Catalanen raken vermoeid van Pujol

De Catalanen kiezen morgen een nieuwe regiopresident. Als Jordi Pujol, zittend president sinds negentien jaar, wordt verslagen, wachten Catalonië grote veranderingen.

Jordi Pujol (69 jaar) hoopt morgen het Europees record van langstzittende regeerder op zijn naam te zetten. Negentien jaar zetelt Pujol nu als president in het Barcelonese paleis van de regioregering in Catalonië. Morgen gaan de Catalanen naar de stembus en Pujol hoopt voor de zesde achtereenvolgende maal dat zijn Catalaans-nationalistische partij CiU als beste uit de bus komt.

Welkom in Pujol-land. ,,De Catalaanse natie is Jordi Pujol. De Catalaanse taal is Jordi Pujol. De Catalaanse familie is de familie van Jordi Pujol'', hekelde de Catalaanse successchrijver Terenci Moix deze week in de pers. Josep Tarradellas, Catalaans leider in ballingschap tijdens de Franco-dictatuur, had nog zo gewaarschuwd. ,,Pas op met die jongen, die Pujol. Hij heeft het karakter van een dictator.'' Het eerste wat Pujol deed toen hij aan de macht kwam was de collectieve herinnering aan de oude Tarraddellas grondig uitwissen. En nu zit Catalonië volgens Moix opgescheept met een dictablanda, een mild soort dictatuur waarin alle lijntjes in de regio samenkomen in de persoon van de regiopresident. Zelfs een overwinning van het almachtige F.C. Barcelona is een overwinning van Jordi Pujol, grapte Moix.

Maar zoals Barcelona afgelopen woensdagavond in het eigen Camp Nou stadion gelijk speelde tegen aartsrivaal Real Madrid – uiteraard onder toeziend oog van Jordi Pujol – zo staat voor het eerst sinds jaren ook de almacht van de Catalaanse leider onder druk. De socialist Pasqual Maragall, de 58-jarige ex-burgemeester van Barcelona, is een serieuze concurrent voor het presidentschap. Hoewel de laatste peilingen op een winst van Pujol wijzen, is de marge kleiner dan ooit en bestaat een reële kans op een machtswisseling.

Dat laatste zou vergaande gevolgen hebben, niet alleen voor de belangrijke Catalaanse regio, maar voor heel Spanje. Jordi Pujol speelde het afgelopen decennium een doorslaggevende rol in de stabiliteit van de regering in Madrid. Iedere minderheidsregering – eerst de socialisten onder leiding van González, nu de centrum-conservatieven van Aznar – klopte in Barcelona aan bij de kleine regio-president. Die gaf zijn steun in ruil voor een grotere autonomie van zijn regio en vooral veel geld uit de centrale kas.

Als Jordi Pujol zijn koninkrijkje verliest, komt deze politieke koehandel in gevaar. Want welk nut heeft het de centrale regering in Madrid te steunen als er toch niets uit te slepen valt voor de lokale kiezers? En dan ook nog eens aan de partij van Aznar, die in de toekomst wel eens uit zou kunnen groeien tot de belangrijkste rivaal van de Catalaanse nationalisten. Voor premier Aznar dreigt eveneens een wankel evenwicht doorbroken te worden: begin volgend jaar zijn de landelijke verkiezingen en het meest waarschijnlijke is dat zijn partij andermaal als de grootste, maar zonder absolute meerderheid uit de bus komt. Het Catalaanse steuntje in de rug blijft dan noodzakelijk.

Pasqual Maragall mikt onder de Catalaanse kiezers vooral op de ,,immigranten'' uit Andalusië en Galicië die naar Barcelona trokken om in de havens en de industrie hun brood te verdienen. Traditioneel kent Catalonië de laagste opkomst bij de regioverkiezingen, omdat deze import zich liever niet mengt in onderonsjes van de hechte Catalaanse burgerij. Maragall gaf tijdens de campagne hoog op van de steun die hij krijgt van Blair, Prodi en Jospin. Premier Aznar ontbrak uiteraard in het rijtje en daar zit een probleem: anders dan Pujol hoeft Maragall niet aan te kloppen in Madrid. De socialisten zitten immers in de oppositie en aangezien de partij het vertrek van Felipe González nog steeds niet te boven is zal dit nog wel even zo blijven.

Dat neemt niet weg dat Catalonië enigszins vermoeid begint te raken over het verschijnsel Pujol. Dat hun president in de loop der jaren steeds meer op een Gremlin is gaan lijken en een megalomane arrogantie ten toon spreidt, daar valt wellicht nog mee te leven. Hinderlijker is de corruptie die welig lijkt te tieren in de hofhouding van Pujol. De verkeersbonnen van zoon Pujol die niet geïnd worden, leuke baantjes voor de andere kinderen, mooie opdrachten voor de bloemenhandel van mevrouw Pujol, maar ook het zwaardere werk, zoals een uitgebreid netwerk van vriendendiensten en financieel gekonkel. Zoals de nauwe banden met de Catalaanse zakenman Javier de la Rosa, die vorig jaar in het gevang verdween op verdenking van grootschalige internationale zwendel.

Ook in het dagelijks bestuur rammelt er het nodige – de regiopresident reist liever naar het buitenland waar hij zich bij voorkeur als een staatshoofd laat ontvangen. Er zijn de torenhoge regio-schulden die zich onder het bewind Pujol hebben opgebouwd. En dan is er nog de dwangmatige politiek om het Catalaans als voertaal doorgedrukt te krijgen – een stokpaardje van de nationalisten, dat vooral opvalt door zijn overbodigheid en steeds vaker botst met principes van openheid die de regio hoog in het vaandel voert.

Tijdens een muziekconcert afgelopen week – betaald door zijn partij – werd Jordi Pujol massaal uitgefloten toen hij het podium beklom om een vaderlijk woord te spreken. Een pijnlijke, maar veelzeggende miscalculatie van de campagne-leiding: het publiek kwam voor de gratis muziek en de president kon maar beter ophoepelen. Morgen echter zal in het stemhokje echter blijken of een oude Catalaanse volkswijsheid nog steeds op gaat: wie betaalt, regeert.