Koop geen fiscaal korset

Een e-mailer uit Velsen (50 jaar) tobt over zijn lijfrentepolis. De beperking van de premieaftrek in de voorgestelde wet Inkomstenbelasting 2001 (IB2001) verstoort de toekomstige studiekosten van zijn kinderen en een mogelijke pensioenbreuk.

Als hij over 10 jaar met pensioen gaat, ontvangt hij uit zijn pensioenregeling een ouderdomspensioen (inclusief AOW) van 70 procent van zijn laatste salaris. Wanneer alles meezit, en daar maakt hij zich zorgen over. Want: hoe zeker ben je tegenwoordig van een goed betaalde baan en een volledig pensioen? Daarom vindt de Velsenaar de voorgestelde regel dat je alleen premie mag aftrekken bij een aantoonbaar pensioentekort onrechtvaardig. Je zou rekening moeten mogen houden met een toekomstig, thans nog niet aantoonbaar, pensioengat.

Dat is een slimme redenering. Maar waar ligt de grens? De overheid is immers al meer dan tien jaar bezig de aftrek voor lijfrenten te beperken tot het niveau van een soort eerste levensbehoefte: 70 procent van het (eind)inkomen, op te bouwen in 40 jaar. Dat inkomen is beperkt tot 303.672 gulden per jaar.

Mensen leiden hieruit af dat de overheid een hoger pensioen dan 70 procent verbiedt. Zo is het niet. De overheid biedt de AOW als basispensioen en laat de rest over aan de betrokkenen. Ons land kent geen wettelijke pensioenplicht. Wel bestaan er vele faciliteiten om het sparen voor de oude dag te stimuleren.

De bekendste is de omkeerregel: lijfrente-aanspraken waarvan de premies nu aftrekbaar zijn van het belastbare inkomen, vallen in de toekomst onder de inkomstenbelasting. Die huidige aftrek (minder belastingontvangsten voor de staat) moet binnen de gestelde budgettaire grenzen blijven, vandaar de (fiscale) beperkingen aan de hoogte van het pensioen. Als je geen gebruik maakt van belastingvoordelen, zijn er dus geen grenzen aan de hoogte van je pensioen.

Daarbij komt de vrees van de fiscus de toekomstige inkomstenbelasting mis te lopen, wanneer de lijfrentetrekker bijvoorbeeld vertrekt naar een ander land en daar binnen tien jaar zijn verzekering afkoopt en zo de belastingclaim in gevaar brengt. Nederland geeft geen heffingsrechten prijs als mensen hier hun pensioenrechten met belastingvoordelen hebben opgebouwd. Mede daarom zijn er zoveel regels op dit gebied.

Er kan nog iets vreemds gebeuren door de voorgestelde 70 procent-pensioenparaplu. Je moet aantonen een pensioentekort te hebben, voor je een lijfrenteverzekering mag afsluiten. Zo lijkt die verzekering een gunst van de fiscus, waar onwetende mensen vast gretig gebruik van zullen willen maken door een beetje te sjoemelen met hun pensioenaanspraken. Maar wat heb je aan een lijfrenteverzekering naast een goed pensioen? Het is een fiscaal korset voor het leven, waar je amper iets aan hebt. Je kan net zo makkelijk deelnemen in een beleggingsfonds, vooral omdat straks de dividenden onbelast zijn.

Moet de vlag halfstok in Velsen? Nee. Het gaat om een polis uit 1989 die in 2009 afloopt, tegen de maximale geïndexeerde premiebetaling. Over 1999 ligt het maximum op 21.210 gulden. In 20 jaar betaalt deze lezer derhalve circa 420 duizend gulden premie (20 x 21.000), waarop hij 252 duizend belastingvoordeel geniet, althans tegen het huidige 60 procent IB-tarief. Die aftrek komt lager uit door de IB2001.

De Brede Herwaardering uit 1992 heeft bepaalde toen al lopende polissen ontzien, wat de IB2001 niet doet. Dat steekt verzekerden en verzekeraars. Welke invloed heeft IB2001 op deze polis? Een heel vreemde.

Stel dat de man uit Velsen binnen nu en tien jaar uit moet zien naar een nieuwe baan (na een gouden handdruk?) en daar minder verdient. Dan is dat lagere salaris de basis voor zijn bijgestelde paraplu en niet het huidige hogere salaris. Zijn pensioenrechten (die in 35 jaar tot 70 procent eindloon leiden) plus de lijfrenteaanspraken kunnen de fiscaal toegestane aftrek overschrijden. Daarmee is de pensioenbreuk automatisch geheeld.

Als pleister op de wonde geldt dit. Wanneer de lijfrentepremies vanaf het jaar 2001 niet langer (volledig) aftrekbaar zijn, wordt er op een overeenkomstig deel (ongeveer de helft) van de uitkering geen inkomstenbelasting ingehouden. Er is ook een nadeel. De vanaf 2001 opgebouwde poliswaarde valt onder de vermogensrendementsheffing van 1,2 procent.

Wat kan de Velsenaar nu doen? Helemaal niets, voorlopig. Het gaat om voorstellen waarvan de details nog niet bekend zijn. Het is zelfs mogelijk dat de grote lijnen kunnen veranderen bij de behandeling in de tweede kamer. Bovendien komt de aftrek over 2001 pas aan de orde wanneer hij in 2002 zijn aangiftebiljet invult. En de kinderen? Die redden zichzelf wel.

Wie de achtergronden van zijn pensioenzaken, maar zonder de details van IB2001, wil bestuderen, kan beginnen bij de pas verschenen heldere Persoonlijke Pensioenplanner van de Consumentenbond. Ook te koop in de boekhandel.