GROEISTUIPEN EN HOCKEYTOERISME

`Competitievervalsing' is een veelgebezigde term in de hockey- hoofdklasse sinds Amsterdam en HGC tijdelijk gebruik maken van een buitenlandse huurling. Clubs dringen aan op scherpere bonds- regels, zoals eerder in andere takken van sport gebeurde. Over het schemergebied tussen amateurisme en professionalisme.

Een regelrechte provocatie aan het adres van het bondsbureau in Bunnik. Anders konden de opmerkingen van Toon Siepman niet worden uitgelegd. Afgelopen zondag, na het met 3-2 verloren competitieduel tegen HGC, liet de trainer-coach van Den Bosch doodleuk doorschemeren dat zijn club deze week drie hockeyinternationals uit Spanje (Amat, Arnau en Escarré) zou laten overkomen. `Spaanse trojka moet Den Bosch helpen', kopte De Telegraaf op maandag.

Dat bleek iets te voorbarig. Een dag na zijn ontboezeming haastte Siepman zich te verklaren dat het ,,een min of meer onschuldig grapje'' betrof, bedoeld om ,,de boel eens flink wakker te schudden''. Want dat is volgens Siepman zo langzamerhand hoognodig. ,,Het hek is van de dam en voor we het weten zijn we een weg ingeslagen waar we met z'n allen niet willen wezen.''

Siepmans noodkreet had wat Marijke Fleuren-Van Walsem betreft achterwege mogen blijven. ,,Wij hoeven niet geprovoceerd te worden'', bitst de competitieleider van de Nederlandse hockeybond (KNHB). ,,Dat sommige spelers maar een paar weken meespelen juich ik ook niet toe. Zulke incidenten – want zo noem ik het – zijn niet in het belang van de sport. Maar daar zijn de clubs verantwoordelijk voor. Zij halen spelers, niet wij. Met de clubs maken wij afspraken. Het is nogal kinderachtig van sommige clubs om steeds maar weer te proberen om onder die regels uit te komen en weer wat nieuws te verzinnen.''

Directe aanleiding voor alle ophef in de hockeyhoofdklasse is de komst van twee Pakistaanse huurlingen, Sohail Abbas (Amsterdam) en Muhammad Usman (HGC). Beide internationals kwamen op een toeristenvisum naar Nederland. Abbas keert komende week na vijf competitieduels al weer terug naar zijn vaderland, Usman speelde slechts twee wedstrijden en stapte dinsdag reeds op het vliegtuig. In de ogen van Siepman en het merendeel van zijn collega's twee schrijnende voorbeelden van hockeytoerisme en, erger nog: competitievervalsing. ,,Bovendien een zeer gevaarlijke trend'', meent de coach van Den Bosch. ,,Want als het zo doorgaat en Jan en Alleman wordt straks ingevlogen, belandt de eigen jeugd op de bank. Dat lijkt me op z'n zachtst gezegd niet de bedoeling.''

KNHB-directeur Johan Wakkie heeft inmiddels kennis genomen van de kritische kanttekeningen, maar veegt ze bijna achteloos van tafel. ,,Waar hebben we het over? Twee gevallen, waarvan het bij één (Abbas, red.) de bedoeling is dat hij snel weer terugkeert en zich voor langere tijd aan Amsterdam verbindt. Het probleem is nu toch een beetje dat iedereen elkaar aan het napraten is over bedrag-x en buitenlander-y, zonder de feiten op een rij te zetten.''

Ook André Bolhuis, voorzitter van de KNHB, weigert van competitievervalsing te spreken. ,,Amsterdam heeft groot gelijk dat ze Abbas naar Nederland halen. Die jongen heeft in drie wedstrijden al zeven doelpunten gemaakt. Die voegt wat toe aan de Nederlandse competitie, niemand die dat kan ontkennen. Als sommigen dat competitievervalsing noemen, dan begrijp ik dat niet. Alle clubs weten dat ze aan het begin van de competitie een lijst met 22 namen moeten inleveren. Dat zijn dé spelregels. Clubs die zich aan die regels houden, kunnen onmogelijk worden beticht van competitievervalsing.''

