DALING INTERESSE IN WISKUNDE TREFT VOORAL JONGENS

Als jongens en meisjes de basisschool verlaten, is er niet veel verschil in hun houding tegenover wiskunde. Algemeen wordt aangenomen dat binnen een paar jaar meisjes gemiddeld veel onzekerder zijn over hun wiskundecapaciteiten dan jongens, zelfs wanneer hun daadwerkelijke prestaties gelijk zijn. Die veronderstelling, die in veel onderzoeken bevestigd wordt, is aannemelijk, want ook veel ouders en leraren denken dat meisjes slechter zijn in wiskunde.

In een Frans-Canadees onderzoek wordt nu een ander resultaat gemeld (Journal of Research and Development in Education lente 1999, vol.32, nr.3 p184-192). Een groep van 982 meisjes en 903 jongens in de leeftijd van 12 tot en met 18 jaar (afkomstig van negen high schools, alle met wiskundeles) werd onderworpen aan zestien vragenlijsten over de stimulering in de wiskunde door hun ouders en leraren, over hun eigen opvattingen over het vak en hun capaciteiten. De groep werd in twee leeftijdscategorieën verdeeld: 12 t/m 14 en 15 t/m 18 jaar. De verrassende uitkomst was dat de oudere jongens zich in alle testen minder enthousiast en minder gestimuleerd toonden dan de jongere. Oudere meisjes zijn zelfs enthousiaster dan oudere jongens. Dit kan dus betekenen dat latere stimulering van meisjes voor bèta-vakken (`kies exact!') ook in de hogere klassen belangrijke resultaten oplevert. De ondergang van bèta-belangstelling in de puberteit treft vooral jongens. De meisjes rapporteren in de hogere leeftijdsgroep zelfs even hoge wiskundeprestaties als de jongens.

Het resultaat van het onderzoek is overigens ook een ondersteuning van het idee dat stimulering door leraren en ouders belangrijke invloed heeft op de interesse voor wiskunde. De oudere jongens rapporteerden minder stimulering door hun leraren en ouders dan hun jongere geslachtsgenoten en de meisjes.

De onderzoekers merken verder op dat meisjes in de puberteit op een veel breder gebied grotere stabiliteit in opvattingen en gedrag laten zien dan jongens. Oudere jongens verliezen sowieso belangstelling voor school gaandeweg de puberteit.

Canada behoort wat wiskundeprestaties in het onderwijs betreft tot de middenmoot van de geïndustrialiseerde landen, Nederland staat iets boven het gemiddelde (volgens Education at a glance 1998).

(Hendrik Spiering)