Europese luchtgigant

DE FUSIE die de Franse en Duitse luchtvaartindustrie deze week heeft aangekondigd, vormt het sluitstuk van een lang proces en het begin van een nieuwe etappe in de Europese integratie. De aanwezigheid van de Franse premier Jospin en de Duitse bondskanselier Schröder bij de aankondiging van de fusie, in Straatsburg, onderstreepte de immense politieke, economische en militaire belangen die aan de luchtvaartindustrie verbonden zijn. De Frans-Duitse bundeling op het gebied van civiele, militaire en ruimtevaart-industrie heeft dan ook een betekenis die de nationale en zelfs de Europese schaal te boven gaat. Dit is een samenbundeling van industriële en technologische macht met een wereldwijde uitstraling.

In de nieuwe groep gaan het Duitse DASA en het Franse Aerospatiale Matra beide zelf al het resultaat van reeksen fusies en overnames samen onder de prozaïsche naam European Aeronautic, Defense & Space Company (EADS). Ook al bestaan er reeds vele vormen van Europese samenwerking tussen nationale defensie- en luchtvaartindustrieën, tot voor kort waren grensoverschrijdende fusies politiek uitgesloten. Eeuwen van militaire rivaliteit én de heersende opvattingen over het belang van nationale `sleutelindustrieën' verhinderden zo'n grensoverschrijdende stap.

In 1952 begon de na-oorlogse Europese verzoening met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Deze kwam er op neer dat de twee grondstoffen voor de oorlogsindustrie, steenkolen en staal, onder een gemeenschappelijke autoriteit werden geplaatst. In zekere zin kan de Frans-Duitse samenvoeging van hun luchtvaartindustrieën als een sluitstuk van dit proces worden beschouwd. Naast een monetaire unie vormen Frankrijk en Duitsland nu ook een civiel-militaire unie in de luchtvaartindustrie. Met als parallel: in beide gevallen staat Groot-Brittannië wat de vliegtuigindustrie betreft British Aerospace (BAe) aan de kant.

De consolidatie is in een stroomversnelling gekomen na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Terwijl de Amerikaanse defensie- en de luchtvaartindustrie zich in snel tempo aanpaste aan de veranderde geo-politieke verhoudingen, bleef Europa aarzelen. Nationale belangen, zowel wat betreft politiek prestige als werkgelegenheid, spelen in de Europese defensie-industrie nu eenmaal een rol die in de Verenigde Staten niet bestaat. Begin dit jaar leek niettemin een doorbraak op komst, maar een fusie van DASA en BAe ketste op het laatste moment af. DaimlerChrysler, het moederbedrijf van DASA, richtte zich vervolgens op Aerospatiale Matra dat bezig was zich te ontdoen van de greep van het Franse staatskapitalisme. De twee hebben elkaar nu gevonden in een samenwerkingsverband waarin de Franse staat vijftien procent van de aandelen heeft en DaimlerChrysler met dertig procent de grootste afzonderlijke aandeelhouder wordt. Hierop wijzend zei Jürgen Schrempp, bestuursvoorzitter van DaimlerChrysler: ,,Wij zullen de drijvende kracht worden in de luchtvaartsector, zoals we dat ook zijn in de automobielindustrie.''

DE INDUSTRIËLE samenbundeling heeft op termijn een grote betekenis. Ten eerste wat betreft de Europese samenwerking in Airbus, het burgervliegtuig waarvan EADS nu de grootste aandeelhouder is, en de rivaliteit met het Amerikaanse Boeing. Airbus verkoopt dit jaar waarschijnlijk twee keer zoveel vliegtuigen als Boeing. Maar het Europese succes wordt versluierd door de diffuse Franse juridische structuur, waarin DASA, BAe en Aerospatiale deelnemen (de Spaanse partner is eerder dit jaar opgekocht door DASA). De kans dat Airbus omgevormd wordt tot een andere ondernemingsvorm is toegenomen, evenals de kans op grotere rivaliteit tussen Boeing en Airbus. En daarmee op Amerikaans-Europese handelsfricties.

Ten tweede heeft de samenwerking betekenis voor de bundeling van militaire activiteiten. Ook hier kunnen zich door de versterking van de Europese industrie meer transatlantische problemen gaan voordoen. Niet alleen leeft in Europa de politieke wil om de defensie-identiteit te vergroten, er is nu op luchtvaartgebied de basis gelegd voor een Europese militaire industrie. Er blijven overigens nog voldoende obstakels over: zo staat Frankrijk buiten de geldverslindende Brits-Duitse samenwerking om een `Eurofighter' te ontwikkelen.

Op korte termijn is de vraag of de fusie zal slagen. Twee bestuursvoorzitters, twee hoofdvestigingen, twee verschillende culturen moeten worden samengevoegd in één bedrijf met bijna negentigduizend mensen en een omzet van 45 miljard gulden. Na Boeing en Lockheed de grootste ter wereld. Parijs en Bonn zullen moeten bewijzen dat ze deze industriële gigant samen aankunnen.