Een live-verslag van het civilisatieproces

Een mensenleven is natuurlijk te kort om tot een sluitende conclusie te komen, maar wie vanaf zijn geboorte goed oplet en het gedrag van zijn medemensen objectief beoordeelt, zal zo rond zijn vijftigste moeten toegeven dat de meesten buitengewoon aardig zijn. De samenleving bestaat door de bank genomen uit goedwillende mannen en vrouwen die eigenlijk maar één ding nastreven: het elkaar naar de zin maken. Dat ze in dit streven gedwarsboomd worden door gebeurtenissen en omstandigheden waaraan ze zelf part noch deel hebben, is ook een onmiskenbaar gegeven, maar dat is voor de meesten van ons geen reden om het aardig zijn en het aardig gevonden willen worden als richtsnoer voor het handelen los te laten. De geschiedenis moet het wel heel bont maken eer een samenleving en masse onaardig wordt.

Bovenstaande observaties worden tot nu toe in wetenschappelijk onderzoek bevestigd, en, wat belangrijker is, van een verklarende theorie voorzien. In de sociologie bijvoorbeeld is het gebruikelijk om de menselijke aardigheid te beschouwen als een exponent van het voortschrijdende beschavingsproces. Mensen zijn aardig voor elkaar omdat ze elkaar nodig hebben. En omdat wij in de loop der eeuwen voor steeds meer verschillende zaken elkaar steeds vaker een beetje meer nodig hadden, zijn we ook steeds aardiger geworden. Dat is de kern van het civilisatieproces en de bewijzen daarvan zien we dagelijks om ons heen: de mensen slaan er niet meer direct op los, de bazen commanderen niet meer, maar vragen adviezen, gevoelens worden gerespecteerd en bespreekbaar gemaakt, machtspelletjes zijn not done, en iedereen werkt heel open en eerlijk aan zijn relaties.

Wie deze beschaving in microformaat wil bestuderen moet naar het programma Big Brother van Veronica kijken. Zoveel geconcentreerde aardigheid tussen acht gewone mensen en een camera is zelfs op de Nederlandse televisie nog niet voorgekomen. Het programma is een prachtig live-verslag van het civilisatieproces, en toont ons precies, van dag tot dag, hoever de Nederlandse burger daarin is gekomen.

Nu zijn er, ook onder sociologen, andersdenkenden die een veel minder positief beeld hebben van deze fase in de menselijke ontwikkeling. Hun kritiek is dat al die sociale en emotionele intelligentie, die moderne mensen bij zichzelf aanboren, slechts een poel van peilloze verveling oplevert.

Daar zit iets in.

Het genoemde tv-programma mag in wetenschappelijk opzicht dan buitengewoon opwindend zijn, voor de rest valt er weinig te beleven. Na twee afleveringen geloof je het verder wel. Sociaal correct gedrag, hoe spitsvondig en hoe gevarieerd ook, doet het hart niet sneller kloppen. En daarom is het zo moeilijk om de aardige medemens als het eindproduct van het beschavingsproces te aanvaarden. Je hoopt toch dat er nog iets anders in het sociologische vat zit. De civilisatietheorie is om die reden nogal onbevredigend. Maar daarmee nog niet weerlegd.

Daarvan is pas sprake als aangetoond wordt dat de mensen in Nederland in plaats van aardiger onaardiger worden. En dat is een hele klus. Want de bewijsvoering is lastig rond te krijgen. Neem de geweldscriminaliteit, die daalt en stijgt als naar gelang de gebruikte registratietechniek, zo bleek deze week uit een klein berichtje in de krant. Bovendien blijft de deelname aan dit soort onaardig gedrag beperkt tot groepen die niet representatief zijn voor de rest van de bevolking. In het brede maatschappelijke midden van Big Brother lijken de sympathieke gevoelens die men voor elkaar koestert statistisch gezien niet aan kracht in te boeten. Integendeel: nog nooit werd zoveel getrouwd, werd zoveel tijd doorgebracht in de huiselijke kring, en hield men zoveel van dieren.Is dat aardig of niet aardig?

Het is daarom opmerkelijk dat de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en in die functie tevens de hoogste adviseur van Kroon en Staat, er geheel andere ideeën op nahoudt. In een interview met Vrij Nederland van 9 oktober laat prof.dr. Paul Schnabel niets heel van de aardige burger. Op alle fronten signaleert hij een toenemende agressie. We verdragen elkaar steeds minder en spreken met `dédain' over onze buren. Gezaghebbende cabaretiers hebben het over `kutjuffouw' of `teef' als een dame in het publiek even niet oplet, en wij moeten daar tot ergernis van Schnabel hartelijk om lachen. Dat is allemaal verschrikkelijk onaardig!

De oorzaak van deze collectieve brutaliteit ligt volgens de socioloog in de structuurloosheid van het huidige gezin. Al die toegeeflijke ouders kweken gefrustreerde, eenzame en ontevreden kinderen, van wie je bij het minste of geringste een grote bek kunt krijgen. En als ze groot zijn, wordt het alleen nog maar erger.

Hoe weet de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau dit allemaal zo precies? Over welke gegevens beschikt hij, en waarom vermeldt hij deze niet in een bijlage bij het vraaggesprek? Zijn ze geheim? Houdt de koningin ze misschien nog even onder de hoed, om ze in de kersttoespraak officieel naar buiten te brengen? We weten het niet, maar afgaande op de reputatie van de geïnterviewde en die van zijn bureau, moet het inktzwarte beeld van de moderne medemens de vrucht zijn van een gedegen wetenschappelijke analyse en kunnen we binnenkort een sensationele paradigmawisseling in de sociale wetenschappen verwachten.

Toch nog maar eens naar Big Brother kijken. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien.