Kamer, ontbied Wellink

PvdA en GroenLinks hebben minister Zalm van Financiën opheldering gevraagd over leningen ter waarde van 3,7 miljoen gulden die de directie van De Nederlandsche Bank bij hun werkgever heeft opgenomen. De tip over deze informatie, die al ruim vier maanden besloten lag op pagina 215 van het jaarverslag van de centrale bank, kwam uit een column van E. Bomhoff vorige week zaterdag op deze pagina.

Oud nieuws, zou je zeggen, zeker omdat informatie over de kredieten aan de directie, voornamelijk woninghypotheken, sinds 1994 publiek is. De vragen van de parlementariërs wijzen op een structureel manco in de relatie van de volksvertegenwoordiging met De Nederlandsche Bank. Hoeveel actuele informatie hebben zij eigenlijk over datgene wat de centrale bank onder politieke verantwoording van de minister van Financiën doet?

De vraag is de afgelopen weken extra klemmend geworden door de kritiek die bankpresident Wellink in de wandelgangen van de jaarvergadering van IMF en Wereldbank in Washington uitte op het inflatie verhogende begrotingsbeleid.

Hoe terecht de kritiek van Wellink ook mag zijn, De Nederlandsche Bank heeft de afgelopen jaren zelf bijgedragen aan een oververhitting van segmenten van de Nederlandse economie. De Nederlandsche Bank heeft de explosie van woninghypotkeken door banken niet ingedamd en zij heeft de waarde van de gulden tegenover de Duitse mark stilletjes laten afglijden, zodat de exportpositie van Nederland zich florissant kon ontwikkelen.

Wellinks voorganger Duisenberg weigerde steevast naar de Tweede Kamer te komen om tekst en uitleg te geven over het rente- en wisselkoersbeleid en het bankentoezicht, twee van de kerntaken van de centrale bank. Hij vond dat de minister van Financiën dat moest doen, die was politiek verantwoordelijk. De Tweede Kamer liet de minister en de president jarenlang wegkomen met deze redenering.

Deze houding is kennelijk geworteld in de continentaal-Europese gedachte dat een centrale bank maar het beste zo geheimzinnig mogelijk kan werken en dat gekozen volksvertegenwoordigers geldpolitiek maar het beste aan deskundigen kunnen overlaten. In de Verenigde Staten, maar ook in het Verenigd Koninkrijk, is de angst voor informatie verlaten. De notulen van de beraadslagingen van de monetaire beleidsmakers worden snel openbaar en de president van de centrale bank komt naar het parlement om vragen te beantwoorden en te reageren op eventuele kritiek.

Wellink is na de overdracht van de monetaire bevoegdheden aan de Europese Centrale Bank wel bereid tekst en uitleg te komen geven in Den Haag, zoals Duisenberg, de directeur van de ECB het Europees Parlement informeert.

Maar de Kamer maakt geen adequaat gebruik van de nieuwe openheid. Wellinks kritiek in Washington lokte prompt reacties uit van Zalm en Kok. Maar geen Kamerlid zegt: mijnheer Wellink komt u uw opvattingen uitleggen in het enige gremium dat er voor ons toedoet, een vergaderzaal van de Tweede Kamer.

Volksvertegenwoordigers moeten niet alleen vragen stellen over de leningen van de directie van De Nederlandsche Bank, maar hen ook ondervragen over hun opvattingen over het begrotings- en fiscaal beleid.

Menno Tamminga is redacteur van NRC Handelsblad.