De bowler en de dood

Zeventig jaar geleden, op 15 oktober 1929, hield Sir Arthur Conan Doyle, schepper van de beroemdste speurneus ter wereld, een voordracht in Den Haag. De `groote zaal van den Dierentuin' was bezet tot op de laatste plaats, zo berichtte de verslaggever van de Haagsche Courant. Maar het talrijke publiek had zich beslist niet verzameld om te luisteren naar een uiteenzetting over Sherlock Holmes en zijn trouwe metgezel dr. Watson.

`Het leven na den dood, beschouwd in het licht der moderne psychische kennis', luidde de titel van de `lezing met lichtbeelden', aldus de annonce van de Nederlandsche Vereeniging van Spiritisten Harmonia in de krant van 12 oktober. De toegangskaarten kostten een, twee of drie gulden. Het batig saldo van sir Arthurs lezing zou worden `aangewend voor spiritistische doeleinden'.

Een paar pagina's eerder plaatste de krant een foto van een ernstig kijkend gezelschap dames en heren. In het midden, de linkerarm achter het lichaam gedrukt als om een pijnlijke rug te rechten, torent `den bekenden Engelschen schrijver en spiritist' boven de anderen uit. Conan Doyle, geflankeerd door zijn dertien jaar jongere echtgenote en spiritistische metgezellin Jean Doyle-Leckie met welkomstboeket, werd al enige tijd gekweld door een hartkwaal. Naast het echtpaar staat P. Goedhart, de voorzitter van Harmonia, die de spreker zou gaan inleiden en als `onvermoeiden vertaler' dienst zou doen, zoals het verslag later aangaf.

Sir Arthur had Den Haag al eens eerder bezocht. Krachtig en in de bloei van zijn leven beoefende de 32-jarige arts en schrijver in de zomer van 1891 een van zijn vele sportieve passies: cricket. Zijn equipe zegevierde over de Hollandse gelegenheidsploeg, doordat bowler Conan Doyle de laatste vier tegenstanders uitsloeg. Het schijnt dat zijn teamgenoten hem vervolgens op de schouders wilden nemen voor een triomfronde over het veld, maar dat zij hierin niet slaagden vanwege zijn gewicht.

Achtendertig jaar later noteerde de Haagse verslaggever hoe `de groote Engelschman' naar voren trad `onder hartelijk applaus' en zijn toeschouwers voorhield, dat zijn lezing `het meest belangrijke onderwerp in de wereld behandelde, omdat het hier gaat om de toekomst van iederen man en iedere vrouw'.

Hij vertelde zijn geboeid gehoor hoe hij al op jonge leeftijd met het spiritisme in aanraking was gekomen, maar hoe de persoonlijke verliezen in de oorlog (Conan Doyle's enige broer, zijn zoon, twee zwagers en twee neven sneuvelden) de weg naar de waarheid over het tweede leven, het leven na de dood, openden. `Hij begreep dat de geesten zich niet anders kunnen manifesteeren dan door geluiden, door seinen. Het sein is evenwel niets, maar de boodschap is alles.'

Aan het slot van zijn stuk vat de verslaggever de boodschap nog eens samen: `Het spiritisme, dat men eerlijk en onbevooroordeeld dient te onderzoeken, neemt de vrees voor den dood weg en stelt ons in staat in contact te komen met de dierbaren die wij verloren. De komst van deze nieuwe kennis: het bestaan van een werkelijk, gelukkiger en helderder leven na den dood. Waarom zouden wij den dood dan vreezen? Voorwaarde is echter, dat de dood natuurlijk moet zijn, want zelfmoord moet absoluut vermeden worden.'

Het kan niet anders of het heeft Conan Doyle een merkwaardig gevoel gegeven toen nog geen twee weken later beurshandelaren en andere geruïneerde zakenmensen op Wall Street uit de ramen sprongen. Of zou hij, direct na Den Haag op toernee in Kopenhagen, de beurskrach niet hebben opgemerkt?

Ondanks herhaalde aanvallen van angina pectoris hield hij lezingen en gaf hij radio-interviews over het spiritisme, maar hij moest de toernee afbreken. Belemmerd in al zijn bezigheden door zijn verzwakt gestel, maar gelukkig en niet bevreesd voor de dood, noteerde hij in zijn laatste opschrijfboek: `I have had many adventures. The greatest and most glorious of all awaits me.' Op 7 juli 1930 overleed Sir Arthur Conan Doyle aan de gevolgen van een zware hartaanval.

Hoewel zijn geest contact onderhield met zijn liefhebbende weduwe, zouden het zijn geschriften over de medische wetenschap, de vele pamfletten over sociale, juridische en politieke kwesties, noch de verhandelingen over het spiritisme zijn die hem levend hielden. Sherlock Holmes, die hij uit ergernis in december 1893 had laten sterven in 'The Final Problem' en die hij onder grote druk van zijn publiek in 1903 opnieuw opvoerde in 'The Adventure of the Empty House', overleefde hem. Tot de dag van vandaag waart zijn geest rond.