Eetstoornissen

Dr. Anita Jansen, aan de Universiteit van Maastricht tot hoogleraar `Eetstoornissen' benoemd, valt in een interview (Z 18 september) alle mensen aan die zich buiten Maastricht met eetstoornissen bezighouden. Geen daarvan voldoet aan haar wetenschappelijke normen.

- Zij heeft er bezwaar tegen dat de overheid de Ursula-kliniek in Leidschendam samen met de RU Leiden tot het nationale kenniscentrum laat uitgroeien. Want uit Leiden heeft zij nog nooit een publicatie op dit gebied gezien. Dat centrum moet bij haar in Maastricht komen want daar doet men tenminste onderzoek. Ik volg, als leek, al meer dan 20 jaar bijna alles wat op dit gebied gepubliceerd wordt. De bijdragen uit Leiden zijn niet alleen talrijker, ik vind ze ook van een beduidend hoger wetenschappelijk niveau dan die uit Maastricht. Jansen kan dat verschil niet beoordelen want zij weet niet dat er publicaties uit Leiden zijn.

- Dat gebrek aan kennis van haar eigen vakliteratuur was al eerder gebleken. Voor wijlen Prof. Vroon was het aanleiding om in de Volkskrant van 15 april 1989 op te merken dat een artikel van haar hand over een als nieuw gebrachte theorie als twee druppels water op een veel ouder artikel van twee Amerikanen leek.

- In het blad Opzij breekt Jansen ook de staf over de Canadese Peggy Claude-Pierre, die een kliniek leidt die wereldwijd beroemd werd. Haar enige grond van afwijzing is dat zij nooit iets van zulke mensen in wetenschappelijke tijdschriften leest. Claude-Pierre heeft de laatste twee jaar in Nederland vier voordrachten gehouden waarvan twee uitsluitend voor professionele hulpverleners. Jansen werd daar niet gezien. Ook heeft zij geen kennis genomen van het boek dat Claude-Pierre schreef. Niet wetenschappelijk genoeg waarschijnlijk.

Het artikel in uw blad leidde tot een ingezonden brief op 2 oktober van L. Rombout in Oss. Hij weet precies waardoor anorexia nervosa ontstaat (door de ouders) en hij beroept zich op overtuigend wetenschappelijk bewijsmateriaal zonder te zeggen welk. Zulk materiaal bestaat niet. Ik ken de achterhaalde publicaties waarop hij doelt. Die zijn afkomstig van mensen die ook zo precies wisten dat homoseksualiteit, schizofrenie, autisme en verslavingen het gevolg zijn van ondeugdelijke ouders.

Rombout en Jansen: bondgenoten in de (pseudo)wetenschap.