Niettemin neemt de roep om maatregelen toe. In het Hoofdklasse-overleg, een soort denktank van bond en clubs, drongen clubafgevaardigden anderhalve week geleden unaniem aan op scherpere richtlijnen om vermeende wantoestanden tegen te gaan. Het KNHB-bestuur overweegt nu tegemoet te komen aan de sluimerende onvrede. Bolhuis: ,,Ook al denk ik er persoonlijk anders over, als een meerderheid van mening is dat het zo niet langer kan, dan gaan wij aan de slag. Dan zullen we de marges versmallen.''

Een voorbeeld zou de bond daarbij wellicht kunnen nemen aan de collega's van de Nederlandse rugbybond (NRB). Ook in de hoogste afdeling van de rugbycompetitie, de ereklasse, was het op het allerlaatste moment `invliegen' van buitenlanders tot voor kort eerder regel dan uitzondering. Tot ergernis vooral van de minder draagkrachtige verenigingen, die lijdzaam moesten toezien hoe de grote clubs de selectie vlak voor een cruciale wedstrijd op oorlogssterkte brachten.

Om aan dergelijke praktijken een einde te maken, bekrachtigde de NRB deze zomer de regels die afgelopen seizoen reeds werden ingevoerd: clubs dienen uiterlijk drie weken voor het begin van de competitie een lijst met namen te overleggen op het bondsbureau in Amsterdam. Spelers wier naam simpelweg ontbreekt op de ingestuurde lijst of die nog zijn ingeschreven bij een andere nationale bond, zijn in de eerste helft van het seizoen niet speelgerechtigd. Medio december moeten de verenigingen hun (bindende) spelerslijst voor de tweede helft van het seizoen ingeleverd hebben.

Hoewel de aanscherping van de reglementen nogal wat voeten in de aarde had, ontving NRB-directeur Lub Nieuwenhuis tot op heden ,,overwegend positieve reacties'' van zijn leden. ,,Clubs eisten helderheid en duidelijkheid. Die hebben zij nu. Kortom, iedereen is tevreden.'' Dat geldt niet voor DIOK. Omdat de club uit Leiden in de eerste drie competitieduels twee niet-speelgerechtigde spelers opstelde – een Nieuw-Zeelander (Troy Raitt) en een Nederlander (Mark Schoon) – werd DIOK zonder pardon veertien punten in mindering gebracht. Op de ranglijst kelderde de tienvoudig landskampioen daardoor van de eerste naar de voorlaatste plaats. Bij de NRB-arbitragecommissie hoopt DIOK de straf binnenkort alsnog ongedaan te maken.

Tot arbitragezaken zal het in het hockey niet zo snel komen, omdat de bond tot dusverre soepele regels hanteert. Overleg met de clubs vormt het uitgangspunt van het beleid dat, zo benadrukt KNHB-directeur Wakkie, gericht is op een zo sterk mogelijke clubcompetitie. ,,Dat is de kracht van het Nederlandse hockey. Als je de eigen competitie gaat verzwakken, jaag je de topspelers het land uit, neemt de media-belangstelling af en lopen de sponsors weg. Dan roep je de problemen over jezelf af.''

Maar wat te denken van de scherpere richtlijnen met betrekking tot spelers uit het buitenland waar de hoofdklasseclubs nu dus op hebben aangedrongen? Bolhuis lacht besmuikt als hij wordt geconfronteerd met de zigzagkoers van de meeste clubs. ,,Wij hebben ze een auto gegeven zonder snelheidsbegrenzer, en gezegd: ga je gang. Vonden ze prachtig. Totdat ze plotseling werden ingehaald door een concurrent die over eenzelfde autootje bleek te beschikken en nog harder over het asfalt scheurde. Bleek het ineens niet zo leuk meer, en daarom staan ze nu bij ons op de stoep met de vraag of wij alsjeblieft die snelheidsbegrenzer weer willen installeren.''

