Het judopak van Vandecaveye

Wel duizend keer was Gella al op haar hoofd gevallen, want dat hoort bij judo. Nooit was het misgegaan. Altijd had de Belgische judoka de val kunnen breken. Maar op 17 oktober 1998 ging het mis. In haar partij tegen een Duitse judoka, ook wel bekend als `de bottenbreekster', slaagde ze er niet op tijd in haar armen vrij te maken voor de val. Gella viel op haar rug en brak twee nekwervels. De pijn was ondraaglijk. Het was gelukkig geen fatale val, maar ernstig genoeg om voor de loopbaan van de 24-jarige Vandecaveye te vrezen. Terwijl ze op de grond lag, vast in een houdgreep, dacht ze niet aan afkloppen. Ze wilde niet verliezen, ze wilde doorzetten. Uiteindelijk liet ze met trappelende voeten en wapperende handen weten dat ze de strijd opgaf. Een arts rende de mat op en riep om een brancard. Maar dat wilde Gella niet. Ze wilde op eigen kracht opstaan en deed dat ook. Verlamd van schrik en pijn moest ze naar het ziekenhuis worden vervoerd. De kans op chronische verlamming van haar armen was nadrukkelijk aanwezig. `Het is gedaan met je carrière', zei men tegen de drievoudig Europees kampioene en tweede van de Olympische Spelen in 1996. Maar Gella gaf niet op. Daags na de operatie zat ze al op de hometrainer. Twee maanden later stond ze op de mat. Vorige week stond ze in de finale van het WK. Ze verloor, een jaar na haar val. Maar ze vond het niet erg. Ze bleek nog steeds goed te kunnen judoën.

Dit is aflevering 41 in de serie over helden van deze eeuw.