`Medische hulp is een mensenrechtendaad'

Artsen zonder Grenzen krijgt de Nobelprijs voor de vrede. Het Nederlandse gezicht van de organisatie, Jacques de Milliano, over de arts als mensenrechtenactivist. `Altijd uitgaan van het worst case scenario'.

Jacques de Milliano (44), nog steeds het gezicht van Artsen Zonder Grenzen (AZG) in Nederland, zit thuis op de bank. In een vooroorlogse rijtjeswoning aan de Rembrandtlaan in Heemstede. Hij is onder de indruk van de Nobelprijs die AZG heeft gekregen. ,,De hele film draait weer af. Beelden komen terug. Angola, Rwanda, Tsjaad, Irak.''

Naast hem staan houten Afrikaanse krijgers. Tegen de pastelgele muur twee hoge speren. De Milliano, een katholieke jongen uit Zeeuws-Vlaanderen, heeft veel van de wereld gezien.

Hij stichtte in 1994 AZG Nederland en leidde de organisatie tot twee jaar geleden, toen hij voor het CDA in de Tweede Kamer verdween. Daar hield hij het nog geen jaar uit. De Milliano werkt inmiddels weer een paar maanden per jaar voor AZG, volgende week gaat hij een maand naar Congo. Om te bekijken hoe AZG daar vluchtelingen kan bereiken die door toedoen van de machthebbers onbereikbaar blijven voor de internationale gemeenschap.

AZG dankt de Nobel-prijs niet alleen aan de medische humanitaire hulp door uitgezonden artsen in conflictgebieden, meent De Milliano, maar vooral ook aan de politieke stellingname die de organisatie inneemt tegen machthebbers die op grote schaal mensenrechten schenden. Aan, wat ze noemen, advocacy: pleitbezorgen.

Pleitbezorgen?

,,We hebben de Nobelprijs voor de vrede gekregen. Pleitbezorgen betekent dat je diegene die verantwoordelijk is voor massale en ernstige mensenrechtenschendingen een halt toeroept. Humanitaire hulp zonder pleitbezorging helpt die vrede niet dichterbij. Integendeel. Dergelijke hulpverlening kan zelfs leiden tot medeplichtigheid aan het in stand houden van mensenrechtenschendingen.

,,In mijn tijd bij AZG heb ik dat debat uitvoerig gevoerd. Toen Kabila in voormalig Zaïre aan de macht kwam heb ik zelf geschreven dat hij niet te vertrouwen is, geheel tegen de heersende opvatting in dat Mobutu slecht was en Kabila goed, dat de Tutsi's goed waren en de Hutu's slecht. Saddam Hoessein is ook een voorbeeld. Toen die in 1988 de Koerden in Noord-Irak met gifgas bestookte was Hoessein nog de vriend van het Westen, want in oorlog met Khomeini. Niemand veroordeelde de aanval op Halabja. Wij hebben toen een persconferentie gehouden in Bagdad tegen Hoessein. Het was onze eerste mijlpaal in advocacy.''

Er ontstond wel een ,,richtingenstrijd'' binnen AZG over de vraag hoe ver je moet gaan met pleitbezorging, zegt De Milliano.

,,Het is een voortdurend debat. Tussen de arts-technocraat die alleen de slachtoffers medisch wil verzorgen en helpen, en de arts-mensenrechtenactivist die daarnaast ook bescherming wil bieden tegen de agressor. De universele verklaring van de rechten van de mens is daarbij de bijbel. Van daar uit getuig je. Medische hulp is een mensenrechtendaad, zeker wanneer de agressor niet wil dat je de hem helpt. We zijn in wezen mensenrechtenactivisten met medische bagage.''

Heeft advocacy bij AZG nog dezelfde prioriteit als in uw tijd?

,,Het principe dat humanitaire actie en pleitbezorging samen moeten gaan is diep verankerd in de organisatie. Maar het is wel zo dat AZG het nu iets minder voor de bühne brengt. Misschien zouden ze iets activistischer kunnen zijn op bepaalde momenten. Maar met activisme neem je ook risico's. Je staat op de Dam, en niemand die je hoort.'' Hij laat een foto zien: met enkele andere AZG-artsen op de Dam in Amsterdam, eenzaam demonstrerend tegen de genocide in Rwanda.En de levensbedreigende risico's voor artsen ter plekke?

,,Klopt. Je moet er op een intelligente manier mee omgaan. Je moet niet pleiten als je teams in het veld in direct gevaar zijn.''

Stimuleert de Nobelprijs mensenrechtenactivisme?

,,Het is een stimulans voor niet-risicomijdend gedrag. Om in crisissituaties hulp te verlenen en te getuigen als mensenrechten worden geschonden.''

Maar u heeft veel de kritiek gehad dat u weleens overdrijft.

,,Ik heb één keer de fout gemaakt te hoge cijfers te hebben gepresenteerd. Toen we voorspelden dat duizenden mensen met de dood werden bedreigd in een vluchtelingenkamp van Hutu's dat door Tutsi's was omsingeld. Het was de tijd dat Hutu's slecht en Tutsi's goed waren. Wij waren daar erg bang voor. Wij waarschuwden voor wraak van de Tutsi's met massale sterfte als gevolg. En toen heb ik die inschattingfout gemaakt. We hebben later toegegeven dat we duidelijker naar buiten hadden moeten brengen hoe we aan de cijfers waren gekomen.

,,Maar: in de afgelopen jaren hebben we de humanitaire noodsituaties meer onderschat dan overschat. Onderschatten is, vanuit ons perspectief als hulporganisatie, veel erger dan overschatten. Als hulpverlener moet altijd uitgaan van het worst case scenario. Dat is onze rol.''

Maar kunt u dan nog wel serieus worden genomen?

,,De journalistiek heeft de afgelopen jaren in veel gevallen de ernst van humanitaire rampen grof onderschat. De genocide in Rwanda, bijvoorbeeld. Dan zit je dus met een probleem.''