Herman Ram herkent de huidige problematiek binnen de hockeybond. Als directeur van de Nederlandse badmintonbond (NBB) zat hij de afgelopen jaren tot twee keer toe in de rechtszaal. Centraal in beide juridische conflicten stond telkens de vraag of een eredivisieclub (Duinwijck) spelers mocht inzetten die volgens een concurrent (Esca) op basis van de bondsreglementen niet uit mochten komen in de nationale Topliga. Ram en de zijnen liepen zich vooral stuk op de bondsbepaling dat een speelgerechtigde speler óf de Nederlandse nationaliteit moest hebben dan wel ingezetene van Nederland diende te zijn.

Om een einde te maken aan het onderlinge gesteggel koos de NBB voor ,,een hele pragmatische aanpak'', vertelt Ram. ,,Tussen de vijfde en de zesde speelronde moeten de clubs een lijst inleveren met daarop de namen van de spelers die in de tweede helft van de competitie actief zullen zijn.'' Hoewel de hockeybond een soortgelijke soepele aanpak – met twee meetmomenten (een spelerslijst na de tweede en vóór de dertiende speelronde) – hanteert, vindt een meerderheid van de clubs de mazen van het net nog te groot. Zo is het mogelijk dat een speler speciaal voor de playoffs wordt ingevlogen, spelers uit het buitenland in één seizoen voor twee verschillende clubs uitkomen, en kunnen clubs de namen van spelers opgeven van wie het nog maar de vraag is of ze ooit voor de bewuste vereniging in actie zullen komen.

En wat doet de bond als clubs dezelfde namen opgeven? Competitieleider Fleuren had die vraag zien aankomen. ,,Afgelopen zondag zeker bij Oranje Zwart geweest, want die vraag klinkt me bekend in de oren. Het antwoord is simpel: dan is de betreffende speler niet speelgerechtigd, noch bij team A noch bij team B.''

Ram signaleert een bijna klassiek dilemma binnen de sportwereld. ,,Clubs hinken op twee gedachten'', zegt hij. ,,Aan de ene kant willen ze de vrije hand hebben als het gaat om het aantrekken van spelers. Aan de andere kant trekken ze onmiddellijk aan de bel zodra de concurrentie iets te nadrukkelijk gebruik maakt van die regels.'' Om die reden hanteert Ram, in zijn vrije tijd student privaatrecht aan de Open Universiteit, een eigen definitie van het begrip `recht': ,,Een compromis van tegenstrijdige gevoelens.''

Sentimenten die opflakkeren zodra de eerste stappen op weg naar een vorm van semi-professionalisme worden gezet, weet Ram. Niet toevallig komen conflicten over de inzetbaarheid van (buitenlandse) topspelers vooral voor bij sporten die zich in een overgangsfase bevinden. Ram: ,,Ga maar na: badminton, squash en nu dus ook hockey – één voor één sporten waar de belangen steeds zwaarder wegen na de overgang van amateurisme naar professionalisme.''

Hockey bevindt zich momenteel inderdaad in het schemergebied tussen amateurisme en professionalisme. Bolhuis trekt een vergelijking met de jaren vijftig toen de voetbalbond na lang wikken en wegen besloot tot de oprichting van een profsectie. ,,Geld begint langzaam maar zeker een rol te spelen. Waar wij nu mee worden geconfronteerd zijn de onvermijdelijke groeistuipen die gepaard gaan met de introductie van de factor geld. Dat kun je leuk vinden of niet leuk vinden, het feit ligt er.''

Menigeen voorspelt dat na de Olympische Spelen in Sydney, wanneer de meeste internationals geen verplichtingen meer hebben bij hun nationale ploeg, de hoofdklasse overspoeld zal worden met buitenlanders. Volgens Bolhuis zal het zo'n vaart niet lopen. ,,Hooguit twintig hockeyers, laten we zeggen de beste twintig ter wereld, zullen een plekje vinden in de hoofdklasse. Voor de rest is geen plaats, om de doodeenvoudige reden dat ze het vereiste niveau niet hebben. Vergeet niet dat onze competitie de beste clubcompetitie ter wereld is. Daar kom je niet zomaar.''