Personeel Filmmuseum: niet verhuizen

Het personeel van het Filmmuseum, thans gevestigd in Amsterdam, wil niet naar Rotterdam en distantieert zich daarmee van de directie van de instelling.

Een nieuwe partij roert zich daarmee in de discussie over de vestigingsplaats van het Instituut voor Beeldcultuur, waarin het Filmmuseum zou moeten opgaan.

Ook al roepen alle betrokkenen dat het niet mag, de plannen voor het Instituut voor Beeldcultuur - een nationaal centrum voor film, fotografie en nieuwe media zijn gereduceerd tot gesteggel over de vestigingsplaats, Rotterdam of Amsterdam. Deze week verzette de Tweede Kamer zich tegen de voorkeur van staatssecretaris Van der Ploeg voor Rotterdam, waarmee de stedenstrijd weer van voren af leek te beginnen.

Het Filmmuseum moet in Amsterdam blijven, vinden de 130 medewerkers van het Filmmuseum, bij monde van de ondernemingsraad. Daarmee distantiëren ze zich van directeur Hoos Blotkamp, die in Trouw liet weten dat Amsterdam moet worden beschouwd als `een gepasseerd station'. Jeroen van der Meij, voorzitter van de OR: ,,Als personeel hebben we te lang geprobeerd om samen met bestuur en directie naar buiten te treden. Nu de directie ten onrechte namens de medewerkers spreekt, is dat voorbij. Uit twee enquetes is gebleken dat twee–derde van het personeel niet naar Rotterdam wil. De helft van de medewerkers zou in dat geval het museum verlaten, een onaanvaardbaar verlies van specialistische kennis.''

Werken bij het Filmmuseum is een kwestie van liefde voor het medium film, aldus OR-lid Marjan van Laar, want de arbeidsvoorwaarden zijn ,,19de-eeuws''. In combinatie met langere reistijd zal dat, meent zij, voor veel medewerkers reden zijn om ander werk te zoeken. Een ander bezwaar tegen verhuizing naar Rotterdam is de gevreesde publieksafname. Nu trekt het Filmmuseum 70.000 bezoekers per jaar. Het Instituut voor Beeldcultuur streeft naar 120 tot 150.000 bezoekers, maar de haalbaarheid daarvan wordt betwijfeld. Op inhoudelijk vlak heeft het museum-personeel weinig moeite met het samengaan van de verschillende instellingen.

Eind juni, kort nadat Van der Ploeg zijn voorkeur voor Rotterdam uitsprak, werden personeel en bestuur overvallen door de introductie van de `en-en-optie': verhuizing naar Rotterdam, met achterblijven van publieksfuncties als vertoning en documentatie in Amsterdam. Advies over dergelijke spreiding over de twee steden is nu door Van der Ploeg, die spreekt van een `win-win-situatie', aan de Raad voor Cultuur. De medewerkers van het Filmmuseum streven naar een `omgekeerde en-en-optie': het Filmmuseum in Amsterdam krijgt een dependance in Rotterdam.