Column

Circus creditcard

Afgelopen week sprak ik door omstandigheden nogal wat journalisten en hoorde zodoende hetvolgende: Rond de voetbalwedstrijd Nederland-Brazilië was de grote voetballer Pele in ons land en hij werd op allerlei zenders veelvuldig geïnterviewd. Nu bleek dat Eurocard Mastercard veel met zijn bezoek te maken had. Ik weet niet of deze firma zijn aanwezigheid betaalde, maar als je Pele sprak dan moest dat in de buurt van het logo van deze creditcardboer. Met de zendgemachtigde werd vervolgens afgesproken dat het logo van het plastic pasje minimaal één keer in beeld kwam. De cameraman zou even uitzoomen, zoals dat in vaktermen heet en dan kwam het logo in volle glorie langs. Bij een bekend sportprogramma werd dat, volgens mijn zegsman absoluut per ongeluk, vergeten. De regisseur zat zo geboeid naar Pele te luisteren dat hij heel even vergat te zoomen. Waar gewerkt wordt maakt men fouten! Toch? Na de uitzending hing er een meneer van de pasjesfirma aan de lijn. Witheet uiteraard. Hoe hij het vergeten kon zijn? En zo kan je nooit afspraken maken! Dit was een regelrechte schande! Ze zouden nooit meer zaken doen! Enzovoort. De journalist bood zijn oprechte verontschuldigingen aan en zei dat de regisseur te geboeid had zitten kijken en luisteren naar een van de grootste voetballers aller tijden! En toen kwamen de prachtwoorden van de woedende, zeg maar ziedende creditcardmeneer: `Wat heb ik met die Pele te maken? Ik wil mijn logo zien.'

Gisteren vertelde een meisje mij dat zij tijdens de hockeywedstrijd haar mouwen niet mag opstropen, omdat anders het piepkleine logootje van de sponsor onzichtbaar wordt. Ze mag wel één mouw opstropen. Ik ben zo bang dat er over vergaderd is. Dat het opstropen serieus op de agenda heeft gestaan en dat er bij die vergadering ook academici waren. Afgestudeerde types dus, die vroeger gelachen hebben en gedronken en gefeest! En nu beschermen ze in een echte vergadering het logootje van de firma en sturen ze na afloop een bloedserieus memo naar de hockeyclub.

Niet zo lang geleden noemde ik in een interview een merk snoepjes en had de volgende dag meteen een fax op mijn buro met de vraag of ik op mijn woorden wilde letten? Ik doe niet anders. Het is mijn vak. Per omgaande heb ik aan de man gevraagd of hij niks beters te doen had? Je denkt toch altijd bij een directeur van zo'n grote zaak: die houdt zich met iets zinvols bezig. Nee dus. Net als ik trouwens. Ik fax met fabrieken. Over zinloos leven gesproken. Maar goed: de directeur en ik houden elkaar van de straat, komen allebei 's avonds thuis en zeggen: `Druk, druk, druk, druk.' Misschien liggen we ooit nog naast elkaar op de hartbewaking van het plaatselijke hospitaal. Hij omdat hij zijn imago verdedigde en ik omdat ik druk was met het mijne. Allebei met onzin bezig dus.

Toch heeft het creditcard-verhaal me weer een onsje wantrouwender gemaakt. Waarom? Omdat het inderdaad niet om Pele gaat, maar om de pasjespooier. Het zal ze jeuken op het hoofdkantoor. Zo zal het waarschijnlijk Pele weer jeuken dat hij in Nederland een babbeltje moet houden. Denemarken was ook goed geweest. En Duitsland zeker. Dat babbelen is inmiddels zijn werk geworden en dat doet hij goed, maar om nou te zeggen dat het nodig is. Hij wordt er voor betaald. Hij krijgt waarschijnlijk een bodemloze creditcard.

Het wordt steeds stuitender. Laatst zag ik de woordvoerder van de sponsor van de commerciële schaatsploeg. Uit piëteit zal ik de naam van het bedrijf niet noemen, maar zelden zag ik een man zo schutteren. Hij werd door de schaatsers zelf terechtgewezen. Volgens mij heeft die korte uitzending het bedrijf honderdduizenden guldens gekost. Men sponsorde iets waar men niets, maar dan ook niets vanaf wist. In elk geval wist die pr-man van zijn gezond niet af. Zit nu ziek thuis waarschijnlijk. Het was zo sneu. Maar het was wel tekenend voor de belangenstrijd in de stadions. Waar gaat het om? Om de sport of om de sponsor? Om de sport toch? Nou dan! Voor je het weet roept iedereen: `Kan mij die creditcard schelen!' En dat wil die pasjesmeneer zeker niet.