Gouden polis wordt molensteen

Vanaf 2003 moet over veel spaar- en beleggingsverzekeringen straks elk jaar 1,2 procent vermogensrendementsheffing worden betaald. Soms kunt u daar onderuit, maar meestal gaat de nieuwe regeling veel geld kosten.

De afgelopen jaren gaan voor levensverzekeraars de geschiedenis in als het gouden lustrum van de kapitaalverzekering. In de volksmond heet zo'n constructie een spaar- of beleggingsplan. De inleg ervoor is fiscaal niet aftrekbaar, maar de uitkering is na (tegenwoordig) minimaal vijftien jaar trouw inleggen wel belastingvrij tot een maximum. Zowel verzekeraar als klant kon van dit fiscale snoepje geen genoeg krijgen. Werden in 1997 al 258.000 spaarverzekeringen afgesloten met een totaal verzekerd kapitaal van 13,5 miljard gulden, vorig jaar waren dat er zelfs 355.000 met een totaal verzekerd kapitaal van bijna 19 miljard. Dit tot groot ongenoegen van de overheid. Over het almaar groeiende polisvermogen vangt de fiscus namelijk geen cent inkomsten- en vermogensbelasting.

Belastingherziening 2001 maakt aan dit fiscale feest een abrupt eind. Dat gaat zo. Nog tot eind 2002 krijgen kapitaalpolisklanten de tijd om de uitkering van hun spaar- en beleggingsverzekeringen – indien mogelijk – te bestemmen voor de aflossing van de hypotheek op hun eerste eigen huis. Heeft u geen eigen huis en/of geen hypotheek? Dan valt de waarde van uw spaar- of beleggingsplan vanaf 2003 gewoon in belastingbox 3. Dat betekent dat u, afgezien van een bescheiden vermogensvrijstelling van 37.463 gulden (74.926 gulden voor twee gehuwden/geregistreerden samen), 1,2 procent belasting betaalt over de binnen uw polis opgebouwde waarde. Elk jaar weer. Volgens een rekenvoorbeeld van het Verbond van Verzekeraars houdt een kapitaalpolishouder die 15 jaar lang inlegt en gemiddeld 7 procent rendement maakt onder het nieuwe regime over de hele looptijd van zijn verzekering 15 procent minder van zijn ingelegde premies over.

Soms valt daaraan nog iets te doen. Bezitters van een verhypothekeerde eerste eigen woning kunnen nagaan of ze hun kapitaalverzekering kunnen gebruiken voor aflossing van hun schuld, en daarmee de vermogensrendementsheffing omzeilen. ,,De polis leent zich vooral voor koppeling aan een aflossingsvrije hypotheek'', zegt Ruud Gerritsen, hoofd afdeling leven en pensioenen van verzekeraar Ohra. ,,Op die manier ontstaat alsnog een levenhypotheek. Ook kun je je annuïteitenhypotheek omzetten naar een levenhypotheek en daar je kapitaalverzekering aan verbinden''. Een te koppelen kapitaalverzekering moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De looptijd moet bijvoorbeeld minimaal 20 en maximaal 30 jaar zijn. Soms vergt dat aanpassing van de polis.

De koppeling zelf heeft weinig om het lijf. Op de polis komt te staan dat de uitkering uit de kapitaalverzekering moet worden gebruikt voor aflossing van uw hypotheekschuld. Zo'n verklaring wordt gratis uitgevoerd, verwacht Ben Boks, directeur fiscale zaken van bank/verzekeraar Achmea. Wel wijst Boks erop dat de belastingheffing slechts ontweken wordt voor zover de opgebouwde waarde in de kapitaalverzekering-eigen-woning niet hoger is dan het hypotheekbedrag. ,,Verder blijft gelden'', zegt Boks, ,,dat als de kapitaalverzekering-eigen-woning meer uitkeert dan een bepaalde vrijstelling [straks 121.500 euro voor polissen van na de Brede Herwaardering] of meer dan het hypotheekbedrag, u over het meerdere, onder verrekening van een evenredig deel van de betaalde premies, inkomstenbelasting betaalt tegen progressief tarief.

Kapitaalpolishouders die hun polis niet aan een hypotheek voor de eigen woning kunnen koppelen, moeten vanaf 2003 elk jaar 1,2 procent belasting over de waarde van hun polis afdragen. Daarnaast treft hen een tweede nadeel: de fiscale wetgever dwingt hen de polis voort te zetten. Wie zijn polis afkoopt moet immers alsnog progressief belasting betalen over het opgebouwde rendement over alle jaren tot 2003. Dit laatste vindt Hendrik Bulle, hoofd fiscale zaken Robeco Groep, onrechtvaardig. ,,Deze mensen hebben hun verzekering afgesloten om de fiscale vrijstelling te benutten. Zij hebben daarbij alle door de fiscus gestelde regels keurig nageleefd. Maar nu wijzigt de wetgever de regels van het spel en het beloofde voordeel vervalt, terwijl alle nadelige voorwaarden, zoals verplicht vijftien jaar in zo'n spaarcontract moeten zitten, blijven bestaan. Het ontgaat mij, waarom men dan straks, als de polis toch al in box 3 zit, nog jaren met het contract moet doorgaan. Laat mensen toch voordelig afkopen en gewoon verder gaan als spaar- of beleggingstegoed.''

Afkoop van een kapitaalverzekering is overigens vaak extra ongunstig omdat afkopers, naast inkomstenbelasting over het rendement vaak ook forse kosten aan de verzekeraar moeten betalen. Verzekeraars hebben belang bij deze dure vorm van gedwongen winkelnering en hebben daarbij de fiscus nog steeds aan hun zijde. Of afkoop, bijvoorbeeld van een nog slechts kort lopend contract, verstandig is, valt te berekenen door de afkoopwaarde van een polis op te vragen, dat bedrag af te trekken van de opgebouwde poliswaarde, en die uitkomst op te tellen bij de te betalen inkomstenbelasting. Dat totale verlies kunt u afwegen tegen alle kosten die de verzekeraar u in de toekomst nog in rekening gaat brengen.

Herman Kappelle, hoofd van de adviesgroep juridische en fiscale zaken van Aegon (moeder van Spaarbeleg) vermoedt dat de vermogensrendementsheffing sommige polishouders in liquiditeitsproblemen kan brengen. ,,Als een polishouder zijn belasting niet kan voldoen, zal hij zijn verzekering mogelijk voortijdig moeten beëindigen. Deze situatie kon hij niet voorzien toen hij een aantal jaren geleden zijn langlopende contract met de verzekeraar aanging.'' Ook Kappelle hoopt daarom nog op een overgangsregeling.

Het is duidelijk: nu nog een nieuwe spaar- of beleggingsverzekering afsluiten is onverstandig en duur, ook al krijgt u nog zo'n mooi lijkende aanbieding in uw brievenbus. Er zijn ook verzekeraars, zoals Ohra, die in het belang van de klant nu al geen nieuwe aanvragen voor spaar- en beleggingsplannen meer accepteren.