NAVO

Bij zijn afscheid vorige week als secretaris-generaal van de NAVO, blikte Javier Solana zeer tevreden terug op de afgelopen vier jaar, waarin het bondgenootschap is omgebouwd van een defensiemacht in een humanitaire interventie- of vredesmacht (NRC Handelsblad, 6 oktober). Ongetwijfeld zullen de Verenige Naties hiervan dankbaar gebruik maken. Niet alleen om te interveniëren bij ernstige mensenrechtenschendingen, maar (als het aan minister Van Aartsen ligt) mogelijk ook in geval van verouderde en onveilige nucleaire installaties, massale milieuverontreiniging, tekort aan water of grootschalige productie en distributie van verdovende middelen.

Hoewel dit stuk voor stuk grensoverschrijdende problemen zijn die ons allemaal persoonlijk aangaan, denk ik niet dat voor het oplossen daarvan humanitaire interventie het juiste middel is. Allereerst zijn schendingen van mensenrechten gewapenderhand niet adequaat te bestrijden, dus zullen vredesoperaties het alom beoogde VN–ideaal nimmer één stap dichterbij kunnen brengen. Daarnaast zijn wereldproblemen, zoals milieuvervuiling, niet los te zien van de macht van het geld, welke de wereld draaiende en ons alles gevangen houdt. Vredesoperaties zullen aan die ongrijpbare macht nooit een einde kunnen maken. Integendeel, zij zullen hem juist versterken (high tech wapens kosten immers veel geld) en daarmee het onrecht in de wereld periodiek doen toenemen.

De ombouw van de NAVO van zuivere defensiemacht in humanitaire interventie- of vredesmacht, komt dan ook in feite neer op de transformatie van een egel in een wolf in schaapskleren. Aan deze gedaanteverwisseling kleeft geen wenkend vredesperspectief, maar het kaartje van de moedeloos makende uitzichtloosheid, die het VN-ideaal en daarmee de hoop op een betere wereld langzaam maar zeker in bloed van vredesoperaties) doet smoren.