt geinterpreteerd als een belediging. Voor een avondje bowlen maakt het niet uit, maar bij een EK voetbal zijn misschien wel mensenlevens in het geding.

De vorige Vlaamse minister-president Van den Brande maakte de Vlamingen gek met het motto: wat we zelf doen, doen we beter. Wat dom toch dat Wim Kok deze kwakzalver niet op zijn woord heeft genomen.